Waar zijn de kijkers voor die topduels?

De acht beste hockeylanden treffen elkaar in New Delhi. Maar de tribunes blijven leeg.

De Nederlandse hockeyer Robert van der Horst in duel met de AustraliërJason Wilson. Nederland won de wedstrijd zaterdag met 1-0. Foto EPA

Een snurkende politieman achter het doel wordt ruw in zijn droom gestoord als de bal met een droge knal de plank van het doel raakt. Hij is bijna alleen op de hoge tribune, die voor de helft is afgeplakt met kolossale reclame-uitingen om het lege stadion wat intimiteit te geven. Op de viptribune applaudisseert welgeteld één toeschouwer, een oude sikh, enthousiast voor de hockeyers op het veld.

Zo’n 22 miljoen inwoners telt de agglomeratie Delhi. Maar als de nummers twee en drie van de wereld, Australië en Nederland, elkaar op zaterdagmiddag treffen in het nationale hockeystadion van India zijn er nauwelijks bezoekers. „Verschrikkelijk”, zegt de Australische coach Ric Charlesworth even later.

„Triest”, vindt de Nederlandse bondscoach van België, Marc Lammers. „Alsof je een oefenpotje speelt. Geef de mensen op straat dan een gratis kaartje. Je kunt het hockey niet promoten met een leeg stadion.” Een half jaar geleden noemde diezelfde Lammers de nieuwe Hockey World League (HWL) nog „een reddingsboei” voor zijn sport, die op de olympische agenda in de verdrukking is gekomen.

Over het principe achter het tweejaarlijkse toernooi is iedereen het eens: via tal van voorrondes kunnen alle 127 hockeylanden in de wereld, van Vanuatu tot Vietnam, meedoen en zich opwerken in de rangen. Bovendien krijgen niet alleen Duitsland en Australië, maar ook Tonga en Trinidad via de HWL de kans zich te kwalificeren voor het WK en de Spelen. Die mogelijkheid was er niet voor kleinere hockeylanden.

Maar de uitvoering van de eerste editie van het toernooi laat veel te wensen over. „Duizenden fans worden bij de wedstrijden verwacht”, schreef de internationale hockeyfederatie (FIH) vooraf in een wervend persbericht. Maar buiten de indrukwekkende poort van het Major Dhyan Chand National Stadium, in het hart van New Delhi, hebben ontelbare passanten geen idee dat hier de beste hockeyers ter wereld spelen.

Ook de FIH zegt te zijn geschrokken van de duizenden lege stoeltjes. „Het is frustrerend, wij zijn hier niet blij mee”, zegt de Argentijnse bestuurder Alberto Budeisky. „Ze hebben in India niet de stappen gezet om dit evenement aan de man te brengen.” Want het is niet dat Indiërs niet van hockey houden. Voor de commerciële Hockey India League, die op 25 januari begint en vier weken duurt, zijn tienduizenden toegangskaarten verkocht, terwijl televisiestations miljoenen dollars over hebben voor de uitzendrechten.

Roelant Oltmans, sinds een jaar technisch directeur bij de Indiase hockeybond, is „niet verbaasd” over de dramatische opkomst bij het landentoernooi. „In New Delhi zijn de afgelopen jaren heel veel toernooien gehouden, zoals het WK in 2010 en, vorige maand, het WK voor spelers onder 21. In andere steden in India trekt hockey veel meer toeschouwers dan hier. Dat zien we aan de Hockey India League. We moeten echt het land in.”

De finale van de Hockey World League komt bovendien moeizaam op gang. Na de groepsfase gaan alle acht landen naar de kwartfinales. Een bewuste keuze, volgens Budeisky. „Zo blijft het toernooi langer spannend voor alle landen.” Coaches en spelers zijn het daar om sportieve redenen niet mee eens: een land kan al zijn groepsduels verliezen en toch als eindwinnaar uit de strijd komen. „Dat valt niet uit te leggen”, zegt de Nederlander Bert Wentink, technisch directeur van de Belgische hockeybond.

Het zijn bekende kinderziektes van de HWL. Een half jaar geleden veroorzaakte de vorige ronde, in Rotterdam, al veel commotie. Daar konden de deelnemende landen zich plaatsen voor het WK hockey in Den Haag, dit jaar, maar de FIH wist tijdens het toernooi nog niet precies welke landen. Bovendien deed Nederland, als gastland al zeker van het WK, gewoon mee aan het kwalificatietoernooi. „Stom”, erkende FIH-bestuurder Albers destijds.

Ondertussen groeit de verwarring over de drukke hockeyagenda. Naast het nieuwe wereldtoernooi blijft de Champions Trophy (voor de beste acht landen ter wereld) gewoon bestaan – eens in de twee jaar. Algemeen was aangenomen dat de finale van de HWL de functie van de Champions Trophy zou overnemen, maar de FIH besliste anders. Later dit jaar zullen de acht toplanden daarom nogmaals naar India afreizen – deze keer naar het hockeybolwerk Bhubaneshwar. „Al die toernooien bij elkaar, dat snapt niemand”, zegt Wentink. „Het wordt te veel. Het is te verwarrend.”

Maar de FIH wil de Champions Trophy niet kwijt, zegt directeur marketing Sarah Massey. „We hebben twee grote internationale evenementen per jaar nodig om de aandacht van de media en het publiek vast te houden. Anders zal de hockeysport niet groeien.”

De hockeyers zien wel wat er op hun pad komt. Zij proberen te winnen wat er te winnen valt. Aanvaller Billy Bakker van Nederland haalt zijn motivatie niet uit volle tribunes. „Het voordeel van een leeg stadion is dat je elkaar op het veld goed kunt horen.”