Misverstand op de vensterbank

Overal in Nederland zie je boeddhabeelden. De meeste bezitters hebben niks met geloof en van hun idee over boeddhisme klopt weinig. „Als ie valt, brengt-ie misschien ongeluk.”

Loop langs de huizen van Nederland, en Boeddha is overal. In Weesp: bij het station rechtsaf, twee minuten wandelen en het hoofd van Boeddha hangt aan een spijker naast de voordeur. Gekocht bij het tuincentrum, want „Boeddha heeft wel wat”, zegt bewoonster Marian van Berk (67). Loop door, sla een paar hoeken om en er staat een zilverkleurig exemplaar in de vensterbank. Eigendom van suikerpatiënt Yvonne Raaijmakers (35). Ze heeft het beeld gekregen na een geslaagde niertransplantatie.

In Woerden: de ene na de andere boeddha in de vensterbank. Een joekel zelfs, bij Ad Busscher (53). Hij vindt het beeld „verschrikkelijk”, maar zijn vrouw zegt dat „het geluk brengt”.

Als je niet volledig winkelschuw bent, kun je Boeddha niet ontlopen. Action verkoopt beelden, Blokker, Gamma, Ikea, Kwantum, Rituals, Xenos, woonboulevards, tuincentra. Ze zijn de tuinkabouters van de 21ste eeuw, aldus cabaretier en columnist Thomas van Luyn.

Vraag mensen waarom zij het boeddhabeeld aanschaffen, en het antwoord is: het geeft rust. En: ik vind het mooi. Vrijwel geen van de beeldbezitters noemt zich boeddhist. Of gelovig. Sonja Bolk uit Woerden, 42 jaar, krijgt van religie juist „jeuk”, met „al die regeltjes en weetjes die jouw leven bepalen. Het gaat niet om het hiernamaals, het gaat om het nu”.

Waarom zoekt men rust en schoonheid uitgerekend bij Boeddha? Had er in zijn plaats net zo goed een beeld van, zeg, een serene antilope kunnen staan? Nee, nee, antwoorden vrijwel alle boeddhabezitters. Het beeld „heeft iets”. En dat is „een bepaalde uitstraling”.

Regels en bijgeloof

Mensen behandelen de beeldjes niet als elk ander beeld. Er zijn regels, er is bijgeloof. Meest genoemde: je mag een boeddhabeeld niet kopen, je moet het krijgen. Yvonne Raaijmakers kreeg laatst haar derde boeddhabeeld, van haar moeder. Een dag later vond ze twintig euro voor haar voordeur. „Normaal vind ik nooit geld.”

Bezitters gooien het beeld niet weg. Dat is zonde of het brengt ongeluk. Joni van Veen (20) gaat voorzichtig om met de grote Boeddha die aan het hoofd staat van de eettafel in haar ouderlijk huis in Weesp. „Als-ie valt, brengt-ie misschien ongeluk.”

Volgens Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, hebben de boeddhabeelden meer gemeen met de heilige-hartbeelden die tot ver in de twintigste eeuw veel katholieke huiskamers opsierden. Rond die beeldjes ontstonden „gewijde tafereeltjes”, zegt Van der Velde, „met een kaarsje ernaast, een fotootje, een bloempje”. De kerken stroomden leeg, de heilige-hartbeelden verdwenen uit de huiskamers. „Ze werden als te religieus en dogmatisch ervaren”, zegt Van der Velde. Boeddha springt volgens hem in dat vacuüm. „Een figuur zonder de dogmatische lading van het christendom.”

Maar, heel belangrijk, zegt hij: „We zien Boeddha ergens wél als een gewijd figuur.” Een verlichte geest, stichter van een diepgaande leer.

De Nederlander Kah Kih Yau (28), zoon van Chinese ouders, noemt zich wél boeddhist. Hij is jongerenleider bij de Chinees-boeddhistische tempel aan de Amsterdamse Zeedijk, verricht vrijwilligerswerk en beoefent de boeddhistische leer. Kah Kih Yau heeft een „dubbel gevoel” over de populariteit van Boeddha in Nederland. Hij noemt het „interessant” dat de door hem zo gerespecteerde Boeddha alomtegenwoordig is. Maar dat hij zelfs een beeld ontdekte in het perrontoilet op Den Haag Hollands Spoor, gaat hem te ver. „Ik vind dat ongepast. Net als boeddhabeelden in coffeeshops.” Een beeld van alleen Boeddha’s hoofd vindt hij ook raar: „Alsof je een hoofd van een echt mens in huis hebt. Een boeddhabeeldje heb je in zijn geheel.” Dat je een Boeddha niet zelf zou mogen kopen, is volgens hem onzin, een mythe. Kah Kih Yau had het er laatst over met een vriend: misschien is de tijd wel rijp voor „opvoeding” van Nederlanders. „Over hoe je met beelden moet omgaan.”

Illusies over het boeddhisme

De vraag is in hoeverre Nederlanders zullen openstaan voor dat „Aziatische boeddhisme”. Boeddhisme in het Oosten kent vele stromingen, maar één ding is zeker, zegt hoogleraar Van der Velde: het is gewoon een religie, net zoals het christendom en de islam. ‘Er is een stichter, er is een openbaring in de vorm van het boeddhawoord, er is een heilsverwachting, namelijk verlichting, er is een selecte, religieuze groep van monniken en nonnen, er is een ethiek, er zijn rituelen, enzovoorts’, zo schrijft Van der Velde in zijn in maart verschenen boek De Boeddha in het tuincentrum.

Drink een uur lang koffie met Van der Velde en je bent een dozijn illusies over het boeddhisme armer. Het boeddhisme kent toch geen god? „Jawel, het stikt ervan”, zegt hij. „Er is de hemel van de 33 goden. Dan heb je er al 33.” Het boeddhisme is toch wars van dogmatische regeltjes? „Nee hoor, er zijn 227 leefregels voor monniken en nonnen. De blik van de monnik moet negen passen voor hem zijn. De monnik zal zich niet springend tussen huizen begeven. De monnik zal niet zwemmen voor plezier. Ga zo maar door.” Boeddhisten zijn toch vredelievend? Mwah. Er woedt een sektarisch conflict tussen boeddhistische Birmezen en een minderheid van statenloze Rohingya-moslims. Of neem Sri Lanka, met de pas net geluwde burgeroorlog tussen hindoeïstische Tamils en boeddhistische Singalezen. En al in de veertiende eeuw leidden boeddhistische vechtersbazen de exodus in van Mongolen uit China. Van der Velde: „Verdiep je in de geschiedenis van Azië en je stuit op de ene na de andere boeddhistische oorlog. Ook tussen boeddhisten onderling.”

Boeddhisme vriendelijk voor vrouwen? Een mythe. Een klein jongetje, net toegetreden tot het klooster, staat al hoger in de pikorde dan de hoogste non.

Boeddhisme draait toch om meditatie? Nee. Een minderheid van boeddhisten in Azië mediteert. „Doneren, dát is in Azië de kern”, zegt Van der Velde. Geld of kleding geven aan kloosters om een positief karma op te bouwen. Monniken en nonnen nemen de donaties in ontvangst. Nonnen zijn bij donateurs minder geliefd: geven via een vrouw sorteert minder karmisch effect.

Dan is er nog de belangrijkste illusie: onze indruk van Boeddha zelf. In de Blokker, Gamma en Xenos is hij een vredelievend, androgyn wezen, maar in het oude Azië ligt dat anders. Zoals Van der Velde het zegt: „Ik ken geen stroming in het boeddhisme waar de Boeddha niet een gigantische machoheld is.” In de Lakkhanasutta, deel van de uitgebreide onderrichtingen door Boeddha staan „32 lichaamskenmerken” van Boeddha genoemd. Hij heeft de kaken van een leeuw en de geslachtsdelen van een olifant.

Boeddha is een macho

Er staat kortom een enorm misverstand op de vensterbanken van Nederland. Men denkt van doen te hebben met een helende, bedaarde en verlichte übermensch, maar van oudsher blijkt hij een grootgeschapen macho die heerst over een vrouwvijandelijke kloosterorde. De vraag dringt zich op hoe het positieve beeld is ontstaan in Nederland. Welke pr-medewerkers had hij?

De belangrijkste was Helena Blavatsky. Deze Amerikaanse theosofe (1831-1891) heeft het imago van Boeddha in het Westen blijvend veranderd. Ze leidde een invloedrijke, theosofische stroming die uitging van het bestaan van een „almachtige waarheid”. Deze oeroude wijsheid zou te vinden zijn in oude beschavingen van Atlantis tot in Egypte. Blavatsky en haar kompaan Henry Steel Olcott gingen ook aan de haal met het Aziatische boeddhisme. Paul van der Velde: „Volgens hen was er een kern-boeddhisme. Met meditatie als middelpunt, en zonder dogma’s. Dat zou het échte boeddhisme zijn.”

De invloed van Blavatsky, een productief publicist, was groot. Haar magnum opus The Secret Doctrine (1888) werd een standaardwerk voor theosofen. Blavatsky zou de oermoeder worden van de New Age-beweging. En – samen met Olcott – van boeddhisme western style. De weg was geplaveid. En toen Nederland ontkerkelijkte, en de wereld niet meer om God draaide maar om ons, kwam die weg vrij te liggen. De weg naar Boeddha. Aartsvader van wellness, Beschermheer van onze happinez, Apostel van het eeuwige nu.

In werkelijkheid gingen Blavatsky en Olcott „ongelooflijk selectief” met het boeddhisme om, zegt Van der Velde. Gestript van de honderden leefregels, gestript van de notie van hemel en hel. Het boeddhisme leende zich voor hun levenswerk, omdat het niet overheerst wordt door één Ultieme Godheid. De aandacht ging uit naar Boeddha, een prins. Dat er ook nog een hemel was boordevol goden, hoefde niemand te weten. Paul van der Velde pakt een koffieschoteltje beet aan de ronde cafétafel. „Als deze tafel het boeddhisme is, dan is dit schoteltje de selectie van Blavatsky.”