Levenseindekliniek onthult verborgen ondraaglijk lijden

Wat leert anderhalf jaar Levenseindekliniek in de praktijk? Dat vrij veel, namelijk één op de drie, verzoeken om euthanasie afkomstig is van psychiatrische patiënten. En dat daarvan een geruststellend klein deel met hulp van de kliniek in 2013 ook wordt uitgevoerd. Vorig jaar bij 9 van de 286 psychiatrische patiënten die hulp van deze Haagse kliniek inriepen. Landelijk kregen in 2011 elf en in 2012 veertien psychiatrische patiënten van hun eigen arts euthanasie. Alle procedures zijn door de toetsingscommissies beoordeeld als zorgvuldig.

Met andere woorden: de Levenseindekliniek maakt de verborgen vraag naar euthanasie onder uitzichtloos en ondraaglijk psychisch lijdende patiënten zichtbaar. Maar de drempel om die stervenshulp te krijgen is hoog, ook bij de Levenseindekliniek. Dat is een goede zaak. Al in het Chabot-arrest van 1994 eiste de Hoge Raad „uitzonderlijk behoedzaam” optreden van de arts in dergelijke gevallen. Uit de aangrijpende reportage over psychiater Casteelen in deze krant van zaterdag blijkt, vooralsnog, een integere praktijk die wordt gekenmerkt door diepe betrokkenheid, langdurige begeleiding en een kritische blik.

Tegelijk stijgt door de aanvullende hulp wel het aantal jaarlijkse overlijdensgevallen door euthanasie van psychisch lijdende patiënten. Praktisch gesproken zijn dat suïcidale mensen die psychiatrisch uitbehandeld zijn. Die met hun leven niet meer verder kunnen omdat ze dat als ondraaglijk zien. Aan de medici dan om te beoordelen of hier het ziektebeeld spreekt, de patiënt nog wel behandelbaar is en alle mogelijkheden zijn benut. Dat dergelijke oordelen niet zwart-wit zijn, blijkt uit de klacht die één arts indiende tegen de toetsingscommissie die zijn (negatieve) oordeel kennelijk niet apprecieerde en dat te duidelijk liet blijken. Dat is dan weer een slecht teken. Juist bij zo’n precaire leven- of doodbeslissing moet er ruimte en respect zijn voor ieders taxatie.

Eén jaar Levenseindekliniek maakt ook duidelijk dat er een verborgen vraag is onder demente patiënten. Van de in totaal 133 patiënten die vorig jaar met hulp van de Haagse kliniek zijn overleden, was één op de vijf dement. In de landelijke euthanasiecijfers was ‘maar’ één procent dement. Nu was het bekend dat dementie en psychisch lijden voor veel artsen in het land een brug te ver was. Sterker, het was mede de aanleiding voor de kliniek. De toetsingscommissies zien nu dat de beroepshouding verandert van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’. Van de Levenskliniek zou dus een voorbeeldwerking uitgaan. Dat is behalve onvermijdelijk ook de bedoeling. Werken in deze voorhoede legt een (nog) grotere verantwoordelijkheid op deze artsen. Voorlopig lijkt het goed te gaan.