film

Arte, 20.15-21.45u. (aansluitend documentaire over Jean Seberg)

Eenieder die ooit À bout de souffle (1960) zag, is het nooit vergeten: de prachtige scènes waarin de kortgeknipte Jean Seberg de New York Herald Tribune verkoopt in de straten van Parijs. Ook het om elkaar heen draaien van een Seberg en Jean-Paul Belmondo in een kleine hotelkamer levert fijnzinnige erotiek op. Belmondo vergelijkt haar met een portret van Renoir en doet daarmee precies hetzelfde als regisseur Jean-LucGodard, die als een verliefde kunstenaar zijn model Seberg portretteert in fraaie kaders, het liefst in spiegels of tegen een witte muur waarop schilderkunst van Picasso en Klee hangt.

Jean Seberg (1938-1979) werd op jonge leeftijd ontdekt door Otto Preminger, die haar castte in Saint Joan (1957) en Bonjour tristesse (1958); films waarover Godard als filmcriticus lovend schreef, vooral over Seberg. Dus besloot hij haar te vragen voor zijn debuutfilm, hét startpunt van de Nouvelle Vague.

Sebergs leven eindigde tragisch. Ze pleegde zelfmoord nadat ze door de FBI valselijk was beschuldigd van een liefdesaffaire met een lid van de Black Panthers, de militante Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging die zij steunde.