Column

De nieuwe nuchterheid

Het was u mogelijk ontgaan, maar u bent in de ban van „de nieuwe nuchterheid”. Uw keuzes in „food” zijn „fundamenteel aan het veranderen”. U, nieuwnuchter mens, wil vanaf nu „echt” eten, een „eerlijke” prijs en bediening die „helemaal top” is.

Volgens mij wilde ik dit altijd al, maar het was goed in een persbericht te lezen dat het na vijf jaar crisis ook lijkt doorgedrongen tot de horecavakbeurs Horecava. Ik stapte dus met snelle, nieuwnuchtere tred rechtstreeks naar het hoekje waar de innovatieprijzen werden uitgereikt, onderwijl een ambtenaar van de Belastingdienst groetend, die opvallend eenzaam in zijn stand stond. Hij was er om horecabazen te laten weten dat de tijden tot juli zijn „verruimd” om „zonder boete en vrijwillig verbeteringen aan te brengen in uw oude aangifte” .

Bij Innovatie deed men duidelijk zijn best de Nederlandse horeca in een wat vriendelijker licht te plaatsen. De nieuwste innovatieprijs ging daarom naar drie sympathieke twintigers van het bedrijfje Kromkommer. Zij maken soep en andere lekkere dingen van zielige, misvormde komkommers en verdrietige hartvormige tomaten, die anders ijskoud worden weggegooid. Allemaal lief en hip, inclusief crowdfunding.

Maar de volgende innovatieprijs ging helaas naar de flammkuchen, een soort dunne pizza die „een unieke bodem” heet en waarmee we de komende tijd doodgegooid gaan worden in de horeca, want ze maken er net zoveel winst op als op een pannenkoek. Zeg maar dag tegen je „eerlijke prijs”. De beurs bleek vergeven van de flammkuchen.

Prijs nummer drie was voor een ‘milieuvriendelijk’ afwasmiddel met de naam Ecodish, wat ook al niet erg geloofwaardig overkwam, aangezien de eigenaar dit probeerde aan te tonen door zonder gêne een goudvis te mishandelen. Deze dobberde op een moderne sokkel in een veel te kleine designkom met nare, scherpe deuken, allengs hysterischer happend naar een beter leven. Maar in schoon water, was de gedachte.

De innovatiehoofdprijs ging naar Jeanine Sok, een voormalige lerares handvaardigheid die zich tegenwoordig „gastvrijheidsdeskundige” noemt. Dit sinds ze een boek schreef met de titel Gastvrijheid loont. Jeanine Sok had nu een bordspel ontworpen met de naam ‘Gastologie’, waarmee de horeca „spelenderwijs” moet leren wat gastvrijheid is. Onder ‘gastologie’ verstond Jeanine Sok „de psychologie van de gasten”. Eigenlijk was zij een soort gastenfluisteraar.

Ik zei dat ik blij was te horen dat gastvrijheid het tot innovatie had geschopt. Ja, zei Jeanine Sok, dat had ze ook tegen de jury gezegd. „Dat gastvrijheid dus eigenlijk helemaal geen innovatie ís, hè.” Maar kennelijk was er met al die nieuwe nuchterheid echt geen ontkomen meer aan. Investeren in gastvrijheid, dat was, zeg maar, het nieuwe oversized wijnglas – je kon in de horeca gewoon niet meer zonder. Het motto van Gastologie: „Speel het spel en verzamel zoveel mogelijk fooi.”

Toen had ik de hoop opgegeven. Ik ging niet meer wachten op de workshop „Het Nieuwe Nu”. Ik ging, snakkend naar eerlijk, illusieloos eten, naar de snackhal verderop. Daar koos ik een fabrieksmatig geproduceerd stukje eischnitzel, een nouveauté met de uitstekende, huiveringwekkende naam Eiliny. En zo smaakte het ook.