Aanklager in beroep in zaak tegen SS’er Siert Bruins

Siert Bruins bij de rechtbank in Hagen, begin dit jaar. Foto EPA / Rolf Vennenbernd

Het Duitse Openbaar Ministerie gaat in beroep tegen de beslissing van de rechter om de Nederlandse oud-SS’er Siert Bruins niet te veroordelen. Dat heeft officier van justitie Andreas Brendel aan Duitse media laten weten.

Bruins werd vorige week niet veroordeeld voor moord op de Nederlandse verzetsstrijder Aldert Klaas Dijkema. Volgens de rechter is het wel bewezen dat Bruins de verzetsman doodschoot, maar de rechter noemt het doodslag, omdat er niet is bewezen dat het slachtoffer argeloos was toen hij werd doodgeschoten. De termijn voor doodslag is verjaard, waardoor Bruins op vrije voeten blijft.

Aanklager Brendel zei vorige week tegen NRC al dat hij overwoog om beroep aan te tekenen, omdat hij van mening was dat Dijkema wél argeloos was.

“In mijn bewijsvoering liet ik de reeks van gebeurtenissen die leidden tot zijn dood beginnen op het moment dat hij uit zijn cel werd gehaald. Toen kon hij niet weten wat hem zou overkomen. De rechter oordeelt dat er tussen dat moment en het moment waarop Dijkema werd doodgeschoten momenten waren waarop hij kon gaan vermoeden wat hem te wachten stond. We zitten dus met een ingewikkeld juridisch probleem: wanneer begon de handeling van het doden van Dijkema?”

Die argeloosheid lijkt een detail, maar is voor de Duitse wet van doorslaggevend belang. Moord verjaart niet in Duitsland, maar het doden van een mens is pas moord als er sprake is van Heimtücke: boosaardigheid. Een onderdeel van die boosaardigheid is de argeloosheid van het slachtoffer in de momenten voordat hij wordt gedood.

IN JAREN TACHTIG VEROORDEELD

De voormalige Nederlandse Waffen-SS’er, die nu de Duitse nationaliteit bezit, werd in de jaren tachtig in Duitsland tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld voor de moord op twee joodse broers in Groningen. In Hagen staat hij terecht voor de moord op verzetsman Aldert Klaas Dijkema, in september 1944 in het Groningse Appingedam. Bruins zat destijds - na enige tijd aan het Oostfront te hebben gevochten - bij de Sicherheitspolizei in zijn geboorteland.

Bruins nam in 1941, tijdens de bezetting van Nederland door de nazi’s, vrijwillig dienst in de SS. Hij werd na de oorlog in Nederland ter dood veroordeeld, wat later werd omgezet in levenslang. Voordat het vonnis kon worden uitgevoerd, vluchtte hij naar Duitsland, waar hij decennialang onder een valse naam ongestoord heeft geleefd.