Sorry komt niet, of als het niet hoeft

Daders zijn het meest geneigd excuses aan te bieden in situaties waarin slachtoffers er het minst behoefte aan hebben. En daders overschatten hoe moeilijk het is om zich te verontschuldigen.

Dat zijn enkele uitkomsten van het onderzoek naar verontschuldigingen waarop Joost Leunissen is gepromoveerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dat dader én slachtoffer baat hebben bij verontschuldigingen van de dader, was bekend. Er was alleen nog weinig onderzoek naar wanneer de dader daartoe bereid was.

Leunissen lokte onder meer bij proefpersonen in spelsituaties oneerlijk gedrag uit, om ze daarna de mogelijkheid te geven zich te verontschuldigen. Bij bewuste normoverschrijding bleken slachtoffers het meest boos, en hadden ze het meeste behoefte aan een verontschuldiging. Maar daders bleken juist bij onbewuste overtredingen, die slachtoffers makkelijk vergeven, het meest geneigd zich te verontschuldigen.

Dat komt omdat het volgens Leunissen uiteindelijk vooral gaat om de waarde die de dader hecht aan een relatie met het slachtoffer. Bij een bewuste normoverschrijding is de schade aan de relatie ingecalculeerd. Dat soort normovertredingen gebeurt dus vooral in relaties die relatief weinig waarde hebben voor de dader.

Ook opmerkelijk is dat de rol van het slachtoffer belangrijk is voor de bereidheid excuses te maken. Zich verontschuldigen is voor de dader riskant: hij erkent een fout te hebben gemaakt, kan door het slachtoffer afgewezen worden, en ook gestraft worden. En als vooraf al duidelijk is dat het slachtoffer vergevingsgezind is, is het risico kleiner. Ook bleek dat daders overschatten hoe moeilijk het is om zich te verontschuldigen. Het bleek bijna altijd minder erg dan gevreesd.