Toen internet nog idealistisch was

Twintig jaar geleden opende De Digitale Stad, voor een niet-commercieel internet. De ruïnes worden nu opgegraven.

Foto Hollandse Hoogte

Bij sociale media denken we aan 21ste-eeuwse internetdiensten als Facebook en Twitter. Maar in 1994 bestond in Nederland al een online gemeenschap waarvan de leden met elkaar discussieerden, links deelden en creatieve uitingen plaatsten. Vandaag twintig jaar geleden werd De Digitale Stad geopend.

Begin jaren negentig was ‘het Internet’ voor de meeste Nederlanders nog maar een vaag begrip. „De Digitale Stad kwam voort uit de behoefte om de nieuwe digitale wereld toegankelijk te maken voor iedereen”, vertelt Marleen Stikker, directeur van Waag Society en een van de oprichters van De Digitale Stad (DDS). „Het doel was het ons toe-eigenen van de technologie en experimenteren met de mogelijkheden. Vergelijk het met een nieuw stuk land, dat je wilt ontginnen en in cultuur brengen.”

DDS was een initiatief van Stikker – destijds werkzaam bij het Amsterdamse cultureel centrum De Balie – en het Nederlandse hackerstijdschrift Hack-Tic. De gemeente Amsterdam subsidieerde het project tijdens de eerste tien weken, omdat zij online debatten over de gemeenteraadsverkiezingen wilde stimuleren.

De metafoor van de stad was goed gekozen om het computernetwerk minder abstract te maken. Zo was er een postkantoor waar je berichten kon versturen, een bibliotheek om artikelen te lezen en een station om andere delen van internet te bezoeken. De eerste paar maanden bestond DDS alleen uit tekstpagina’s, later kwam er een website, www.dds.nl.

Het project was direct een succes en betekende „het begin van de publieke belangstelling voor internet in Nederland”, schrijft Monique Doppert in het boek Internetpioniers. De eerste internetgeneratie (2002). „Modems waren gedurende deze eerste weken uitverkocht in Amsterdam en omstreken.” De Digitale Stad was via internet bereikbaar, maar wie nog geen aansluiting had, kon inbellen naar een telefoonnummer van DDS. Telkens moest de organisatie de PTT om nieuwe telefoonlijnen vragen omdat veel mensen tegelijk wilden inloggen. Na tien weken waren er 12.000 vaste gebruikers van DDS, die ‘bewoner’ werden genoemd en gratis lid mochten worden. Het waren overigens lang niet alleen Amsterdammers die lid werden van De Digitale Stad – bewoners van andere steden zoals Eindhoven en Delft bouwden later eigen digitale steden.

Toen de gemeentesubsidie stopte, werd DDS in augustus 1994 een stichting. In de jaren die volgden, werd de Stad minder relevant. „De Digitale Stad is als experimenteerruimte ongelooflijk geslaagd”, zegt Stikker. „Maar na verloop van tijd zijn de onderdelen van De Digitale Stad elders ook ontstaan. Je kon op een gegeven moment overal chatten, waarom zou je daarvoor nog naar De Digitale Stad gaan?”

In 2000 kondigde het stichtingsbestuur aan te privatiseren. Sinds 2001 vraagt DDS City BV abonnementsgeld voor internettoegang, een e-mailadres en ruimte voor een eigen website – het is een ‘gewone’ provider geworden. Met het einde aan de stichting kwam ook een einde aan de digitale openbare ruimte: de ‘huizen’ die bewoners hebben gebouwd en de thematische ‘pleinen’ zijn niet langer toegankelijk. Oud-bewoners zijn momenteel bezig om die digitale ruïne op te graven met als doel dit jaar nog een reconstructie van De Digitale Stad op te nemen in de vaste collectie van het Amsterdam Museum.

Dat DDS toch enige jaren een openbare, niet-commerciële ruimte kon bieden, is een knappe prestatie aldus Geert Lovink, mediatheoreticus en medeoprichter van DDS. „DDS is opgekomen in een neoliberaal tijdperk, waarin de staat zich heeft teruggetrokken.” Afgezien van Wikipedia is het populairste deel van internet inmiddels in handen van bedrijven. Dat heeft tot een ander soort internet geleid dan de DDS-pioniers destijds hadden gehoopt. Facebook en Twitter hebben geen bewoners, maar gebruikers. Bewoners hebben verantwoordelijkheid voor de buurt, gebruikers zijn alleen klant.

Toch is het nog mogelijk om een e-mailadres en homepage te hebben bij een niet-commerciële partij, vertelt oud-DDS-bewoner Reinder Rustema. Hij is een van de vrijwilligers die het project ‘De echte Digitale Stad’ draaiende houdt. DeDS heeft ongeveer zesduizend leden die gratis mailen en webruimte gebruiken.

De idealen van een open en niet-commercieel internet zijn nog niet verloren, zegt Stikker. „De Digitale Stad komt voort uit een beweging en die beweging is doorgegaan.” Zo organiseerde de Waag Society vandaag de bijeenkomst Let’s fix the Internet om internet te heroveren op de grote bedrijven en de inlichtingendiensten.