Vos is naast dodelijk ook onweerstaanbaar

Met verbluffende theatrale en filmische effecten zet het jonge Vlaamse gezelschap FC Bergman het Middeleeuws dierenepos op zijn kop

Viviane de Muynck, Stef Aerts enDirk Roofthooft in ‘Van den vos’ van FC Bergman. Foto Kurt Van der Elst

Het openingsbeeld van Van den vos grijpt als een roofdier naar de keel. De zaal van de schouwburg heeft plaatsgemaakt voor een marmeren zwembad, en daarin dobbert een jonge vrouw. Haar ontzielde lichaam wordt in de avondnevel belicht door koplampen. De sfeer is duister, onheilspellend. Achter een glazen pui verrijst een nachtelijk bos, de geheime dreiging ervan is tot ver in de zaal voelbaar.

In de auto zitten Wolf (Dirk Roofthooft) en de Koning en de Koningin (Stef Aerts en Viviane De Muynck). Wolf en de koningin voeren een gespannen dialoog over misdaad en recht. Hun gezichten, zij lacherig, hij verbeten, worden gefilmd en op de glazen pui uitvergroot geprojecteerd. De joyeus vileine De Muynck heeft de duivelin in zich reeds lang omarmd, de dogmatische Wolf wenst al het denkbare kwaad uit te bannen. Hij jaagt op Vos (Gregory Frateur); de woesteling die zijn zoon verminkte en zijn vrouw verkrachtte. Maar zijn starre houding komt niet voort uit verdriet en wraaklust alléén.

Het jonge Vlaamse collectief FC Bergman zet in Van den vos met spectaculaire theatrale en filmische effecten het Middeleeuwse dierenepos Van den Vos Reynaerde op zijn kop. De makers concentreren zich, in samenwerking met Josse de Pauw, die de poëtische tekst schreef, niet rechtstreeks op de vos en diens streken, maar op de wolf Isengrijn , die op hem jaagt. In de belichaming van Roofthooft wordt dit een complex, gelaagd personage; een brave, rechtschapen burgerman, die worstelt met het kwaad; niet alleen wat daarbuiten heerst, maar ook het kwaad in zichzelf.

Dankzij de ingenieuze inzet van camera’s zitten we die worsteling onwaarschijnlijk dicht op de huid. We zien elke frons van Roofthooft, elke tic – het trillende spiertje naast zijn vertrokken mond, het van woede gebarsten adertje in zijn oog. Het maakt zijn personage, diens queeste en kwelling, levensechter dan echt. Wolf zint op wraak voor zijn zoon en zijn vrouw, van wie hij sinds haar rendez-vous met Vos zichtbaar is verwijderd; we zien haar zich meermaals naakt aanbieden in het bos. Zij verlangt naar haar geweldenaar, die in elk geval in het reine is met zijn primitieve lust en geweldsdrift.

Hoe anders is het met haar echtgenoot. Die durft de confrontatie met het kwaad zelf niet aan, maar van de twee mannen die hij achter Vos aanstuurt ziet hij alleen de verminkte lijken terug. Hoe het deze mannen tijdens hun jacht vergaat, zien we op groot scherm in vooraf gefilmde sequenties, waarin Vos zich ophoudt in een dramatisch natuurlandschap van majestueuze rotsen en een meedogenloos beukende zee. De beelden geven Van den vos de aanblik van een gotisch sprookje, en verrijken tegelijk het personage van de Vos: die is al net zo’n natuurkracht; gevaarlijk maar verleidelijk. In een even gruwelijke als ijzersterke sequentie wordt dit treffend verbeeld, als de vrouw van Wolf zich steeds maar weer door Vos wil laten kussen, ook al scheurt hij de lippen van haar gezicht.

Terwijl zijn vrouw zich aan Vos’ wreedheid uitlevert, wordt Wolf thuis geplaagd door erotische dromen over het dode meisje in zijn zwembad. Steeds minder kan hij het kwaad in zichzelf onderdrukken – fraai gesymboliseerd door het stijgende water dat zijn zwembad dreigt te doen overstromen. Met zijn brave schepnetje staat hij machteloos. Gespiegeld in de glazen pui ziet hij het gezicht van Vos.

FC Bergman pakt uit met verbluffende effecten, maar anders dan bij hun eerdere voorstellingen, waarin het effect voorop stond, staat het hier in dienst van het verhaal. De meeslepende filmbeelden, de omineuze klanken van het Berlijnse muziekensemble Kaleidoscop – ze imponeren functioneel. En natuurlijk helpt het dat de branie van deze jonge makers stevig bedding vond bij de bewezen kwaliteit van De Pauw, Roofthooft en De Muynck.

In de laatste scène paren ze grandioos bravoure aan beheersing. Hier verschijnt Vos bij Wolf thuis. Nu zien we zijn verleidelijke schoonheid van dichtbij. Het hartverscheurende lied dat Frateur vervolgens zingt haakt niet alleen naar sentiment, maar klopt ook inhoudelijk: Vos is wie hij is, zijn wreedheid is zijn natuur; hij is puur en echt, en dat maakt hem naast dodelijk ook onweerstaanbaar.