Een lawine saaie, wezenloze en waardeloze films

Hou er toch mee op, al die „wezenloze, saaie en waardeloze films”. Ze leiden de filmpers af. Ze overweldigen het publiek.

Filmcritica Manohla Dargis publiceerde vorige week een hartekreet in The New York Times. Val ons niet langer lastig met je charmante kleine rotfilms. Haar krant moest vorig jaar al bijna 900 filmrecensies plaatsen.

Die filmlawine is niet de schuld van Hollywood: het studioaanbod krimpt juist tot een gering aantal dure ‘blockbusters’. De aanwas zit bij de ‘Indies’, onafhankelijke filmmakers die vaak even een filmdoek afhuren voor de recensie, schrijft Dargis. Zodat de film daarna met enig prestige in de filmsoep van televisie, dvd en Netflix plompt.

Is het in Nederland ook zo bar? Vorig jaar kwamen er 369 films uit, twintig jaar geleden waren dat er 205. Een deel daarvan is louter op het grote doek te zien om subsidies te incasseren of als bijvangst: de distributeur moest de titel kopen om een andere, wel gewenste film binnen te halen.

Wat Dargis niet vermeldt, is de echte reden voor de speelfilmexplosie: omdat het kan. Door de digitalisering. In Side by Side, een panoramische, heldere documentaire, bezoekt acteur Keanu Reeves de groten van de filmwereld om te kijken wat digitaal opnemen, monteren, distribueren en vertonen van film veranderd heeft.

Hoewel Reeves de nobele conclusie trekt dat celluloid en digitaal nog lang zij aan zij voortbestaan, wijzen zelfs de argumenten van celluloidfans als Christopher Nolan daar niet op. Digitalisering maakt alles sneller, kleiner, goedkoper, beter en gevoeliger. Voor celluloid pleit zo langzamerhand alleen nog weemoed naar de geur van chemische baden, ratelende projectors of sfeervolle krasjes en tikjes. Dat analoog sloom, duur en vervuilend is, is voor die nostalgici een verdienste: dat maakt het denkproces traag en diep en de film dus beter. Zoals je op de trekschuit erg van de omgeving genoot en fijne gesprekken had. Je ziet ze nog maar weinig rondvaren.

Digitaal brengt spotgoedkope camera’s en montagesoftware waarmee elke filmstudent zijn eigen speelfilm kan maken. En daarna kan projecteren zonder dure filmspoelen: een harde schijf volstaat. Iedereen kan films maken. Wezenloze, saaie en slechte films, dat ook.

Critici als Dargis moeten eraan wennen dat de bioscoop, de kerk van de 20ste eeuw, snel verandert. De bioscoop van de toekomst kent allerlei formaten, van IMAX tot minizaaltjes die je met vrienden afhuurt. En vloeibare programmering. In Side by Side zegt David Lynch: „Iedereen heeft al eeuwen papier en een potlood, maar hoeveel literatuur levert dat op?” Literaire recensenten bespreken maar een fractie van de boeken die uitkomen. De filmkritiek kan daarvan leren.