De meest verfilmde schrijver ooit

Meer dan 400 films zijn er gemaakt naar de toneelstukken van William Shakespeare. De ‘denkende’ Britse acteerlegende Laurence Olivier zette jarenlang de toon. Langzaam maar zeker lieten filmmakers de wetten van het toneel achter zich.

De zinnen van Shakespeare zeggen alsof de acteur ze op dat ogenblik bedenkt. Dat ‘denkende acteren’ van de Brit Laurence Olivier is decennialang de maatstaf geweest voor de acteerstijl van de drama’s en komedies van Shakespeare in de filmkunst. Zijn regie en vertolking van Hamlet uit 1948 bewezen dat verfilmingen van Shakespeare even fris en levendig kunnen zijn als opvoeringen in het theater. Sterker nog: toneelliefhebbers uit die tijd werden door moraalridders gewaarschuwd voor de levendigheid van een Shakespeare op het witte doek. Oliviers vertolking werd ‘viriel’ en ‘sexy’ genoemd. Dat is een opvallend element uit de besprekingen van destijds. Shakespeare in de film was sexy. En als gevolg daarvan dreigde film het theater over te nemen. Alsof de getormenteerde Hamlet, verstrikt geraakt in wraakgevoelens jegens zijn oom en moeder, op de bühne zo koud en seksloos was.

Zover is het nooit gekomen. Opvoeringen van Shakespeares werk in het theater en de verfilmingen ervan zijn altijd gelijk op blijven gaan. Met ruim vierhonderd verfilmingen van zijn toneelstukken is Shakespeare de meest verfilmde auteur ooit. Al rond 1900, toen de stomme film zijn entree maakte, was Shakespeare geliefd bij cineasten. Dat is begrijpelijk. De plots van zijn toneelwerk zijn volmaakt geschikt voor film. Ze zijn spannend, er zitten veel scènewisselingen in en de locaties zijn aanlokkelijk. Kasteelinterieurs, scènes in bos en slagveld, exotische oorden, verre steden, wilde zeeën en afgelegen eilanden. Shakespeare is beslist de eerste scenarioschrijver ter wereld. Als we de verfilmingen bezien, lijkt het of Shakespeare schreef met de mogelijkheden van film in gedachten. Zijn theaterkunst is filmkunst.

De vroegste verfilmingen bezitten een hoge mate van schouwburgstijl. Ze zijn vaak statisch, tekstgericht en zoomen in op de acteerprestaties. Film was een verlengstuk van het theater. Kijk bijvoorbeeld eens naar A Midsummer Night’s Dream (1935) in de regie van Max Reinhardt of de verfilming van dezelfde komedie uit 1968 in de regie van Peter Hall. Dat is verfilmd toneel, alsof de toeschouwer in de schouwburgzaal zit en naar het getoonde kijkt via het oog van de camera. Het zijn getrouwe weergaven van het origineel, gefilmd op als echt lijkende locaties in quasi-historische kostuums. Wel is historisch bij Shakespeare eigenlijk altijd negentiende-eeuws en zelden of nooit zijn eigen tijd, de vroege Renaissance.

Een hoogtepunt in die toneelmatige traditie vormt King Lear uit 1953 met Orson Welles in de titelrol. Veel dramatische beelden, groepsscènes en dreigende kasteelmuren. De camera accentueert de expressie van de gezichten. Welles is een woedende Lear met machtig postuur. De waanzinscène op het heideveld is groots gemonteerd met hevige effecten in wolkenpartijen. De invloed van Oliviers aan taal toegewijde speelstijl zette zich lang voort. Acteur en regisseur Kenneth Branagh is Shakespeare-kampioen met meerdere verfilmingen, waaronder Hamlet (1996). Briljant en vooral zeer symbolisch is de befaamde ‘to be or not to be’-monoloog die Branagh staand voor de spiegel speelt.

Ondertussen verlaat de film de schouwburg en richten filmregisseurs zich op buitenscènes. Een van de extreemste bewerkingen van het origineel is de Lear die Jean-Luc Godard in 1987 filmde op de Bahama’s. Deze sciencefictionversie speelt zich af in een setting die de kernramp van Tsjernobyl oproept. Co-scenarist Peter Sellars vertolkt hierin een geestige rol als Shakespeare junior de vijfde. King Lear bracht de Japanse regisseur Akira Kurosawa in 1985 op de gedachte Ran te herscheppen met drie zonen in plaats van drie dochters, nadat hij decennia eerder al zijn visie had gegeven op Macbeth in Throne of Blood (1957).

Historisch of niet-historisch, dat is de vraag bij elke Shakespeareverfilming. Getrouw of vrijgevochten. Een revolutionair, magisch monument van een vrijgevochten Shakespeare is Prospero’s Books (1991) in de regie van Peter Greenaway met John Gielgud in de hoofdrol. Greenaway vertelt geen doorlopend verhaal maar geeft associatieve beelden, opgeroepen door illustraties uit het tovenaarsboek van Prospero.

Aan de film ligt The Tempest (De storm) ten grondslag, misschien wel Shakespeares rijkste tekst, over de ontdekking van de nieuwe wereld. En dan, in 1998, maakt Shakespeare zelf zijn entree als filmheld in Shakespeare in Love geregisseerd door John Madden. Deze wervelende film met Joseph Fiennes als ‘Will’ Shakespeare heeft een ijzersterk verhaal. De toneeldichter mist inspiratie, totdat hij een auditie bijwoont voor een nieuwe komedie die Romeo en Julia gaat heten en diep onder de indruk raakt van een acteur. Deze ‘hij’ blijkt een vrouw, de welgestelde Viola. Zij brandt van verlangen om aan het toneel te gaan, maar in Shakespeares tijd was dat ondenkbaar. Vrouwen mochten geen toneel spelen. Vandaar de travestie. Gwyneth Paltrow als Viola vertolkt een prachtige rol: als ze Julia speelt in de film is ze een raadselachtige, androgyne schoonheid. Ze is tijdloos en tegelijk van deze tijd. Zij verenigt de theater- en filmkunst. Rond 1590 inspireerde een toneelschrijver tot een onweerstaanbare filmrol van ruim vier eeuwen later.