Zelfde wachttijd, fijnere plek

Na de vernieuwing van de grote stations pakt ProRail nu de kleine stations aan Wachten moet veel aangenamer worden De spoorbeheerder noemt de maatregelen ‘wachtverzachters’

Tochtige, betongrijze perrons, kille draadstalen bankjes en automaten die personeel vervangen. Of je nu op station Rotterdam-Alexander staat of op station Tilburg Universiteit; wachten doe je er liever niet te lang. En dat is reden voor spoorbeheerder ProRail om ruim 25 kleine stations op te knappen.

„Comfort, voorzieningen, reisinformatie. Op de grote stations is dat allemaal goed geregeld”, vertelt Mark Wienbelt, projectmanager stationsvernieuwing bij ProRail. „Maar kleinere stations zijn soms verlaten, hebben geen of geen goede wachtruimtes en scoren minder goed op het gebied van sociale veiligheid. Reizigers ervaren de wachttijd op deze stations soms wel als drie keer zo lang als die in werkelijkheid is.” Hoog tijd voor „wachtverzachters”, zoals ProRail de maatregelen ook wel noemt.

Om het reizen per trein aantrekkelijk te houden en jaarlijks de doelstelling van vijf procent reizigersgroei te halen, bedacht ProRail het project ‘Prettig wachten’. De spoorbeheerder heeft ruim 10 miljoen euro uitgetrokken voor het project, dat gefinancierd wordt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Terwijl het ene station een compleet nieuw stationsgebouw krijgt, wordt bij het andere alleen wat groen toegevoegd. „Elk station is anders en krijgt een oplossing op maat”, aldus Wienbelt. Verschillende architectenbureaus zijn aangetrokken om ontwerpen te maken. Ook is de hulp ingeroepen van lokale ondernemers en kunstenaars.

Het moest functioneel

Ooit was een station nog een ‘poort naar de wereld’. De stationshal moest groots en indrukwekkend zijn, met fraai beschilderde muren en wachtkamers met sierlijke houten banken. Maar in de jaren 60 en 70 maakten de rijk uitgevoerde negentiende-eeuwse stations plaats voor een uitgekleed en sober standaardmodel. De NS wilde meegaan met zijn tijd; de stationsgebouwen moesten modern en functioneel zijn.

Daardoor verdwenen in de laatste decennia authentieke en karakteristieke elementen uit de stationsbouw. Zo werden veel kleine stations de eenvormige, anonieme blokkendozen waar niemand graag in wacht.

ProRail wil verbetering. Van de 25 stations die worden vernieuwd is de helft inmiddels gerealiseerd.

Zo maakte kunstenaar Sanja Medic op station Breukelen een grote mozaïekvloer in en rond de bestaande wachtruimte op het perron. De personages uit het vloerpatroon keren terug in de ornamenten van het plafond van de wachtruimte. De voorstelling van reizende mannetjes moet de forens doen vergeten dat hij aan het wachten is.

Op station Den Haag Moerwijk was tot voor kort niet eens een wachtruimte. Karres en Brands, internationaal ontwerpbureau voor landschapsarchitectuur en stedenbouw, ontwierp twee knaloranje glazen kassen die dienen als wachthuisjes. Reizigers kunnen nu eindelijk beschut tegen regen en wind wachten op de trein. De kassen geven het saaie jaren-negentigstation een eigen gezicht. Middenop de grijze perrons zijn bloemperken aangelegd, die het geheel nog wat meer opfleuren.

In Gorinchem is het station teruggebracht naar de oorspronkelijke architectuur. De stationshal wordt overkapt door het karakteristieke houten vouwdak, de eyecatcher van het station. Doordat de glazen puien aan weerszijden zijn doorgetrokken lijkt het dak boven het station te zweven.

Ontwerpbureau Hollandse Nieuwe maakte daarnaast één ruimte van de stationshal, wachtruimte en de koffiebar; voorheen waren dat verlaten, geïsoleerde ruimtes. De hal is levendiger geworden. De koffiebar, die met sluiten werd bedreigd, heeft nu veel meer toeloop en wordt tegenwoordig gerund door een lokale ondernemer. Wachten kun je als reiziger in Gorinchem op de strak vormgegeven natuurstenen ‘banktafels’ die in de winter verwarmd worden.

Naast aantrekkelijke architectuur en meer comfort is het bevorderen van bedrijvigheid en sociale controle op de stations minstens zo belangrijk. Zo wacht je in het Friese Wolvega tegenwoordig tussen de bloemen bij de plaatselijke bloemenwinkel. In het stationnetje is de wachtruimte omgevormd tot een soort huiskamer waarin de bloemist koffie schenkt en het toilet schoonhoudt. Een mooie oplossing voor een plek waar exploitatie van een aparte kiosk of toilet niet haalbaar is.

Spectaculair is het nieuwe stationsgebouw van Barneveld-Noord, waar je sinds kort kunt wachten in een zeecontainer. NL Architects zette drie containers op een rij en plaatste een twaalf meter hoge container als toren. In het stationsgebouw bevinden zich de wachtruimte, de kiosk, een toilet (onderin de toren) en een kaartautomaat.

Bakjes koffie

De kiosk, waar je terecht kunt voor koffie en thee, wordt gerund door medewerkers van een sociaal werkbedrijf, die tevens toezicht houden op de fietsenstalling.

„Wooh, ik schrik me dood”, reageert Tamara van Wijngaarden (18), zittend achter de toonbank, als de glazen deur van de kiosk opengaat. Haar reactie zegt veel over de hoeveelheid klanten op een dag. Op de toonbank liggen croissantjes en koeken van de lokale bakker. Hoeveel koffie er op een dag wordt geschonken? „Eh... misschien tien koppen koffie per dag?”, reageert Tamara. „Nee joh, wel zeker 20 of 25 bakjes”, corrigeert collega Veronique van der Slikke (24).

„Het is er inderdaad vrij rustig”, bevestigt Albert van Kalsbeek (62) terwijl hij naast zijn vouwfiets wacht op de trein naar Amersfoort. Van Kalsbeek pendelt al acht jaar op en neer naar Barneveld. „Toen ik hier begon was er alleen een perronnetje.” Dat er nu een stationsgebouw is van zeecontainers vindt hij „een hele verbetering”. „Alleen”, voegt hij er lachend aan toe, „de treinen vertrekken zo snel na elkaar, eigenlijk ben je hier veel te kort om er gebruik van te maken.”