DDR: bloed gevangenen verkocht in het Westen

Gevangenen in de DDR werden in de jaren tachtig gedwongen bloed te geven dat door de autoriteiten werd doorverkocht in het Westen. Dat concludeert de Duitse historicus Tobias Wunschik in een ongepubliceerd onderzoek dat hij deed in opdracht van de BStU, de beheerder van de archieven van de Oost-Duitse staatsveiligheidsdienst Stasi.

De DDR had destijds grote financiële problemen en was voortdurend op zoek naar westerse valuta. Het paste volgens Wunschik in „de logica van het systeem” dat men de gevangenen niet alleen dwong om te werken, maar ook hun bloed doorverkocht.

In zijn onderzoek, getiteld Knastware für den Klassenfeind (bajesgoederen voor de klassenvijand), concludeert Wunschik dat in ieder geval in de gevangenis in Gräfentonna (Thüringen) en in de Waldheimgevangenis in Saksen gedetineerden bloed afstonden dat via een Zwitserse tussenhandelaar bij het Beierse Rode Kruis belandde. Wunschik heeft geen aanwijzingen gevonden dat ook in andere gevangenissen bloed werd gedoneerd.

In het programma Report Mainz, van de Duitse omroep ARD, vertelt een vroegere bestuurder van de DDR-dienst voor bloeddonaties dat zijn mensen geregeld naar de Gräfentonna gevangenis gingen. „Dat loonde de moeite, want er waren altijd wel zestig tot zeventig donoren.”

Uit de Stasiarchieven blijkt dat sommige verpleegsters argwaan kregen en weigerden mee te werken. „Ze worden vast en zeker allemaal gedwongen”, zouden verpleegsters volgens een Stasimedewerker hebben gezegd.

Wunschik beschrijft in zijn onderzoek ook hoe de gevangenen moesten werken voor westerse bedrijven – onder andere Ikea, Aldi en Volkswagen. Daarmee zou de staat jaarlijks 200 miljoen D-Mark hebben verdiend.