Ik wil laten zien dat taal je vrijheid geeft

Radio 1 is herverkaveld. Op zaterdag moet muziekveteraan Frits Spits meer luisteraars trekken, met een programma over taal, De Taalstaat. Maar de – Nederlandstalige – muziek blijft.

Radio 1-studio bij de uitzending van De Taalstaat, het nieuwe KRO-programma op zaterdag. Links: presentator Frits Spits, rechts: taalkundige René Appel. foto David van Dam

In het tv-programma bij zijn afscheid van Radio 2 viel vorige maand te horen dat Frits Spits na veertig jaar muziekprogramma’s te hebben gemaakt nu „een plek achter de geraniums moet zoeken”. Zeker, de man van De Avondspits (1978-1995) en Tijd voor Twee (1995-2013) doet het iets kalmer aan. Na een recente flirt met de dood door een gemene infectie is Frits Ritmeester (65), zoals hij voor de burgelijke stand heet, contemplatiever geworden, zegt hij.

Maar in de hoek van de studio ligt zijn hockeystick; voor de uitzending heeft hij nog een wedstrijdje gespeeld. En als op zijn microfoon het rode on air-lichtje aangaat, zie je de jaren fysiek van hem afvallen. Meelachend met zijn gasten en meezingend op de Nederlandstalige nummers in De Taalstaat, zijn nieuwe programma over de Nederlandse taal in al zijn verschijningsvormen. Sinds begin dit jaar is De Taalstaat op zaterdag van 11 tot één uur te horen op de herverkavelde Radio 1.

Van dj naar ‘taaljockey’?

„Ze vroegen of ik nog iets voor de KRO wilde doen”, zegt hij na de uitzending, vrijwel net zo monter als toen hij twee uur eerder zijn koptelefoon opzette. „Ik dacht: waarom geen programma over taal? Er zijn niet alleen zestien miljoen voetbalcoaches, maar ook zestien miljoen mensen met een mening over taal. Taal is overal. Ik heb een opzet gemaakt en na tien minuten zei mijn baas: ga dit maar maken.”

Dit werd: een woord van de week (‘vorstbeving’); taalwetenschapper en thrillerauteur René Appel die het taalgebruik van een BN’er analyseert; Spits die op zoek gaat naar de beste leraar Nederlands; hoogleraar Frits van Oostrom die zijn app Middelnederlandse teksten laat spreken; scenarist Marnie Blok van de tv-serie Ramses, die vertelt over het taalgebruik van Shaffy; en Paul Schnabel over Gouden Ganzeveer-winnaar David van Reybrouck. En tussendoor zingen Claudia de Breij en Daniël Lohues.

De oude schoolmeester in Spits – drie jaar voor de klas – verloochent zich niet. In de eerste uitzending liet hij na het journaal dat de dood van Phil Everly meldde, meteen Willem wordt wakker horen, „een liedje dat er zonder Wake Up Little Susie van de Everly Brothers nooit geweest zou zijn” – het is vintage Frits Spits.

U lijkt terug van niet weggeweest.

„Het werd toch echt tijd dat ik wegging bij Radio 2. Op mijn 65ste stond ik vernieuwing in de weg. Er zijn zoveel jongelui met talent die een andere visie hebben op hoe je muziekradio moet maken.”

De Taalstaat zit op zaterdagse primetime. Het politieke programma TROS Kamerbreed is naar de middag verschoven, als minder mensen luisteren.

„Dat programma richt zich op een gespecialiseerde luisteraar. Wie Kamerbreed wil horen, zal er nog steeds naar luisteren. Met De Taalstaat op dit tijdstip kun je misschien een groter publiek bereiken. Ik hoop dat de programma’s die erna komen zo misschien extra luisteraars trekken.”

De Taalstaat wordt geafficheerd als ‘vrolijk en informatief’.

„Ik wil voorkomen dat het een zuur programma wordt over taalfouten. Ik wil er vooral op wijzen hoe prachtig de taal is, wat voor vrijheid het je kan geven als je goed met taal kunt omgaan. Iemand die zonder gevoel voor taal en literatuur door het leven gaat is een ‘taalzombie’. Ik wil luisteraars aanmoedigen, en ik wil hun inbreng. Samen iets moois maken.

„Daarom doen we ook de competentie voor de beste leraar Nederlands. Het aanzien van het vak leraar mag best een beetje opgepoetst worden. Ik heb er een gehad die zo bevlogen kon praten over literatuur dat je het jammer vond als de les was afgelopen. Zulke mensen zíjn er. Die niet zeggen: ik weet alles en jullie weten niks, maar die samen iets tot stand brengen. Zo moet je ook radio maken.”

U vraagt ook om een ‘elf-149’, een roman in elf zinnen en 149 woorden?

„Arnon Grunberg deed het in zijn ‘Voetnoot’ in de Volkskrant. Ik knipte dat stukje uit omdat het zo ongelofelijk mooi was. Later dacht ik: dat kan iedereen proberen. In week één kregen we er vijftig binnen.”

Hoe belangrijk zijn vaste formats?

„Ik geloof in formats die door makers zijn ontwikkeld en niet van bovenaf zijn gedicteerd. Een goeie programmamaker is zijn eigen format. DWDD is goed omdat Matthijs van Nieuwkerk het heeft bedacht en erin gelooft. De Taalstaat is míjn format.”

Bent u wel eens bang dat u nu nieuwe muziek mist?

„Nee, ik las deze week over een nieuw album van Bruce Springsteen. Daar ben ik wel nieuwsgierig naar, maar niet meer zoals vroeger. Ik heb mijn verhaal over de muziek wel verteld.”

In De Taalstaat is er toch nog steeds veel muziek – maar Nederlandstalig.

„Het is van de gekke dat Nick en Simon de norm zijn geworden voor het Nederlandstalige lied. Terwijl er een Stef Bos is, een Paul de Leeuw, Roosbeef, Frank Boeijen, Acda & De Munnik, Eefje de Visser. Die cultuur is belangrijk en wil ik koesteren. Het is de muziek die me elke keer ontroert.”