Videokunst om moderne passant te raken

Een expositie van twaalf kunst-

films op gevels en in etalages aan de Rotterdamse Coolsingel neemt een voorschot op de herstructurering van de straat.

Foto’s Jannes Linders

Deze Sisyfus torst geen steen, maar een blok ijs. We zien hoe de Belgische kunstenaar Francis Alÿs het grote witte blok, dat allengs kleiner wordt, door de straten van Mexico-Stad duwt, trekt, draagt en schopt. Net zo lang tot er een plasje overblijft.

Het is een oefening in overbodigheid en inefficiëntie. En juist daarom is het in de ‘werkstad’ van Nederland een verademing, of op z’n minst een groot contrast.

De film van Alÿs is een van twaalf kunstenaarsfilms die tussen zonsonder- en zonsopgang te zien zijn in etalages en op gevels langs de Coolsingel.

Eerbetoon aan een Avenue heet deze manifestatie van Sculpture International Rotterdam (SRI), de instelling die sinds de Wederopbouw de openbare kunstcollectie van Rotterdam beheert. De films zelf zijn niet nieuw, maar ze zijn wel voor het eerst in deze samenstelling en in de buitenlucht bijeen gebracht.

„De beroemde beelden van Gabo, Zadkine en Moore waren het begin van de verzameling”, zegt hoofd van SRI Dees Linders. „Door de jaren heen zijn er heel wat permanente beelden in de openbare ruimte in Rotterdam geplaatst. Maar tijdelijke, bewegende werken passen veel beter bij deze tijd. Je moet nu veel meer doen om mensen te raken in een openbare ruimte die al één en al prikkels.”

Met deze tijdelijke tentoonstelling loopt de SRI vooruit op de voorgenomen herstructurering van de Coolsingel. Drie van de betrokken kunstenaars – Erik van Lieshout, Han Hoogerbrugge en Arnoud Holleman – zijn Nederlanders, de anderen komen uit het buitenland. Het heeft overtuigingskracht gekost, maar Linders kreeg iedereen mee: van McDonald’s tot het stadhuis, van het Hilton tot C&A, van de Bijenkorf tot de ABNAmro. In dat laatste gebouw ontdekten de organisatoren op het laatste moment dat de beamer die de enorme tekenfilm van Han Hoogerbrugge op de gevel aan de overkant van de straat moest projecteren, achter getint glas zat. Te elfder ure zijn die ruiten door helder glas vervangen. Nu kunnen Mickey, Donald, Brutus, Popeye en vrienden in amechtige zinloze herhaling over de gevel van het Atlanta Hotel buitelen.

Een van de meest indringende films is die van Arnoud Holleman, die opnames gebruikt die in 1959 zijn gemaakt in Staphorst. In korrelige, vertraagde shots zien we hoe vrouwen en meisjes in klederdracht meteen het gelaat van de filmcamera afwenden en zich in bochten wringen om niet het tweede gebod, dat op het maken van beeltenissen, te overtreden.

„De parallel tussen relatief recente Nederlandse geschiedenis en de islam en de joodse cultuur intrigeert me”, zegt Holleman. „Het tweede gebod beschouw ik als bindmiddel tussen mij en de islam: als er ergens een common ground is, dan is het hier. Juist op de Coolsingel, een openbare ruimte als een boulimie van beelden en prikkels, stelt deze film de vraag of we wel echt alles moeten afbeelden. Het Staphorst van de jaren vijftig is een soort black box: ergens in onze cultuur zit het besef dat we niet overal maar beeld moeten op- en aanplakken. Niet alles is in beeld te vatten.”