Water, voeding, energie - genoeg kansen

Vrijdag spreekt het kabinet over de toekomstige aardgaswinning. Het Noorden wil meer geld als compensatie voor schade aan woningen en om de crisis die er hard toeslaat te bestrijden.

22 juli 1959 – het was guur en grijs. Om 6.33 uur werd op het land van akkerbouwer Kees Boon in de buurt van Slochteren het Groningse gasveld aangeboord – één van de grootste gasvelden ter wereld. In de VS zou de bietenboer, en waarschijnlijk de hele regio, rijk zijn geworden. Maar in Nederland gold, en geldt, de Mijnwet van 1810, die bepaalt dat een landeigenaar geen eigendomsrechten heeft op delfstoffen die in zijn grond worden gevonden.

Amerikaanse journalisten die in de jaren zeventig Kees Boon interviewden, waren geschokt. Zij dachten de Nederlandse John D. Rockefeller te spreken. Maar Boon kreeg nog geen 1.000 euro voor de vier hectare die hij verhuurde aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM).

Een schril contrast met de Nederlandse staat – het Groningse gas heeft 250 miljard euro opgeleverd, er zit nog voor 150 miljard in de grond.

Bestuurders uit het Noorden zouden de Mijnwet van 1810 willen aanpassen, liever vandaag dan morgen. Zij vinden dat er een groter gedeelte van de aardgasbaten moet neerslaan in het Noorden. Om de economie te stimuleren, de stijgende (jeugd)werkloosheid aan te pakken, de oplopende armoede te bestrijden, en gedupeerde huiseigenaren te compenseren voor waardedaling van hun beschadigde huizen, als gevolg van aardbevingen en bodemdaling.

Groningen en Drenthe lijden onder de aardgaswinning. Wat het Rijk uitgaf aan versterking van de economische structuur, ging vooral naar de Randstad. Commissaris van de koning in Groningen Max van den Berg bepleit een miljard euro compensatie voor de Groningers. „Ieder jaar worden in Slochteren en het Drentse Annen miljarden gewonnen aan gas, maar de mensen blijven voor een fractie van die opbrengsten met de brokken zitten”, zei zijn Drentse collega Jacques Tichelaar in zijn nieuwjaarsrede. „Ik zeg betalen, en snel. Neem royaal je verantwoordelijkheid.”

Het ondergrondse vermogen werd niet één op één omgezet in investeringen in bovengronds vermogen. Met het Fonds Economische Structuurversterking is daartoe in 1995 nog wel een poging gedaan. Maar volgens berekeningen van bestuurders uit het Noorden kwam 88 procent in de Randstad terecht, en één procent in het Noorden. In 2011 is dit fonds opgeheven.

Vrijdag praat het kabinet over het compensatiebeleid en de toekomstige aardgaswinning. De verwachting is dat er meer geld naar het Noorden zal gaan. In het Noorden hoopt men dat VVD- en PvdA-bewindslieden het Britse beleid volgen. De Britse regering vindt dat één procent van de opbrengsten aan delfstoffen terug moet gaan naar het gebied van winning.

Dat geld kunnen ze in het Noorden gebruiken. Volgens het rapport Regionale Economie 2012 van het Centraal Bureau Statistiek (CBS) is Drenthe het meest getroffen door de economische crisis. De economie kromp er tussen 2008 en 2012 gemiddeld 1,1 procent per jaar, hierna volgen Groningen en Friesland met een krimp van circa 1 procent. Het Nederlandse gemiddelde lag de afgelopen vijf jaar op 0,6 procent.

„Wij zijn relatief zwaar door de crisis getroffen. In het begin duurde het even, want we hebben relatief veel kleine ondernemingen [95 procent van de bedrijven in Drenthe zijn mkb’ers met minder dan 10 werknemers, red.]. Die houden het vaak even langer uit”, zegt PvdA-gedeputeerde Ard van der Tuuk. Nu slaat de crisis „dubbel” toe. „We hebben een economische èn een demografische crisis. De vergrijzing is in Drenthe een groot probleem. Het kost ons veel moeite om de goed opgeleide jeugd hier te houden.”

In bovenstaande berekening van de groei is delfstofwinning buiten de berekening gehouden. Wordt die wel meegenomen (zie grafiek) dan groeide de Groningse economie door gaswinning het hardst, met 0,8 procent per jaar. Maar deze cijfers vertekenen de werkelijkheid, stelt het CBS-rapport, omdat de provincie maar weinig profijt heeft van die groei. De werkloosheid in de noordelijke provincies ligt boven het landelijke gemiddelde. Veel mensen vertrekken uit de noordelijke provincies. Vooral Drenthe heeft te maken met een enorme leegloop (zie grafieken). In Groningen en Drenthe is ook het opleidingsniveau een probleem. Bovengemiddeld veel mensen hebben een lage opleiding.

Volgens Henk van den Brink, regio-econoom van de ING in Noord-Nederland, zal het Noorden pas in de tweede helft van dit jaar weer wat groei laten zien. Inzetten op innovatie is het advies „Er zijn niet veel grote bedrijven over, dus we moeten het hebben van starters.”

De Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland (NOM) is hierbij een „cruciale partner”. Juist op deze organisatie uitte Tichelaar felle kritiek. De NOM zou de laatste jaren „de hand op de knip” hebben gehouden en te weinig risico hebben genomen met beginnende innovatieve bedrijven. NOM-directeur Siem Jansen vindt dat ongenuanceerd. „Als je het over risico nemen hebt, denk ik dat we ver voor de troepen uitlopen”, zegt hij. Toegegeven, de laatste twee jaar investeerde de NOM weinig; 3 miljoen in 2012 en 6 miljoen in 2013, terwijl het gemiddelde de jaren ervoor 11 miljoen was. Maar de kwaliteit van de aangeleverde bedrijfsplannen was volgens Jansen te laag. „We stoppen geen geld in een bedrijf dat binnen een jaar omligt. Dat mag ook niet van onze aandeelhouders: Economische Zaken en de provincies.”

Het is een kwestie van tijd, denkt hij, totdat het aantal bedrijven in het Noorden weer aan zal trekken. Fokker Hoogeveen en Philips Drachten zijn gezonde bedrijven waar kleinere toeleveranciers van kunnen profiteren. De landbouwsector biedt mogelijkheden voor Friesland waar het winstgevende FrieslandCampina een grote economische rol speelt. Om maar niet te spreken van de potentiële groei van zetmeel en zuivel. „Een stofzuiger van bioplastic dat verkregen is uit Fries zetmeel. Dát is de toekomst.”

Regionaal onderzoeker Marijn Molema pleit voor een regionale impuls van Den Haag. „Er moeten meer aandacht en investeringen naar de regio’s”, zegt hij. Mollema verwijst naar een pleidooi vorig jaar van staatsecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA). Op een bijeenkomst van ondernemers uit het Noorden zei ze dat de grote thema’s in de komende jaren – voeding, water, gezondheid, energie – veel kansen bieden voor hen. „U hebt goud in handen”, zei ze. En daarbij doelde Mansveld, die eerder kort gedeputeerde in Groningen was, op ondermeer de aanwezige expertise en ruimte.

Paul Elhorst, hoogleraar regionale economie aan de Rijksuniversiteit Groningen zegt dat de overheid er op korte termijn vooral voor moet zorgen dat het niet erger wordt: „De overheid heeft invloed op sociale werkplaatsen, gerechtshoven, gevangeniswezen, legerplaatsen. Ze kan zeggen: wij ontzien regio’s die het moeilijk hebben bij afstoten van rijkstaken. Zo blijven banen behouden.” Maar pas als het economisch beter gaat in Nederland kan ze maatregelen nemen om de economie van het Noorden structureel te versterken, denkt Elhorst. „Nu is het uitzieken.”