Eens zullen de Belgen sterker zijn dan Oranje

Het gelijkspel tegen België (2-2) koppelt de Nederlandse hockeyers in de kwartfinales aan Angstgegner Duitsland.

Mink van der Weerden wordt aangevallen door de Belg Nicolas Dumont. Foto ANP

Zeven jaar terug liepen ze met het schaamrood op de kaken van het veld, in Manchester. De Belgische hockeyers hadden in de halve finale van het EK met 7-2 verloren van Nederland. Anderhalf jaar geleden, in olympisch Londen (2012), viel de nederlaag al een stuk kleiner uit (3-1). Gisteren, in New Delhi, waren de Nederlanders blij dat ze een gelijkspel uit het vuur hadden gesleept (2-2).

Holland-België met een hockeystick: als de voortekenen niet bedriegen, kan de confrontatie tussen de buurlanden de komende jaren uitgroeien tot een klassieker. Maar zover is het nog niet, vinden de spelers. Daarvoor ontbreekt het nog aan de nodige historie.

Ook al speelden beide landen in 1926 in Deurne hun eerste hockeyinterland tegen elkaar (2-1 voor Nederland), tijdens de grote toernooien speelden de Belgen geen rol, behalve tijdens de Spelen van Antwerpen in 1920 (brons). „Het is vooral een speciale wedstrijd omdat een aantal Belgische hockeyers bij Nederlandse clubs spelen”, zegt sterspeler Tom Boon (23), aanvalsleider en strafcornerspecialist van Bloemendaal.

Ook dat tekent de enorme opmars van België, nummer vijf op de wereldranglijst: enkele jaren geleden pionierden verschillende Nederlandse coaches met ‘ontwikkelingswerk’ in het Belgische hockey, vorig jaar stonden Nederlandse topclubs als Rotterdam, Oranje Zwart en Bloemendaal in de rij om één of meer Belgische vedetten te contracteren. „In mijn eerste wedstrijd als bondscoach, in 2010, speelden wij in Amstelveen met 3-3 gelijk tegen België”, zegt Paul van Ass. „Daar sprak iedereen schande van. Maar België is gewoon een heel sterke ploeg die vijfde werd op de Olympische Spelen.”

Afgelopen zomer, bij het EK in het Belgische Boom, waren de rollen zelfs omgedraaid: niet Nederland, maar België speelde de finale tegen Duitsland. „Hockeyen tegen Nederland leeft wel in het Belgische team, maar de rivaliteit is nog niet hetzelfde als die tussen Nederland en Duitsland”, zegt (de Nederlandse) bondscoach Marc Lammers. „België wil vooral graag goed spelen tegen toplanden als Nederland. We hebben nog nooit van Nederland gewonnen op een officieel toernooi, maar we komen steeds een stapje dichterbij.”

Wat heet: de Nederlandse ploeg haalde gisteren in New Delhi drie minuten voor tijd opgelucht adem toen Jeroen Hertzberger de gelijkmaker binnentikte. De Red Lions baalden: „Sinds de Spelen van Londen hebben we het gevoel dat we van iedereen kunnen winnen”, zei Boon.

Het duel van gisteren was nog niet beslissend voor de Hockey World League-finales in India, maar had wel een bijzonder tintje: door de eerdere uitslagen zou de verliezer van dit duel olympisch kampioen Duitsland ontlopen in de kwartfinale.

Voor Nederland was dat vooruitzicht geen reden om het rustig aan te doen. „Een eventuele kwartfinale tegen Duitsland heeft bij ons niet meegespeeld”, zei verdediger Marcel Balkestein. „Je wilt niet van België verliezen, ook niet als je daarmee Duitsland ontloopt in de kwartfinale.”

De late gelijkmaker van Hertzberger zorgde ervoor dat Nederland morgen niet tegen Engeland, maar tegen Duitsland speelt. Geen probleem, vond ook Van Ass, ook al kent hij de recente geschiedenis: Nederland verloor niet alleen de olympische finale van Londen van Duitsland, sinds 2004 kwamen de Duitsers in de beslissende fase van een groot toernooi altijd als winnaar uit de onderlinge confrontaties. Maar de term Angstgegner bestaat niet in de Nederlandse ploeg. „Dat leeft alleen in de pers”, zegt Balkestein.

Ook bij Van Ass was het niet in zijn hoofd opgekomen om de wedstrijd tegen België te laten lopen, om een vroegtijdige confrontatie met Duitsland te vermijden. „We zijn naar India gekomen om onszelf te testen. Dus we doen ons best om te winnen. Als je iets wilt, zal je in een groot toernooi van Australië en van Duitsland moeten winnen. Daarvoor doe je aan topsport. Je moet andersom denken: als je van Duitsland wint in de kwartfinale, sta je er heel goed voor.”

De bondscoach ziet bovendien dat de Duitsers, zonder sterspelers als Moritz Fürste, het niet geweldig doen in New Delhi. De olympisch kampioen van Beijing (2008) en Londen (2012) verloor deze week van Engeland en kwam gisteravond tegen het ploeterende India niet verder dan een gelijkspel (3-3). „De wereldtop zit heel dicht bij elkaar”, weet Van Ass. „Duitsland verliest van Engeland, Australië verliest van ons. Niemand kan alles winnen.”