Ideale vrouw

‘Ik zit op safari en een hoop leuke mannen willen me misschien leren kennen”, riep mijn vrouw opgetogen uit. Het lukte me niet de mededeling te begrijpen, laat staan te verwerken. „Hoezo safari?”, vroeg ik wrevelig. „Safari is de browser van Apple”, zei ze op een toon alsof ik dat allang had moeten weten. Ze overhandigde me haar iPad, een apparaat dat ik haar nota bene ooit nietsvermoedend geschonken heb. „Lees zelf maar.”

Ik las: „Een leuke man uit Santpoort-Zuid heeft 5 minuten geleden je Facebookprofiel bekeken en vindt je leuk. Ons wetenschappelijk geteste systeem heeft jou als ideale vrouw gekoppeld aan 46 trouwe mannen binnen 10 kilometer van je locatie. Eén van deze mannen heeft een bericht voor je achtergelaten. Dit is de enige kans om er achter te komen wie deze mannen zijn!”

„Wie heeft deze onzin bedacht?”, vroeg ik. „Lees nou verder”, zei ze, „en liefst hardop.” Ik las met bedrukte stem enkele vragen voor die ze moest beantwoorden „om jezelf te kwalificeren”. Een van die vragen betrof haar leeftijd: of die hoger was dan dertig jaar. „Jazeker, maar het gaat ze niet aan hoeveel hoger”, zei ze. „Dat willen ze niet eens weten”, zei ik somber. Ze vroegen haar wel of ze fotootjes van die mannen wilde zien. „Natuurlijk”, lachte ze. „Dat betekent dat je je aanmeldt voor die site”, waarschuwde ik nog. „Spannend!”, riep ze alleen maar.

„Bedankt, gefeliciteerd”, reageerde de site, „op basis van je antwoorden zijn er nog 39 mannen die je leuk zullen vinden.”

„Dat is al zeven minder”, zei ik, „maar voorlopig heb je nog steeds je handen vol. En je moet je wel aan de regels houden: je mag de foto’s van die kerels niet publiceren en je mag evenmin een vals profiel aanmaken.”

„Prima”, zei ze, en ze stond op om over mijn schouder de foto’s te bestuderen van de begerenswaardige én trouwe adonissen die inmiddels op haar iPad waren verschenen. Zonder uitzondering vriendelijk ogende mannen, gezellige, guitige, geilige types tussen de dertig en vijftig jaar. Ik stelde me voor hoe ze achter hun computer gereed zaten om het kaf van het erotische koren te scheiden, hun ogen routineus fixerend op de sterke en de zwakke kanten.

Er was er maar één die zijn zonnebril had opgehouden, maar die had het excuus dat de foto met zijn gebronsde tors zomers op het strand was genomen. De foto hield op bij de bovenkant van zijn zwembroek, alsof hij zich een beetje schaamde voor wat daaronder volgde.

„Al onze leden zijn echte mensen”, had de site geprezen, en het was onmiskenbaar waar – misschien wordt de mens alleen maar echt als hij aan seks denkt.

„Ze zijn een stuk jonger dan jij”, zei mijn vrouw goedkeurend. Dat was me ook al opgevallen. „Zit er wat bij?”, vroeg ik. „Ik ga het op mijn gemak bekijken”, zei ze.

Maar dat kon niet, want ze moest binnen twee minuten „ik ga akkoord” aanklikken om naar de ‘registratiepagina’ door te kunnen gaan. Ze aarzelde. Ik moest onwillekeurig denken aan die liefhebber uit Santpoort-Zuid voor wie het nu – en ik weet dat het dubbelzinnig klinkt maar ik bedoel het niet zo – erop of eronder was.

„Nu of nooit”, zei ik. „Dan maar niet”, zei ze. „En als Mark Rutte erbij had gestaan?”, wilde ik nog weten; want wat zou onze premier niet kunnen wat zijn Franse collega wél kan? „Dan zéker niet”, zei ze. Zo kende ik haar weer.