Hoe zeg ik dat mijn collega stinkt?

Na anderhalf jaar stopt de rubriek De Kwestie, over geschillen en lastige situaties op het werk // Wat blijkt? // We durven nauwelijks de waarheid te zeggen tegen collega’s

illustratie tjarko van der pol

We ergeren ons dood aan onze collega’s. Dat is een van de conclusies die je kunt trekken na anderhalf jaar lastige situaties behandeld te hebben in de rubriek De Kwestie.

De meer dan vijftig arbeidskwesties zijn grofweg onder te verdelen in drie groepen. Allereerst zijn er de problemen van zzp’ers, ten tweede blijken werkgevers en werknemers vaak slecht te weten wat hun rechten en plichten zijn en ten derde – dat is gelijk de grootste groep – ergeren we ons dood aan onze collega’s. En dat durven we eigenlijk niet uit te spreken.

De ene collega schiet Crocs aan op het werk, de ander laat het toilet vies achter of moet altijd geld lenen en dan is er ook nog die collega die te pas en te onpas zijn hand op haar schouder legt. Om het nog maar niet te hebben over de collega’s met kinderen, die een beetje gaan kolven in de printerkamer, die de vakanties in het hoogseizoen opeisen of iedere week een ziek kind hebben. We zitten ons maar te verbijten achter het bureau, maar we zeggen niks.

Zzp’ers in de knel

Voor niks werken, gezeur om vriendendiensten, inbreuk op het auteursrecht en problemen met acquisitie; de beginnende zzp’er zit vol vragen, zo bleek in menig kwestie. Ze zijn kwetsbaar en hebben niet de juridische, administratieve of commerciële ondersteuning waar ze soms zo om zitten te springen. In hun poging een voet aan de grond te krijgen zeggen ze te makkelijk ‘ja’ tegen opdrachtgevers die misbruik van ze maken. Op de vraag of je als freelancer soms iets voor niks moet doen, zei freelance journalist Karin Sitalsing: „Voor niks werken is gewoon vrije tijd en dan kun je maar beter naar de film gaan met je vrienden.”

In bijna alle gevallen bleek dat heldere communicatie de problemen kon voorkomen. De fotograaf wiens werk was verminkt had gewoon algemene voorwaarden moeten meesturen en de winkelier die een om korting zeurende klant had, kreeg van salesgoeroe Jos Burger te horen dat het helemaal niet slecht was om eens iemand naar een collega door te sturen. „Je moet geloofwaardig zijn in je prijsbeleid. Als niemand korting vraagt dan ben je te goedkoop.”

Wat zijn de regels?

Verschillende lezers wilden weten wat nu precies hun rechten waren. Of ze op zondag moesten werken, wanneer ze duidelijkheid hoorden te krijgen over hun tijdelijke contract en of dat hoofdstuk over het concurrentiebeding in het arbeidscontract serieus was? De werknemer blijkt vaak meer rechten te hebben dan hij denkt, maar blind het arbeidscontract tekenen is nooit een goed idee, bleek in de twee kwesties over concurrentiebeding.

Hoogleraar arbeidsrecht Cees Loonstra stelde dat veel werknemers zich een aardig probleem op de hals halen door zonder morren het arbeidscontract te tekenen. „Je kunt wel denken dat een kantonrechter een streep zet door zo’n concurrentiebeding, maar dat is niet altijd zo.”

De Amerikaanse claimcultuur blijkt nog niet te zijn overgewaaid naar Nederland, zo bleek uit het contact met de juristen. Hoe meer conflicten, hoe meer werk, zou je denken, maar menig jurist zei dat gelijk hebben iets anders is dan gelijk krijgen. Volgens de letter van de wet had de werknemer soms gelijk, maar het onderste uit de kan willen halen leidt niet altijd tot een prettige werksfeer. Je kunt via de rechter altijd je gelijk halen, maar dat verziekt wel de arbeidsomstandigheden.

Crocs aan op het werk

Wat de werksfeer pas echt verziekt zijn irritante collega’s. En die komen in verschillende soorten en maten. In de behandelde kwesties waren ze gierig, vies, handtastelijk, onhandelbaar, incompetent en zagen ze er niet uit. Het laatste geval ging over een kantoormedewerker die op zijn werk Crocs aandeed en een vissersjasje aantrok om dan achter de computer plaats te nemen.

De vrouwelijke lezer die een collega had die haar altijd zat aan te staren en te pas en te onpas een hand op haar schouder legde, kreeg het advies om de man apart te nemen en duidelijk te vertellen wat haar onvrede was. „Dat durf ik niet”, zei ze toen ze het advies van de deskundigen las. „Is er geen vertrouwenspersoon die dit op kan lossen?” Dat blijkt vaker de wens bij de vele arbeidskwesties. Het is te eng om de collega aan te spreken op handtastelijkheid, gierigheid, viezigheid of onkunde. „Zodra je kritiek inslikt gaat het een keer escaleren”, zei hoogleraar organisatieverandering Rob van Eijbergen van de Rijksuniversiteit Groningen in een kwestie over een incompetente collega. „Aankaarten is heel belangrijk, maar doe dat wel neutraal, zonder emotie. Blijf bij de feiten die je constateert. Ga niet roepen: jij doet dit niet goed!”

Dat advies werd talloze malen gegeven. Wijs nooit met de vinger bij het aanspreken van een collega. Zeg wat jij ervaart en niet wat die collega fout doet – dat leidt tot een woordenwisseling.

Maar de deskundigen zijn het niet over alles eens. De eerder genoemde hoogleraar organisatieverandering Rob van Eijbergen zei dat collega’s elkaar zelfs mogen aanspreken op zaken waar zij niet over gaan. „Zodra jij je er druk over gaat maken, moet je er iets van zeggen.”

Daar dacht Joep Schrijvers, organisatieadviseur en auteur van Hoe Word Ik Een Rat anders over. „Zorg voor een goede toon. Maar ga je niet met zaken bemoeien die jou niks aangaan. Je moet niet de aap op schoot nemen als die niet op je schoot komt.” Volgens Schrijvers moeten we ook niet te veel klagen over collega’s, bazen, regels en klanten. Wie verder wil komen slikt weleens wat in. „Jij wordt betaald om op je rug te gaan liggen als het nodig is. Je mag één keer klagen bij de baas, doe je het vaker dan kom je te boek te staan als het klaagtype. Dat is niet best voor je toekomst.”