‘Vrijheidsdrang drijft de beste liedjes’

De Deens/Amerikaanse band opende gisteren het popfestival Eurosonic. Zanger Claudius Pratt voelt zich vaak als een predikant op een zeepkist.

Reverend Shine Snake Oil Co. met voorop (hand op hoed) zanger Claudius Pratt

Zoek Reverend Shine Snake Oil Co. op YouTube en de kans is groot dat zich een filmpje van een straatoptreden aandient. De Deens-Amerikaanse band houdt van spelen op straat. „Veel directer dan in een zaal”, zegt zanger Claudius Pratt aan de telefoon uit Kopenhagen. „Sommigen blijven staan; anderen lopen door. En tussendoor kun je een praatje maken met iemand die de trein heeft gemist omdat hij een kwartier is blijven hangen.”

De groepsnaam verwijst naar de ‘medicine shows’ in het Amerikaanse wilde westen, waar kermisklanten hun helende drankjes verkochten met goocheltrucs en praatjes. „De verkoper met de beste show verkocht de meeste flesjes slangenolie, ook al zat er vaak alleen maar koude thee in. Het ging erom dat je de mensen kon laten geloven dat ze een waardevol medicinaal product kochten. Bij muziek is het precies zo: je moet vertrouwen hebben in je eigen kunnen om het publiek te overtuigen van je artistieke waarde. Als je vaak genoeg speelt komen de goeie liedjes vanzelf.”

Met zijn ruige soulstem en jazzy intonatie klinkt Claudius Pratt als een perfecte kruising tussen Solomon Burke en Tom Waits. Blues, soul, jazz en folk zijn hem allemaal even dierbaar. Hij leerde zingen op een kostschool, waar hem zowel showtunes als religieuze muziek werden bijgebracht. „Met het koor van onze school zongen we in bejaardenhuizen cabaretliedjes en psalmen. We waren protestant, dus onze kerkmuziek was veel stijver dan de gospel van de baptisten. Soul leerde ik pas later kennen, toen mijn moeder me plaatjes op het Atlantic- en Motownlabel liet horen.”

De Amerikaanse folktraditie bracht Pratt tot het inzicht dat blanke en zwarte muziek helemaal niet zo ver uiteen liggen als vaak wordt verondersteld. „Luister naar oude Folkways-opnamen en dezelfde song wordt zowel vertolkt door zwarte chain gangs als blanke hillbillies. Je kunt de pophistorie verklaren door de evolutie van gospel en blues naar rock-‘n’-roll, maar zo simpel ligt het niet. Wij grijpen terug op al die stijlen omdat de beste popmuziek altijd werd geboren uit een drang naar vrijheid.”

In New York trof hij gitarist Justin Moses Gunn en na enkele jaren honger lijden in de V.S. besloten ze hun geluk te beproeven in Europa. De roman The Lives and Loves of Mr. Jiveass Nigger van Cecil Brown (1970) wees hen de weg naar Kopenhagen, waar de zwarte hoofdpersoon uit het boek een voedingsbodem voor zijn flamboyante levensstijl had gevonden.

„In Kopenhagen kon ik me voor het eerst een Amerikaan voelen zonder het onderscheid tussen etnische groepen dat in de VS zo krampachtig wordt gehandhaafd. De Deense sociale structuur zit zo in elkaar dat mensen elkaar met rust laten. In Europa is er meer respect voor muzikanten. Ook in de zin van eerlijke copyrightwetten en reële gages.”

Contrabassist Marti Ollivierre en drummer Matthias Klein completeren de viermansbezetting van Reverend Shine Snake Oil Co. nadat ze eerder experimenteerden met zangeressen en een mondharmonicaspeler. Het album The New Gospel For The Wayward, , alleen op mp3 en vinyl, verzamelt de muziek die ze de afgelopen vier jaar maakten. Met de ‘Wayward’ (onaangepasten) uit de titel doelt Pratt zowel op zichzelf als zijn publiek. „Als zanger van een akoestische band die veel op straat speelt, voel ik me een predikant die op een zeepkist staat. Op mijn reizen door Europa zie ik veel mensen die niet helemaal weten wat ze met hun leven moeten. Hen kan ik muziek aanbieden als samenbindende factor.”

Tot zijn grote spijt kwam het er in Groningen niet van op straat te spelen. Pratt is als enige van de band professioneel muzikant; de anderen houden er voorlopig een baan op na om rond te komen. ,,Onze bassist is leraar en moest op tijd terug naar Kopenhagen. Maar we komen terug om in parken en op stationspleinen te spelen.”