Bondscoach Van Ass niet echt blij na hockeyzege

De zege op Duitsland was gisteren geen reden tot feest. De definitieve afrekening met de olympisch kampioen moet deze zomer bij het WK in Den Haag plaatsvinden.

„We moeten niet te snel tevreden zijn” was de boodschap van bondscoach Paul van Ass na de wedstrijd tegen Duitsland (2-1). Foto ANP

Niemand slaakte een vreugdekreet, geen speler gooide zijn hockeystick in de lucht om te vieren dat een spook uit het verleden was verjaagd. Een handje, een schouderklopje, dat was het. Niks missie volbracht – volgende opdracht.

Met de zege op Duitsland (2-1) in het kille New Delhi wierpen de Nederlandse hockeymannen gisteren een loden last van hun rug. Voor het eerst sinds de halve finale van de Olympische Spelen in Athene (2004) wist Nederland zijn aartsrivaal weer eens de weg te versperren in de knock-outfase van een groot toernooi. In de halve finale van de Hockey World League wacht morgen wereldkampioen Australië.

Maar voor geen van de Nederlanders was de uitschakeling van Duitsland in de Hockey World League reden tot feest. „Ik ben niet eens blij”, zei bondscoach Paul van Ass na de gewonnen replay van de verloren olympische finale van Londen (2012).

Vier maanden voor het WK in Den Haag is Van Ass zich ervan bewust dat de afrekening pas volgt bij het tweede mondiale eindtoernooi onder zijn bondscoachschap. „We zijn met onze missie bezig”, verklaarde hij gisteren in de Indiase hoofdstad. „Het moet nog beter. We moeten niet te snel tevreden zijn, de lat moet hoger.”

Een missie; zijn ernstige woorden ontstegen het niveau van een tijdelijk succes tegen ‘angstgegner’ Duitsland. Maar van een afrekening met een complex wilden de Oranjehockeyers niet horen. „Ik heb nooit een Duitsland-syndroom gehad”, riposteerde aanvoerder Robert van der Horst. „Dat leeft totaal niet in de groep.”

Maar belangrijk was het wel, zei aanvaller Billy Bakker. „We hebben met elkaar afgesproken dat we dit soort wedstrijden gewoon moeten winnen. Die druk hebben we onszelf opgelegd.”

Van Ass en zijn mannen hebben wel aan den lijve ondervonden hoe moeilijk het is de Duitsers te verslaan in wedstrijden waarin de echte prijzen worden verdeeld. Sinds hij in 2010 bondscoach werd won Van Ass ongeveer de helft van de onderlinge duels met Duitsland, maar de EK-finale in Mönchengladbach (2011) en de olympische finale van Londen gingen verloren. „Laten we eerlijk zijn: de Duitse sportcultuur ligt ons moeilijk, je ziet het ook in andere sporten. Wij vinden dat ze saai zijn. En ze geven nooit op, dat vinden we ook vervelend. Zij winnen de finales. Het wordt tijd dat we dat omdraaien.”

De uitschakeling van de olympisch en Europees kampioen in New Delhi was vooral een morele opsteker voor Nederland, dat al sinds het olympisch goud van Sydney (2000) vergeefs jaagt op een hoofdprijs. De afgelopen tien jaar verdelen Duitsland en Australië de gouden medailles, terwijl de ene na de andere Nederlandse bondscoach de hersens pijnigt over de vraag hoe de kwalitatieve achterstand kan worden weggewerkt.

Theorieën genoeg. De selectie leed onder de eindeloze competitieverplichtingen, bondscoaches volgden elkaar te snel op, spelers kwamen fysiek tekort, flatsten de bal risicomijdend rond – terwijl ‘de buitenlanders’ in de hoofdklasse het Nederlandse talent smoorden.

In 2012 kwam Van Ass in het Olympic Park van Londen verrassend dicht bij de heilige graal, maar in 2013 had hij weer bitter weinig te vieren. Op het EK in België werd zelfs de finale niet gehaald omdat – wie anders – Duitsland een paar maten te groot was. Het dappere, flitsende aanvalsspel van Londen was nergens meer te bekennen, en een klein jaar voor het WK in eigen land kwam zelfs de positie van Van Ass ter discussie.

Na een intensieve trainingsperiode, waarin hij veel investeerde in het groepsgevoel, heeft de bondscoach de trein in New Delhi weer aardig op de rails; binnen vijf dagen winnen van Duitsland en Australië is maar voor weinig Nederlandse bondscoaches weggelegd. Maar Van Ass weet waarom hij niet te vroeg moet juichen. Beide landen lieten bewust een aantal sterspelers thuis voor het evenement in India. Duitsland mist met Max Müller, Moritz Fürste en Christopher Zeller de complete as, Australië gaf onder anderen spelbepaler Jamie Dwyer een paar weken vrij. „Duitsland is kwetsbaarder zonder die drie spelers”, erkent Van Ass. „Maar ze moeten die jongens straks weer zien in te passen.”

Het vertekent deze week de ware krachtsverhoudingen in New Delhi. Maar de World League behoort nu eenmaal niet tot de piekmomenten van de Duitse bondscoach Markus Weise, die zijn troefkaarten bewaart voor WK’s en Olympische Spelen. Na de olympische titels van 2008 en 2012 heeft hij nu zijn zinnen gezet op de wereldtitel in Den Haag.

Van Ass voelt zich op zijn best onder zulke uitdagingen. „Het ultieme moment was alles op scherp te zetten voor de Spelen in Londen. Op dezelfde manier ben ik nu bezig voor het WK. Dan doet zo’n zege op Duitsland wel goed. We zullen beter moeten spelen om Australië nog een keer te verslaan. Maar als dat gebeurt, met beter hockey, dan heb je echt iets beet.”