‘Participatiewet wordt een financieel drama’

De nieuwe Participatiewet roept veel kritiek op. Jongeren met een arbeidsbeperking en gemeenten zijn bang voor hoge werkloosheid.

Het moet een mooi stukje participatiesamenleving worden: de nieuwe Participatiewet die op 1 januari 2015 van kracht moet worden.

Het kabinet wil zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan werk helpen via één gezamenlijke regeling. Een groep van 240.000 Wajongers (tussen 18 en 27 jaar met een arbeidshandicap) wordt tussen 2015 en 2018 herkeurd. De sociale werkplaatsen verdwijnen en gemeenten worden verantwoordelijk voor de begeleiding van arbeidsgehandicapten naar een baan. De wet moet op termijn circa 1,7 miljard euro per jaar besparen.

Maar er is veel kritiek op het wetsvoorstel, bleek gisteren tijdens een daglange hoorzitting met (ervarings)deskundigen in de Tweede Kamer. Vier grote zorgen op rij.

1 Ís er wel werk?

De werkgevers en de overheid hebben samen voor de komende jaren 125.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking toegezegd. Maar de arbeidsmarkt is ruim: Nederland telt na zes jaar crisis ongeveer 650.000 werklozen. Werkgevers staan niet altijd te springen om werknemers met een handicap. Als financiële prikkels wegvallen, zoals de ‘mobiliteitsbonus’ of subsidies voor jobcoaching of aanpassingen op de werkplek, zal de bereidheid verder afnemen, is de vrees. Naar verwachting kiezen werkgevers eerst de arbeidsgehandicapten die het best kunnen werken. Staatsecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken (PvdA) wil pas in 2016 gaan kijken of het nodig is werkgevers te verplichten arbeidsgehandicapten in dienst te nemen.

2 Wordt de herkeuring een drama?

Naar verwachting zullen 100.000 van de 240.000 Wajongers die gekeurd moeten worden, nooit kunnen werken. Zij houden recht op de huidige Wajong-uitkering (75 procent van het minimumloon). Maar als er geen werk is voor de Wajongers die wél kunnen werken, vallen zij terug op een (lagere) Bijstandsuitkering. Veel arbeidsgehandicapten vrezen dan in financiële nood te komen en bijvoorbeeld hun zelfstandige woning te verliezen. Staatssecretaris Klijnsma heeft 100 miljoen euro achter de hand om de overgang naar de Participatiewet voor Wajongers soepel te laten verlopen. Maar voorzitter Ton Heerts van de vakcentrale FNV riep gisteren op de keuring uit te stellen tot er „echte banen” zijn. Het leverde hem in de Tweede Kamer veel kritische vragen op, want de FNV stemde vorig jaar zelf in met de keuring. Ook voorzitter Bernard Wientjes van de werkgeversorganisatie VNO-NCW heeft geen haast met de keuring, zei hij.

3 Kunnen gemeenten het aan?

De 408 gemeenten in Nederland krijgen met de wet meer (financiële) verantwoordelijkheid, met minder (financiële) middelen. Veel gemeenten hebben nog geen idee hoe ze mensen met een arbeidsbeperking aan werk moeten helpen. Met name in kleinere gemeenten zijn weinig geschikte werkplekken. De zorg is hier dat hoge werkloosheid zal leiden tot hogere kosten voor bijstand. De Veendamse wethouder Klaas Steenhuis, die zeven gemeenten in Oost-Groningen vertegenwoordigde, vertelde dat deze regio 1,5 keer zo veel Wajongers en 3,5 keer zo veel mensen in sociale werkplaatsen telt dan het landelijk gemiddelde. De gemeenten verwachten de komende jaren 10.000 mensen naar werk te moeten begeleiden, terwijl er mogelijk maar 1.000 plekken zijn. Een „financieel en sociaal drama”, zei Steenhuis.

4 Hoeveel wordt echt bezuinigd?

De huidige regelingen (Wajong, Wet sociale werkvoorziening en Wet werk en bijstand) kosten de overheid jaarlijks 11 miljard euro. Met de Participatiewet stijgen deze kosten nog steeds, maar 1,7 miljard euro minder. Toch vallen elders ook gaten. De sluiting van sociale werkplaatsen bijvoorbeeld levert het pensioenfonds van deze sector op termijn een tekort op van 490 miljoen euro, aldus het fonds PWRI. En het bureau Onbegrensd, dat werkgevers adviseert bij de selectie van mensen met een arbeidsbeperking, stelde dat de overheid juist 8 miljard euro kan besparen door de wet te schrappen. De wet zou arbeidsgehandicapten juist belemmeren op de arbeidsmarkt – en daarmee de economische groei.