Antisemieten hebben in Polen heus geen vrij spel

Pas op met ongenuanceerd oordelen over wijdverbreide Jodenhaat in Polen, schrijft Iwona Gusc. Kritiek op de antisemieten is er ook.

In deze krant schreef Michal Korzec onlangs over het alom levende antisemitisme in Polen. Hij stelde dat de helft van de Poolse bevolking antisemitisch denkt en dat terwijl „volgens de wetten van de logica antisemitisme in Polen al lang uitgestorven zou moeten zijn.”

Immers: Voor de oorlog was Polen het land met de grootste Joodse gemeenschap van Europa. In de jaren 1939-1945 werden de Poolse Joden nagenoeg volledig uitgemoord. Nu wonen er slechts enkele duizenden Joden; dat zijn er heel wat minder dan de antisemieten. De Polen houden zich blijkbaar niet aan de wetten van die ‘logica.’ Met of zonder Joden, concludeert Korzec, zijn zij antisemitisch; dat waren ze en dat zullen ze blijven, daar is weinig aan te doen.

Korzec heeft in zijn stuk een belangrijke kwestie te pakken, want inderdaad is het zorgelijk dat het antisemitisme door een groot deel van de Poolse bevolking vandaag de dag als ‘cool’ en ‘subversief’ wordt gekoesterd. Maar net zo opvallend is het dat het andere deel van de bevolking daarvan bewust afstand neemt en het antisemitisme afwijst en bekritiseert. Tegenover degenen die er antisemitische ideeën op na houden, staat – volgens in september 2013 gepubliceerd onderzoek– 66 procent van de Poolse bevolking die het antisemitisme expliciet afwijst en/of bestrijdt. In 1992 was dat slechts 37 procent.

De ‘logica’ van het Poolse antisemitisme in de 21ste eeuw wordt voor een deel juist ook door de dynamiek tussen die twee ‘polen’ bepaald. Daar heeft Korzec onvoldoende oog voor. Hij ziet het antisemitisme als een blijvend en haast onveranderlijk element van de Poolse cultuur, terwijl het antisemitisme in Polen net als elders in de wereld aan veranderingen onderhevig is. In plaats van Polen voor de zoveelste keer neer te zetten als een moeras van archaïsch, van generatie op generatie overgeleverd antisemitisme, biedt het meer perspectief om antisemitisme te beschouwen als een uiterst flexibel en telkens evoluerend fenomeen.

De hoogleraar die vorig jaar stelde dat Joden de Holocaust aan zichzelf te danken hadden bleef, anders dan Korzec vermeldt, niet onbestraft. In Polen van voor 1989 had zijn reputatie wellicht onaangetast gebleven, in 2013 werd hij ontzet uit enkele van zijn functies en bleef hij zitten met een ernstig aangetaste reputatie. Juist daarom kon hij vervolgens door publicisten uit nationalistische hoek als slachtoffer van pro-Joodse kringen worden neergezet. En zo gaat het iedere keer: bij discussies over de boeken van Jan Gross, na de première van de film van Wladyslaw Pasikowski over de pogrom in Jedwabne of wanneer voetbalsupporters van antisemitisme worden beschuldigd.

Het antisemitisme in Polen is geen geïsoleerd fenomeen, maar raakt steeds aan het publiek debat en aan politieke discussies. Polen mag dan een land zonder Joden zijn, het is juist het sterk gepolariseerde denken over antisemitisme, de Tweede Wereldoorlog en de plaats van het land in Europa dat het mogelijk maakt dat Joden en antisemitisme zowel de politieke debatten, als de discussies op het internet of gesprekken op de markt kunnen domineren. Die discussies over antisemitisme en Joden worden ook voortdurend gevoerd. Ook in de treincoupé had zo’n discussie plaats kunnen vinden.

Korzec doet alsof antisemieten in Polen een grote mond opzetten, terwijl de rest van de bevolking in stilte luistert als hun medepassagier over een standbeeld voor Hitler fantaseert. Enkele decennia geleden was zo’n opmerking ‘cool’ en hadden de passagiers erom gelachen. De stilte die nu valt als iemand een antisemitische opmerking maakt, is juist daarom ook intrigerend. Die stilte is een protest, dat soms beter werkt dan de antisemiet een bloedneus slaan, zoals Korzec suggereert. Het Poolse antisemitische discours floreert, maar botst ook met de toenemende kritiek erop. Het gaat erom die dynamiek in hedendaags Polen te begrijpen.