Even dimmen

Utrecht is een levensgevaarlijke stad. Om de haverklap flitsen er zwaailichten voorbij. Elke tien minuten, om precies te zijn. Want de nieuwe vervoerder Qbuzz heeft al zijn ‘U-bussen’ uitgerust met veel te felle ledlampen die de lijnnummers weergeven. Koud blauw licht, dat sinds december voorbijgangers verblindt en automobilisten voor de gek houdt: ze sturen de berm in omdat ze een ambulance of politieauto in hun achteruitkijkspiegel menen te zien.

De hulpdiensten waren not amused: straks zijn automobilisten zwaailichtmoe en wijken ze niet meer uit als er ècht een ambulance met haast aan komt.

Deze week beloofde Qbuzz beterschap. Het is te duur om de ledlampen te vervangen (de 143 Mercedes-Benz Citaro bussen kosten al 250.000 tot 350.000 euro per stuk). In plaats daarvan schroeft Qbuzz de lichtintensiteit terug van 100 procent naar 80 procent.

Maar dimmen helpt niet, bij leds. Het licht blijft koud en blauw. Vanuit je ooghoeken denk je nog altijd dat er een ziekenauto aankomt – pas daarna blijkt dat voor deze ambulance een OV-chipkaart nodig is.

Nederlanders zijn erg gevoelig als het gaat om kleurtemperatuur. We zijn groot geworden met warme gloeilampen. Inmiddels verboden energieverspillers, maar wel gezellig. Een gloeilamp heeft een kleurtemperatuur van 2.700 K (Kelvin): visioenen van ganzeborden op zondag en een tafel met een dampende pan boerenkool. Buiten huilt de wind.

De eerste generatie ledtechnologie kreeg dat knusse gevoel niet voor elkaar. Bijvoorbeeld: door twee goedkope led-strips van de Ikea lijkt mijn keuken in het voorbijgaan net een cafetaria. Die lampen stammen nog uit de begindagen van de ledrevolutie, toen alleen witte leds voldoende lichtopbrengst hadden. Veel mensen koesteren daarom nog een vooroordeel over digitaal licht: het is zuinig, maar net niet gezellig genoeg.

Dimmen is een kunst, zeggen ze bij Philips. In een moderne ledlamp zorgt een minicomputer ervoor dat het licht ‘warmer’ wordt als je de lamp dimt. Bij de witte leds worden andere kleuren leds vermengd, in de juiste verhoudingen. High tech waarvoor je al snel 25 euro per lamp betaalt.

En het kan nog luxer. Vorig jaar bracht Philips het Hue-systeem uit, oftewel personal wireless lighting. Een setje led-lampen die je met een smartphone of tablet bedient om je huiskamer te verlichten in alle kleuren van de regenboog – 16 miljoen om precies te zijn. Alleen te koop als übergadget in de Apple Store (199 euro).

Afgelopen maand werd de nieuwe Hue Storylight (110 euro) voor een test thuisbezorgd. Het is een variant op dezelfde techniek, maar dan bedoeld voor kinderen met luie ouders.

Je – beter gezegd: je kind – bladert op de iPad door een elektronisch boek van Disney. Een vriendelijke Engelse stem leest een verhaaltje voor en bij elke nieuwe pagina Doornroosje of Sneeuwwitje past de kleur van de lamp zich aan.

De slaapkamer wordt het decor van de sprookjeswereld. Wow!, zei dochterlief dus, al was het maar omdat deze Hue-lamp twee enorme Mickey Mouse-oren aangenaaid kreeg. Er moesten prompt extra verhaaltjes besteld worden, voor 1,80 euro per sprookje.

De Storylight is niet alleen kinderspeelgoed. Het Hue systeem is nu opengesteld voor If This Than That (ifttt.com), een van de leukste uitvindingen op het web. IFTTT koppelt activiteiten van online diensten aan elkaar. Omdat Hue-lampen verbonden zijn met je netwerk, kun je bijvoorbeeld de lampen in huis laten knipperen als er nieuwe mail binnen komt, iemand je berichten retweet, het in Leeuwarden begint te vriezen of de koers van Philips onder de 25 euro zakt. En als je huiskamer plotseling blauw wordt? Dan komt er gewoon een bus voorbij.