Wellust op klassieke muziek in Kwartet

Van het boek ‘Les liaisons dangereuses’, bekend van de film, heeft Heiner Müller een toneelstuk gemaakt. Oostpool speelt het met klassiek orkest.

Foto Sanne Peper

Alles is anders in de Arnhemse Schouwburg. Veertig musici van Het Gelders Orkest vervullen ook de rol van toneelspeler. Ze gaan met hun instrumenten een dialoog aan met twee acteurs van Toneelgroep Oostpool. Dit tweetal vertolkt zowel mannen- als vrouwenrollen in het toneelstuk Kwartet (1981) van de Duitse schrijver Heiner Müller. Ze spelen tussen de fluwelen stoelen en op het balkon van de zaal terwijl het publiek op het podium zit.

„We verrijken het toneelstuk van Müller met muziek”, zegt Cécile Huijnen, concertmeester van Het Gelders Orkest. „Op verzoek van regisseur Marcus Azzini van Oostpool hebben we meer dan acht uur muziek aangedragen, van blazersensemble tot fluitsolo, zelfs de Ouverture Egmont van Beethoven. Hij maakte de keuze. Muziek is in deze voorstelling de derde acteur. We gaan mee in de handeling, vergroten de emoties van de tekst. Een venijnig, rauw kwartet van Sjostakovitsj past even goed bij de sfeer van dit toneelwerk als een barokke partita voor viool van Bach.”

In de voorstelling verzorgt Cécile Huijnen de verbinding tussen de toneelspelers en de musici. Met lichaamstaal laat ze inzetten en timing zien. „Tijdens het spel komen we op en gaan we af, hierdoor is ons aandeel theatraal”, legt Huijnen uit. „We zitten niet, zoals bijvoorbeeld bij ballet of opera, onder in de orkestbak.” Regisseur Marcus Azzini hoorde muziek bij het lezen van Kwartet, dat is geïnspireerd door de libertijnse schandaalroman Les liaisons dangereuses (1782) van Choderlos de Laclos die zich afspeelt in perverse, aristocratische kringen. Het boek leidde tot enkele beroemde verfilmingen, waaronder die van Stephen Frears uit 1988 met Glenn Close en John Malkovich. De twee hoofdpersonen, markiezin Merteuil en graaf Valmont, verlustigen zich in seksueel rollenspel dat uiteindelijk leidt tot de dood van de graaf.

„De taal van Müller is ritmisch en muzikaal”, zegt regisseur Azzini. „Hij geeft twee aanwijzingen die bepalend zijn voor de muzikale keuze en voor de locatie. Het stuk begint ‘in een salon voor de Franse Revolutie’ en aan het slot verplaatst Müller de handeling naar ‘een bunker na de Derde Wereldoorlog’. Die eerste aanwijzing vraagt om achttiende-eeuwse salonmuziek, de tweede om meer hedendaagse muziek. Dan kun je denken aan Sjostakovitsj, Arvo Pärt of Bartók.” Van salon naar bunker, zo zou je volgens Azzini de verhaallijn kunnen visualiseren. „Daarom laat ik de toeschouwers op het podium plaatsnemen. Voordat de voorstelling begint is het brandscherm omlaag. Dat geeft een sterk gevoel van opgeslotenheid, als in een bunker. Gaat dat eenmaal omhoog, dan zien de toeschouwers de zaal met de blauwfluwelen stoelen. Net een salon.”

Azzini noemt zijn versie van Kwartet nadrukkelijk geen muziektheater: „Het is een toneelvoorstelling die is opgebouwd uit drie gelijkwaardige elementen: een tekst van achttien bladzijden, een toneelgezelschap met twee acteurs en een orkest dat dertien muziekfragmenten speelt.”

Wenddell Jaspers en Teun Luijkx als markiezin en graaf vergroten hun emoties, alsof ze in de opera staan. Luijkx: „Mijn graaf is een duistere schurk die plezier beleeft aan het vernietigen van de ander. Ze zijn verstrikt geraakt in een gevaarlijk machtsspel. Daarbij schuwen ze grote effecten niet, zoals je die in de opera ziet.” Voor Wendell Jaspers was de aanwezigheid van de musici aanvankelijk vreemd. „De markiezin en de graaf zijn absoluut alleen, misschien zijn ze na de Derde Wereldoorlog wel de laatste twee mensen op aarde. Ze hebben elkaar en verder is er niets. Ik vertolk niet alleen de markiezin, ik neem ook de mannenrol van Valmont voor mijn rekening en speel zelfs het maagdelijke nichtje Cécile. Zo doden wij de tijd, uit verveling maar ook uit verlangen naar wellustigheid. Wij hebben de muziek nodig om een opera van ons leven te maken.”