Aanklacht: de rechter stikt Vonnis: niet bewezen

Een rechter uitte vorige week een noodkreet: de zuivere rechtspraak wordt gewurgd. Collega Rick Robroek dient hem van repliek.

foto nrc fotodienst

Rechtbanken dreigen ‘beslisfabrieken’ te worden, door bezuinigingen en reorganisaties in het strafrechtelijk apparaat. Die forse beschuldiging uitte rechter Menno Zandbergen in nrc.next van 10 januari. Zandbergen suggereert dat we hiermee afstevenen op steeds meer onterechte veroordelingen. Anders gezegd, en in de geest van de titel van het opiniestuk (‘Help, de rechter stikt!): politici en (gerechts)bestuurders hebben de strafrechter gewurgd, of zijn daarmee een heel eind op weg.

Welbeschouwd is dit óók een beschuldiging aan het adres van de rechters die niet over de werkdruk klagen. Het gaat dan om de pakweg 1.600 rechters die vorig jaar niet hun handtekening hebben gezet onder een manifest (tegenover zevenhonderd die dit wel hebben gedaan) en die niet over hun baan twijfelen. Het is nogal wat wanneer deze rechters, zonder morren, de ene na de andere onterechte veroordeling zouden uitspreken, of verkeerde beslissingen zouden nemen. De ernst van deze beschuldigingen en de grote schaal waarop dit zou voorkomen, rechtvaardigen op zijn minst een magistratelijke beoordeling.

Dit zou dan moeten gebeuren op de wijze die Zandbergen terecht schetst: bezinnend, relativerend en vooral niet te snel afgaand op de eerste indruk die het dossier oplevert. En laten we zeker niet tot veroordeling overgaan als er écht een ‘mist van onzekerheden’ hangt, zoals Zandbergen stelt.

Stikkende rechters

Wat is het bewijs tegen de politici en (gerechts)bestuurders die rechters (hebben) doen stikken? Dit bestaat vooral uit verklaringen van de stikkende rechters zelf. Omdat hun verklaringen moeilijk objectief te noemen zijn, is de bewijspositie dus niet sterk.

Deze rechters zouden bovendien een zeker belang kunnen hebben bij de beschuldigingen die zij uiten. Het kan zijn dat ze trachten daarmee, intern of extern, een zeker respect te verkrijgen. In de huidige tijd staat het een beetje vreemd om te zeggen dat je in de publieke sector een rustige en relaxede baan kunt hebben, met voldoende tijd voor reflectie en bezinning.

Een ander motief zou kunnen zijn dat ze er een lagere werklast mee proberen af te dwingen. Wie wil dat nu niet, in een tijd waarin het leven naast het werk steeds belangrijker wordt?

Ferme beschuldiging

Daarmee is geenszins gezegd dat dit ook daadwerkelijk het geval is, maar een ferme beschuldiging vergt een meer dan kritische beoordeling. Dit betekent dus niet dat de eerste indruk niet de waarheid zou kunnen zijn, maar dan zou die wel door méér argumenten moeten worden bevestigd dan louter indrukken van dezelfde soort.

Natuurlijk is er de macht van het getal, van de mensen die het manifest hebben ondertekend. Maar of het verstandig is daarop blind te varen, weet ik niet. Laten we niet vergeten dat het merendeel van de rechters – die allemaal in exact dezelfde positie verkeren – niet over de werkdruk klaagt.

Kortom, er zou meer bewijs moeten zijn. En dat is er niet. Integendeel.

Ministers en Kamerleden, samen de andere staatsmachten, hoor je nooit over werkdruk klagen, terwijl zij vast niet minder uren maken. Daarbij komt dat onlangs op het blog ivorentoga.nl nog eens werd voorgerekend dat het budget voor de rechterlijke macht jarenlang is gestegen, terwijl het aantal uitspraken daalde – en dit is bij mijn weten nog steeds dalende. Ook in vergelijking met andere landen besteedt Nederland méér geld aan rechtspleging.

En van bezuinigingen is hier nu nog helemaal geen sprake; dat is pas vanaf 2016 het geval. Tot die tijd worden juist allerlei maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen en de mogelijkheden te verruimen in een vroeg stadium justitieel onderzoek te doen. En: er is geen enkel bewijs voor een toename van onterechte veroordelingen. Sterker nog: er worden meer verdachten dan ooit vrijgesproken.

Maar toch: ook als de rechtspraak in de toekomst wél met bezuinigingen te maken krijgt, is daarmee het wurgen van rechters nog niet bewezen. Daargelaten dat bezuinigingen zich kunnen richten op overtollige uitgaven die los staan van het rechterlijk oordeel, moet elke publieke dienst op dit moment bezuinigen. Als in de gezondheidszorg wordt gesproken over het niet meer vergoeden van levensreddende maar te dure geneesmiddelen, kan het dan in de rechtspleging misschien ook wel hier en daar een tandje minder?

Dit heeft niets met rechterlijke dwalingen te maken. Om in het juridisch jargon te blijven: voor sommige bezuinigingsgronden bestaat misschien wel een rechtvaardigingsgrond. Er is helemaal niemand schuldig aan de stikkende rechter, zo die al bestaat.