Britten, we mogen alles van ze weten

Zonder een zuchtje ophef wordt in Engeland een elektronisch patiëntendossier ingevoerd // Er is niets mis met het uitwisselen van data, is de publieke opvatting Zolang niemand maar naar je ID vraagt

Ik had de folder bijna weggegooid. Hij zat tussen de aanbiedingen voor pizzabezorging, schoonmaaksters en klusjesmannen, die ondanks een ‘nee-nee’-sticker op de deur maar blijven binnenkomen. ‘Betere informatie betekent betere zorg’, stond erop. Met daaronder in kleinere letters: ‘Deze folder bevat belangrijke informatie over uw patiëntendossier.’

De Engelse National Health Service informeerde me dat de instellingen die onder hem vallen, van huisarts tot ziekenhuis, in de lente mijn gegevens onderling zullen gaan uitwisselen, en ook nog eens gaan delen met „diegenen die welzijnswerk en gezondheidsdiensten plannen, alsmede met onderzoekers en organisaties buiten de NHS”.

Kortom, een elektronisch patiëntendossier. Maar waar in Nederland de ophef in de politiek en onder huisartsen zo groot was dat de introductie van het EPD in eerste instantie werd uitgesteld, is het hier nagenoeg stil.

Uitwisselen van data

Het toont het verschil in privacybeleving tussen de Nederlanders en de Britten. De laatsten hebben weinig moeite met uitwisselen van data. De onthullingen dat de geheime diensten al het dataverkeer onderscheppen, leidde voornamelijk onder lezers van The Guardian, die met de onthullingen kwam, tot ophef. Hetzelfde geldt voor de enorme hoeveelheid bewakingscamera’s – volgens de laatste berekeningen 5,9 miljoen in totaal, één voor elke elf burgers.

Maar wat vorige week wél voor onrust zorgde, was een voorstel van de Kiescommissie om kiezers zich bij de stembus te laten identificeren. Dat zou stemfraude tegengaan. Nu hoef je slechts je naam te noemen, niemand in het stemkantoor die controleert of jij ook daadwerkelijk jij bent. Maar vicepremier Nick Clegg noemde het een „onliberale inmenging in het leven van burgers”.

Het verplicht meenemen van je stemkaart zou volgens hem grenzen aan het dragen van een identiteitsbewijs, en dat zou een schending van de privacy van de burger zijn. Alleen in de Eerste en Tweede Wereldoorlog hadden de Britten een ID-kaart bij zich. Een plan van de regering-Blair om – na de terreuraanslagen van 7/7 – identiteitsbewijzen in te voeren (nog niet eens om het dragen verplicht te stellen), werd door de huidige regering in 2010 onmiddellijk teruggedraaid. Alleen de barman durft je hier om een ID-bewijs te vragen: en dan alleen nog om te controleren of je minderjarig bent.

Volgens Britten is er een logisch verschil tussen een identiteitsbewijs en het EPD. Het eerste geeft de staat macht, en die kan makkelijk worden misbruikt. Een ID-kaart druist in tegen de traditie van persoonlijke vrijheid, het is een totalitaire maatregel die onverenigbaar is met de burgerlijke vrijheden van de Magna Carta. Zonder ID ben je vrij te zijn wie jij bent.

Niets te verbergen...

Voor de bewakingscamera’s en de dataverzameling van de geheime diensten geldt het tegenovergestelde. De Brit heeft weinig problemen met maatregelen die de vrijheden van anderen beperken voor het algemeen belang. Als je niets te verbergen hebt, hoef je niets te vrezen.

Voor het EPD geldt dat de data „ziektes kunnen voorkomen”. Bovendien wordt de NHS door tweederde van de Engelsen volledig vertrouwd. Ondanks talloze schandalen over gesjoemel met dossiers, verwaarlozing in ziekenhuizen, verkeerde diagnoses en onjuiste medicijnen. En hoewel het ook hier om een overheidsinstelling gaat. Alleen het leger en padvinders worden meer vertrouwd.

Emma Carr van lobbygroep Big Brother Watch denkt bovendien dat de meeste mensen niet eens weten dat er een EPD wordt aangelegd. Ze noemt in een e-mail de folder ‘een luie poging tot informatievoorziening’.

De folder informeert bezorgde burgers: ‘Uw keuze beïnvloedt uw gezondheidszorg niet.’ En: ‘De dossiers zitten in een beveiligd systeem, zodat uw identiteit is beschermd.’ Bij de NHS werken 1,4 miljoen mensen.