In Veen was de politie dit jaar wel erg daadkrachtig

Het Brabantse Veen stond dit jaar model voor de harde aanpak tegen relschoppers met Oud en Nieuw. Was deze aanpak écht nodig?

Ze hebben vandaag weer kunnen trainen en nu zitten ze in de kantine van voetbalclub Achilles Veen, vermoeid lurkend aan flesjes bier en cola. Zowat de helft van het tweede elftal zat tijdens Oud en Nieuw in de cel. „Het is gebeurd”, zegt een van hen mismoedig. „Je kunt er niets meer aan veranderen.”

Met honderd aanhoudingen in één nacht en een autobrand waren de rellende jongeren in het Brabantse Veen het trieste ‘hoogtepunt’ tijdens de traditioneel rumoerige jaarwisseling. Ook in de rest van Nederland werden auto’s in brand gestoken, politie en brandweer werden belaagd. Bij het meldpunt vuurwerkoverlast werd flink geklaagd.

Veen staat symbool voor de harde aanpak van politie, justitie en gemeenten dit jaar tijdens de jaarwisseling. Veel burgemeesters hadden vooraf laten weten geweld en rellen niet te tolereren. Overtreders werd snelrecht in het vooruitzicht gesteld. Maar hoe is het verlopen? En was de repressie proportioneel?

In Veen vonden ze het allemaal overdreven. Het is er steevast een heksenketel met Oud en Nieuw. Sinds de jaren tachtig worden er op straat veel houtvuren gestookt. „Je moest vroeger je tuinhek in de gaten houden, want anders pakten ze dat ook”, zegt Albert Honcoop, een vijftiger die zich herinnert dat je niet te hevig tegen de grappenmakers tekeer moest gaan. „Dan legden ze het jaar daarop een enorme boomstam voor je erf.”

Het opstoken van auto’s, speciaal daarvoor aangekocht bij autosloperijen, kwam in de jaren negentig in zwang. „Kicken” is vooral om met een auto, geprepareerd met brandbaar materiaal, agressief op de stookplaats in te rijden en er op het laatste moment uit te springen. „Hoe later, hoe stoerder”, meldde een rapport van het COT, instituut voor veiligheids- en crisismanagement, acht jaar geleden al.

Het is sindsdien rustiger geworden. Maar twee weken geleden vloog er, een etmaal vóór de jaarwisseling, weer een auto in de hens. Brandweer en politie besloten de auto niet gecontroleerd te laten uitbranden, maar te blussen. „Tja, dan worden die gasten boos, hè”, zegt Honcoop. „Hun feestje wordt verpest.”

Wat er vervolgens is gebeurd, moeten rechters reconstrueren. De politie wordt belaagd met flessen en vuurwerk. De omstanders geven geen gehoor aan het bevel zich te verwijderen en vluchten een café in. De politie besluit alle honderd aanwezigen in het café aan te houden.

De jongens van de voetbalclub hebben er geen begrip voor. „Ik zat daar een biertje te drinken. Je moet toch ergens zitten? Er zijn maar twee cafés in Veen. Dat we weg moesten wezen, heb ik helemaal niet gehoord. Blijkbaar hebben een paar mensen iets gegooid en daar hebben wij nu zwaar onder geleden.”

Een woordvoerder van het parket: „We hadden afgesproken een beleid van zero tolerance te voeren. We kunnen niet uitsluiten dat mensen zijn aangehouden die er niets mee te maken hadden. Maar Veen is Veen. Er waren aanwijzingen dat dit een georganiseerd treffen was. Er waren geen of heel weinig mensen die in dat café nietsvermoedend zaten te klaverjassen.”

Bewoner Albert Honcoop: „Er zijn voor die autobrand midden in de nacht allerlei mensen opgetrommeld. Je had daar gewoon niet moeten zijn.”

Wat vindt de wetenschap? „Tja”, zegt Nico Kwakman, universitair docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „De politie heeft doorgaans speelruimte om zo te handelen. Dit is in het verleden ook wel vaak gebeurd bij demonstraties.”

Toch lijkt het dat de politie wel erg ferm optrad tegen de arrestanten. Twee jongens vertellen dat ze twee uur moesten wachten voordat ze om vier uur ’s nachts werden vervoerd naar de parkeerplaats van een politiebureau in Breda. In de volle, hete bus moesten ze vervolgens twaalf uur wachten tot er de volgende middag plaats voor hen was gevonden, in Alphen aan den Rijn.

„Schrijnend”, vindt Kwakman. „De politie is gehouden fatsoenlijk te handelen en arrestanten zo spoedig mogelijk naar een politiebureau te brengen. De vraag is of de politie haar uiterste best heeft gedaan om daarvoor te zorgen. Kennelijk was er nergens plaats.”

Een woordvoerder van het parket zegt dat niet was voorzien dat er zoveel mensen zouden worden aangehouden. „We konden de arrestanten niet allemaal in Brabantse cellen kwijt. De jaarwisseling moest nog beginnen en we hadden die capaciteit nodig.”