Hé, waarom staat die back vrij in de cirkel?

Lange tijd pionierde de hockeywereld met het gebruik van videoanalyses. Nu is het zelfs in het voetbal gewoon.

Foto ANP

De linkerhand van Lars Gillhaus gaat razendsnel over het speciaal geprepareerde toetsenbord, zijn rechterhand bedient de camera. Elke relevante spelsituatie legt hij vast via een toets, zodat het moment na de wedstrijd direct is terug te vinden. Cirkelpenetratie Australië. Overname Argentinië. Cirkelpenetratie Argentinië. Gele kaart Australië. Strafcorner Argentinië.

Op deze heiige dag in New Delhi filmt hij, hoog in de nok van het stadion, vier interlands op rij: niet alleen Nederland, ook de concurrentie. Het was wel eens gekker: tijdens de Spelen van Londen (2012) filmde Gillhaus in twaalf dagen alle hockeyduels: 78 om precies te zijn. En hij ‘deed’ sinds 2001 zo’n 26 Champions Trophy’s. „Ik kom wel uit op een paar honderd per jaar”, zegt hij tijdens de rust. In een zee van snoeren, laptops en andere apparatuur om hem heen komen ook zijn collega’s uit zeven concurrerende landen even op adem.

Videoanalyse, het statistisch en tactisch ontrafelen van de sterktes en zwaktes van sportploegen en hun tegenstanders, is niet meer weg te denken uit de sportwereld. Dat geldt zeker in het Nederlandse hockey, waar oud-bondscoach Hans Jorritsma in 1990 al pionierde met filmopnamen. „Toen was het nog spoelen, knippen en plakken”, zegt Gerold Hoeben, videoanalist van de hockeymannen. „De cameraman was toen zwaar de sjaak: nooit voor drie uur ’s nachts klaar.”

Inmiddels doet elke Nederlandse hoofdklasser dit. Geen cornervariant is meer nieuw. Voor Nederland levert Gillhaus de ruwe data, Hoeben maakt met assistent-bondscoach Eric Verboom dagelijks de analyses waarmee bondcoach Paul van Ass zijn spelers in een half uurtje bijpraat over wat goed en fout ging. Of bijvoorbeeld hoe de Argentijnen hun spits Lucas Vila gebruiken.

Neem Mink van der Weerden, strafcornerspecialist van de Nederlandse ploeg. Voor het duel tegen Duitsland, eerder vandaag, nam hij op de hotelkamer van Hoeben nog even de laatste Duitse corners door. „Ik kijken dan even hoe de tegenstander in de laatste wedstrijden uitliep, wat de keeper doet”, zegt hij voor de kwartfinale. „Dan krijg je een gevoel waar de keeper veel pakt, of waar hij wat minder is. Daarmee maak je een plan voor je eigen corner. Op video zie je meer patronen dan wanneer je zelf speelt.”

De analyses leveren soms zeer bruikbare informatie op over de speelstijl van tegenstanders. Maar de hoeveelheid data is onbeperkt, dus het is zaak de spelers alleen het hoogst noodzakelijke te laten zien. De grootste valkuil is dat je een speler overbelast met informatie, weet Hoeben. „Hij moet wel gewoon hockeyen.”

Maar hij legde de afgelopen jaren ook de tactische zetten van rivaal Duitsland bloot, waarmee Nederland al lange tijd worstelt. Een Nederlands ‘hockeytrauma’ is nog altijd de uitschakeling in de halve finale van de Spelen in Beijing (2008), waar verdediger Phillip Zeller in de laatste minuut plotseling vrij stond in de Nederlandse cirkel en 1-1 maakte. Met strafballen ging Nederland ten onder.

Hoeben zag dat de Duitse rechtsback vaker via de linkerkant voor het Nederlandse doel verscheen. „Ze deden het ook al in het begin van de wedstrijd één of twee keer. Staat er ineens iemand vrij in onze cirkel. Dat doen ze nog steeds. Daar moet je een antwoord op vinden.”

De aanpak mag steeds meer wetenschappelijke trekjes vertonen – het blijft sport. Mensenwerk, waarbij dingen goed gaan en fout. Hoeben zag het deze week in New Delhi nog eens, toen Nederland met 5-2 werd verslagen door Argentinië. „Wij hadden van tevoren laten zien hoe Lucas Vila voorin elke keer vrij komt te staan door zo’n verschrikkelijk harde pass vanuit hun achterhoede. In de voorbespreking zat alle shit al die Argentinië later in de wedstrijd uitrichtte, maar je kunt het alleen voorkomen als je in het veld staat. Je moet die situaties ook herkennen.”

Op de bovenste rij van het hockeystadion staat video-operator Gillhaus na de rust weer te filmen. Dertien jaar geleden haalde hij de krantenkoppen toen hij voor Marc Lammers een speciale videobril had uitgevonden, waarmee de bondscoach realtime strafcorners kon terugkijken. „Die nieuwe technologie werd voor het eerst gebruikt in de hockeywereld”, zegt Gillhaus, broer van voormalig PSV-voetballer Hans Gillhaus.

Ook in veel conservatievere voetbalwereld is de videoanalyse inmiddels ingeburgerd – dankzij een hockeyer, Max Reckers. Die werd ooit door Louis van Gaal naar AZ gehaald en kwam via Bayern München terecht bij het Nederlands elftal. „Max kan het meest van iedereen met deze software”, zegt Gillhaus.

Hoewel de vraag vanuit het voetbal groeit, blijft Gillhaus liever in de hockeywereld. Van Tucumán in Argentinië naar New Delhi in India, soms is hij zes of acht weken achtereen onderweg. Misschien wil hij er nog eens over nadenken als PSV bij hem aanklopt. „Ik heb een PSV-hart, maar ik denk niet dat zij komen. Bovendien: een voetbalclub heeft alleen een eerste elftal. Nu werk ik voor twaalf nationale teams van de hockeybond en bestrijk ik de hele wereld.”