In haar nieuwe bundel documenteert ‘wonderkind Marsman’ het overwinnen van angst

Lieke Marsman Foto Roger Cremers/NRC

Van Lieke Marsman (1990), in 2009 onder luid gejuich gedebuteerd als dichteres, verschijnt volgende week een tweede dichtbundel: ‘De eerste letter’. En dat na een periode waarin ze alleen ‘panische dagboekaantekeningen’ kon maken, zegt ze vandaag in nrc.next.

Zo’n drie jaar geleden had Marsman gedurende een periode last van angstaanvallen. Marsman, naast dichter ook redacteur bij literair tijdschrift Tirade, las veel over haar kwelgeest. In nrc.next zegt ze:

“Ik las veel over angst. Gedichten, verhalen, dagboeken. Oké, dacht ik, andere mensen zijn hier ook uitgekomen. Soms hielp de filosofie: Heidegger en Sartre schreven mooie dingen over angst. Lekker droog. Weet je, angst is ook maar een mismaakte vorm van levenslust. Je wil zó graag dat het goed gaat, dat je daarin doorslaat en er panisch van wordt.”

Na het overwinnen van de angst kon ze er pas over schrijven:

“Ik vond het zo hoopvol dat het weer beter ging. Dat ik weer dingen kon, rustig op de bank zitten, uitgaan. Dat alles en iedereen er nog gewoon was. Ik wilde documenteren hoe zoiets gaat, weer beter worden. Vervolgens kwam dat legioen aan gebroken harten voorbij en heb ik daar ook maar een paar gedichten over geschreven.”

Succesvol debuteren

Lieke Marsman (1990) won op haar zeventiende de poëziewedstrijd “Doe Maar Dicht Maar” en publiceerde een jaar later in het tijdschrift Tirade. In juni 2011 baarde ze opzien door met haar debuut Wat ik mijzelf graag voorhoud op een dag twee literaire prijzen te winnen: de tweejaarlijkse Debuutprijs van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn en de C. Buddingh’-prijs, de prijs voor het beste poëziedebuut van het voorgaande jaar. Daarvoor won ze met haar debuutbundel al de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs 2011.