Met zo’n delegatie lopen wij als een lam achter Poetin aan

Koning en premier – we gaan hoog opgetuigd naar Sotsji. Maar Ruttes glimlachdiplomatie is ongeloofwaardig, vindt JOVD’er Tom Leijte.

Nederland vaardigt een superdelegatie af naar de Olympische Spelen van Poetin. Waar onze zuiderbuur Di Rupo, de Franse president Hollande en zelfs de vloeiend Russisch sprekende Merkel voor hun principes kiezen, stuurt dit kabinet de koning en de minister-president naar Rusland. Als kers op de taart mogen koningin Maxima en minister van Sport Edith Schippers ook mee naar Vladimirs feestje. Mark Rutte heeft hiermee definitief gekozen voor de glimlachdiplomatie. Hij komt niet in actie voor mensenrechten, maar glimlacht vriendelijk naar Poetin in de hoop dat de gasprijs met vijf cent zakt.

Rutte heeft gedurende zijn premierschap al veel landen bezocht. Het motief achter het gros van deze bezoeken was de bevordering van de economische relaties. Daar is natuurlijk niets mis mee: economische diplomatie is cruciaal voor Nederland. Het is van het grootste belang dat we ons actief inspannen om ervoor te zorgen dat onze economie internationaal een schakelfunctie blijft vervullen.

Het probleem is dat de balans momenteel zoek is. Bij zijn bezoek aan China in november ging onze liberale premier niet in gesprek met dissidente schrijvers en advocaten, in tegenstelling tot zijn voorganger Balkenende. Rutte kreeg daar wel een diner met de Chinese president Xi voor terug. Als Rutte naar Israël gaat wordt hij pas echt boos als de scanner die Nederland cadeau gaf niet gebruikt wordt – niet omdat Israël tegen elke afspraak in doorgaat met het bouwen van nederzettingen in de Palestijnse gebieden. Sinds het aantreden van Rutte als premier zit de dominee werkloos thuis en heeft de koopman twee fulltime banen.

Het summum van glimlachdiplomatie is bereikt in de relatie met Rusland, dat door de autocraat Poetin stap voor stap wordt teruggeleid naar de tsarentijd. Het jaar 2013 stond voor Rusland in het teken van het buiten de maatschappij plaatsen van homo’s, het monddood maken van de oppositie en het in het zadel houden van dictatoriale vriendjes als Assad. Waar de meeste landen hun afschuw uitspraken over deze negentiende-eeuwse praktijken, haalde Nederland de relaties aan in een knuffeljaar.

Toen een Nederlandse diplomaat in Moskou afgeranseld werd, was dat voor Nederland nog niet genoeg om echt boos te worden: het Nederland-Ruslandjaar mocht doorgaan. Enkele weken nadat Onno Elderenbosch in zijn appartement mishandeld werd door twee ‘technici’, dineerde koning Willem-Alexander met tsaar Poetin in het Kremlin. Glimlachend uiteraard.

De Olympische Winterspelen in Sotsji zijn Poetins persoonlijke project. Vijftig miljard euro heeft hij ervoor over om van de Winterspelen een succes te maken, de duurste Olympische Spelen ooit. Aangezien Poetin zo gebrand is op succes, zijn deze spelen een buitenkans om hem iets duidelijk te maken. De VS, Duitsland, Frankrijk en zelfs België laten met de afwezigheid van hun regeringsleiders weten dat Rusland met de huidige koers een internationale paria wordt. Rutte gaat echter glimlachend naar Sotsji. Ondanks dat bijna alle regeringsleiders hun principiële tanden laten zien, blijft Nederland als een mak lammetje achter tsaar Poetin aanlopen. De reden? „Om onze sporters te steunen”, aldus onze premier. Geen enkele sporter zal echter wakker liggen als hij besluit te kiezen voor de waardigheid van Nederland. Het argument van Rutte is nog wranger in het licht van de mishandeling van Elderenbosch: waar Nederland toen zijn diplomaat in de kou liet staan, doet het nu hetzelfde met alle Russen.

Rutte zegt dat, als hij in Sotsji toevallig een Russische politicus spreekt, hij dan natuurlijk wel de mensenrechten even zal aankaarten. Dit is hetzelfde argument dat gebruikt werd om het knuffeljaar met Rusland niet te beëindigen. Ondertussen staat de geloofwaardigheid van de Nederlandse politiek internationaal op het spel. Als Rutte medio februari naar Hollande of een andere regeringsleider belt met de vraag of Nederland de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken van de EU mag leveren, begint hij of zij vast te lachen: „Ik dacht dat Nederland een hoge functie op het oog had in de gassector!”