‘Egypte zakt weg in geweldsspiraal’

De afzetting van Morsi was terecht maar het geweld van het leger was contraproductief.

Een aanhanger van de afgezette president Mohammed Morsi raakte vorige week gewond na gevechten met de oproerpolitie in Nasr City, een wijk in Kairo. Foto AFP

Op 4 oktober vorig jaar reed Khaled Dawoud zich vast in een van die verkeersopstoppingen waar Kairo om bekendstaat. Maar deze opstopping was veroorzaakt door een betoging van aanhangers van president Morsi, die op 3 juli door het Egyptisch leger was afgezet na gigantisch straatprotest tegen zijn bewind.

Een van de betogers herkende hem als de woordvoerder van het Nationaal Reddingsfront, de verenigde oppositie tegen Morsi. Hij riep zijn naam. Een meute stortte zich op hem. Iemand stak tweemaal een mes in zijn zij, vlakbij zijn hart.

„Er kan geen twijfel over bestaan dat het aanhangers waren van de Moslimbroederschap”, zegt Dawoud, 46, in het kantoor van de regeringskrant Al-Ahram, waar hij adjunct-hoofdredacteur is van de weekeditie. „Ze droegen foto’s van Morsi mee.”

Later zou de Moslimbroederschap suggereren dat Dawoud juist was aangevallen door aanhangers van de coup omwille van zijn veroordeling van het bloedbad tegen de zitactie van Morsi-aanhangers bij de Rab’a-moskee in augustus. „Dat is onzin. De eerste aanvaller riep dat ik zijn broeders had gedood bij Rab’a. De man die mijn hand probeerde af te zagen riep dat ik een ongelovige was.” Dawoud ontkwam en rende naar het ziekenhuis. „Bij elke stap dacht ik dat ik doodging.”

Het incident illustreert Dawouds unieke positie in het politieke landschap in Egypte. Toen op 30 juni miljoenen Egyptenaren de straat opgingen tegen Morsi was hij het gezicht van de politieke oppositie die zich achter het volksprotest had geschaard. Toen het leger Morsi op 3 juli afzette en gevangen zette, was Dawoud steeds op televisie om uit te leggen waarom Morsi’s afzetting geen coup was maar een revolutie.

„Ik ben nog altijd de vurige tegenstander van Morsi die ik toen was. De coup was onvermijdelijk. Alleen het leger was in staat om het land een nieuwe kans te geven. Vroeg of laat zou het gebeurd zijn, want Morsi geloofde tot het laatste moment dat zijn tegenstanders een bende bier drinkende seculieren waren die zich spiegelden aan het Westen. Hij zag de signalen niet. We stevenden af op een burgeroorlog.”

De ommekeer kwam er op 16 augustus, nadat honderden doden waren gevallen bij de ontruiming van de pro-Morsi-zitactie. Het leiderschap van het Nationaal Reddingsfront deed een mededeling waarin het politieoptreden werd geprezen.

„Na die mededeling kon ik niet doorgaan als woordvoerder. Men had niet eens het onderzoek afgewacht. Dit is niet wat we hadden afgesproken. Honderden mensen zijn gedood. Dat kon alleen een spiraal van geweld op gang brengen en dat is precies wat er is gebeurd.”

Dawoud nam ontslag als woordvoerder, twee dagen nadat oppositieleider Mohammed ElBaradei, die na de coup vice-president was geworden, hetzelfde had gedaan. Beiden werden beschimpt als verraders. Hij is nog wel lid van de Dostourpartij die door ElBaradei werd opgericht, ondanks pogingen om hem uit de partij te zetten.

„Mensen zeggen nu tegen mij: De Moslimbroederschap heeft geprobeerd jou te vermoorden; hoe kan jij nu voor verzoening pleiten? Ik antwoord altijd: Ja, ik leef nog; vele anderen niet. Juist daarom blijf ik voor verzoening pleiten. Mijn hoofddoel is een stabiel Egypte en verder bloedvergieten voorkomen.”

Het helpt niet, zegt hij, als je de Moslimbroeders terroristen noemt. „Dat maakt hun reïntegratie in de samenleving onmogelijk. Ja, het leger is enorm populair. Dat is niet gek na drie jaar instabiliteit. Maar hoe populair zal [legerleider] Al-Sisi nog zijn wanneer mensen binnen zes maanden geen verbetering zien in hun leven?”

De Moslimbroederschap helpt zelf ook niet. „Ze veroordelen het geweld maar tegelijk suggereren zij dat de staat zelf achter de terreuraanslagen zit. Wanneer hun weeshuizen worden gesloten, zeggen ze tegen hun achterban dat die kindjes nu allemaal tegen hun wil tot het christendom zullen worden bekeerd.”

Optimistisch is hij niet. „Ik denk dat deze cyclus van geweld nog lang gaat duren. Stabiliteit is ver weg. Het probleem is dat de aanhangers van de harde lijn het nu voor het zeggen hebben, zowel binnen het leger als de Moslimbroederschap.”