Column

Volg de bonus en je vindt bedrog

In een winkelruit in de Amsterdamse Spiegelstraat glinsterde gisteravond opeens een bekend gezicht. Hij tuurde in de etalage van een van de antiquairs. Russische iconen, bleek, toen ik was afgestapt. Ja, hij was ’t. „Onze man in Havana”, zei ik verrast. Lang geleden was dat zijn bijnaam, een verwijzing naar twee van zijn oerliefdes: linkse rakkers én Britse schrijvers. Graham Greene. John le Carré. „Long time no see”, begroette ik ’m.

Hou het kort, zei hij, wetend dat ik van de pers ben. Hij schoot z’n sigaret met een elegant gebaar de goot in en wierp een besmuikte blik richting de Herengracht. „Mag de koning in het paleis op de Dam niet laten wachten.”

„Oh, je bent hier voor die jaarlijkse conferentie van onze ambassadeurs en aanverwante types?”

„Gekkenhuis. Overladen programma. En nog twitteren onderweg ook. Den Haag, Ede, Rotterdam, Binnenhof. Netwerken in de bus. Als het vandaag maandag is, is dit Amsterdam, dat gevoel.”

„En Utrecht, zag ik.”

„O. Je weet het al...? Gesprek van de dag in de bus. We gaan dus woensdag naar de Rabobank. Worden we toegesproken door Rinus Minderhoud, die daar tijdelijk de scepter zwaait. De avond daarvoor mag hij zijn leden overtuigen van het nut van de beursgang van de coöperatie met die certificaten. Zal wel latertje worden. Ik benijd hem niet. Ik sprak ’m wel eens toen ik in Londen was gestationeerd en hij de boedel van de elitebank Barings moest bestieren. Total flop. Barings is door één handelaar in het pak genaaid, de Rabo door een heel legertje. Raar dat die banken dat soort lui niet onder de duim houden. Bij Barings profiteerde iedereen met zijn bonussen van die foute handelaar. Je zou denken dat de financiële wereld toch al lang moet weten wat wij weten: volg de bonus en je vindt bedrog.”

„Stel Rinus de vraag”, zei ik.

Hij keek om zich heen en stak nog een sigaret op. „De sfeer is ongemakkelijk. Héél ongemakkelijk. Met 140 ambassadeurs en consuls-generaal bij een bank op bezoek die net..., die net 774 miljoen euro aan boetes en schikkingen heeft betaald wegens rentebedrog. Alsof we bij wijlen Nico Vijsma, die nog is veroordeeld in de vastgoedfraudezaak, langsgaan voor de actuele stand van zaken over projectontwikkeling. Of bij KPMG, die net geschikt heeft met justitie, over hoe je smeergeld in het Midden-Oosten zó betaalt dat het in de boeken versluierd blijft. O Nederland, mijn vaderland. In een échte bananenrepubliek is het in elk geval nog lekker weer.”

Ik zag ’m rillen. Hij stak weer een sigaret op.

„Maar je begrijpt hoe die dingen gaan”, vervolgde hij. „De trip naar de Rabo was geboekt, toen kwam die fraudezaak. BuZa kon niet terug. De bank afzeggen zou gedoe geven, de bank aandoen is doorbijten. Nu heet het: kijk eens hoe internationaal de Rabo is. Geen Nederlandse bank is door zo veel internationale toezichthouders beboet.”

„Mag het cynisme een toontje lager?”

„Zie het maar als een praktijkoefening diplomatiek crisismanagement. Hoe verdedigt u de belangen van het Koninkrijk in een penibele situatie waarin u moet werken vanaf de verkeerde kant van de publiciteit? Zoals: Wat zegt u tegen Poetin als hij u in Sotsji complimenteert met het wegjagen van homo’s uit een woonwijk.”

Ook deze sigaret vloog richting goot.

„Nog een laatste vraag?” zei hij.

„Wat mist de ambassadeursbus in het programma?”

„Ik zou gezegd hebben: Geert. Geert Wilders. Iedereen in mijn hoofdstad wil weten hoe die man echt is. Maar we hebben een ontmoeting met parlementariërs. Dus, wie weet.”

„Verder nog iets...?”

„De bus bezoekt dolgraag dat nieuwe tv-programma van John de Mol. Utopia. Een nieuwe samenleving bouwen. Daar is veel vraag naar, merk ik. Wordt dé exporthit 2014.”