Alleen schikken is niet genoeg, zegt Spong

Advocaat Spong wil de schikking tussen Rabobank en justitie openbreken, om claims kansrijker te maken. Zo makkelijk gaat dat alleen niet.

Zal het advocaat Gerard Spong lukken om Rabobank alsnog te laten vervolgen voor de Libor-fraude? Krijgt hij het gerechtshof zover dat de schikking die Rabobank heeft getroffen met Amerikaanse, Britse en Nederlandse autoriteiten wordt opengebroken? Juristen achten het mogelijk, maar ze geven Spong niet veel kans.

Spong behartigt de belangen van stichting Justitia Distributiva, een groep certificaathouders die geen genoegen neemt met de schikking van 774 miljoen euro waarmee Rabobank strafvervolging voor zichzelf en veertien betrokken medewerkers afkocht. Spong is namens hen een zogeheten artikel-12-procedure begonnen, waarin het gerechtshof wordt verzocht om het Openbaar Ministerie opdracht te geven de bank of de medewerkers toch te vervolgen.

Het is onbekend wie de veertien Rabobank-werknemers zijn die onder de schikking vallen. Spong heeft het OM om een afschrift van de schikking gevraagd, maar het OM heeft dat geweigerd. Spong: „Ik ben de procedure in eerste instantie begonnen om het hof te vragen om het OM te bevelen dat afschrift te geven.”

Met die informatie in de hand wil hij proberen de bank als rechtspersoon vervolgd te krijgen, en niet de leden van de raad van bestuur of de betrokken werknemers. „Er zijn waarschijnlijk honderdduizenden of miljoenen gedupeerden. De schade zal in de miljarden lopen. Die kun je makkelijker verhalen op een bank dan op individuen.”

Volgens Huub Willems, bijzonder hoogleraar corporate litigation (procesrecht) en voormalig voorzitter van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam is de procedure „theoretisch een begaanbare weg”. Maar hij wijst er ook op dat het in dit geval moeilijk is om te bepalen wie er schade heeft geleden door de fraude met de Libor-rente. Het tarief is zowel omhoog als omlaag gemanipuleerd, afhankelijk van het belang van de betrokken handelaar. „Consumenten kunnen ook voordeel hebben gehad”, aldus Willems.

Joost Italianer van advocatenkantoor NautaDutilh denkt dat Spong weinig kans van slagen heeft. „Bij dit soort omvangrijke zaken maakt het OM een zeer grondige en zorgvuldige afweging wie er vervolgd wordt. Hier is langdurig over onderhandeld met verschillende overheden en toezichthouders. Dan moet je van goeden huize komen om daar iets aan te doen.”

De rechters zullen niet vatbaar zijn voor het argument dat vervolging nodig is omdat anders sprake zou zijn van klassejustitie. Dat zegt Daan Doorenbos van advocatenkantoor Stibbe. Het sentiment dat witteboordencriminelen minder streng worden aangepakt dan anderen „mag en zal geen rol spelen”, zegt hij.

Doorenbos vraagt zich af of vervolging opportuun zou zijn. „In deze zaak is er natuurlijk niet niks gebeurd. Er is voor een recordbedrag geschikt. De vraag is wat je nog wilt bereiken als je dat ongedaan wilt maken. Een uitspraak in een strafzaak kan een ondergrond zijn voor civiele claims. Maar het staat mensen nu ook al vrij om een civiele zaak te beginnen. Rabobank heeft openlijk het boetekleed aangetrokken.”

Spong heeft tot 29 januari de tijd om zijn klaagschrift bij het gerechtshof in te dienen. Het is onbekend hoe lang het daarna duurt voordat het hof met een oordeel komt.