Column

Verward over banken? Dan zijn we goed bezig

Verwatering! Dat was de primaire reactie gisteravond op het nieuws dat banken iets meer ruimte krijgen bij de definitie van de hoeveelheid kapitaal die zij minimaal moeten aanhouden tegenover hun leningen en beleggingen.

‘Verwarring!’ is zo onderhand een betere reactie. Want het begint flink onoverzichtelijk te worden bij het bepalen van de minimale hoeveelheid kapitaal die banken nodig hebben om zonder risico’s voor de samenleving te kunnen opereren. En het was juist helderheid die nodig was. Niet alleen voor banken zelf en voor hun toezichthouders. Maar bovenal voor het publiek, dat een financiële crisis over zich heen kreeg, daar in veel landen zwaar voor bloedt, en nu graag zou hebben dat het risico op een herhaling zo klein mogelijk is. Dat je, kortom, voortaan vrij makkelijk aan een bank kunt zien of zij stevig is of niet. In plaats daarvan krijgt het een onafzienbaar buffet aan kapitaalratio’s en andere maatstaven voorgeschoteld, met een voortdurend wisselende samenstelling en een spijskaart in het oud-Noors.

Ga maar na. De vraag: hoeveel kapitaal heeft een bank tegenover haar uitzettingen (leningen, beleggingen) staan, lijkt heel simpel te beantwoorden. In werkelijkheid moet deze vraag worden voorzien van de volgende vervolgvragen. Welk kapitaal: Tier 1, Tier 2, core Tier One, of de definitie van de zogenoemde ‘leverage ratio’ die daar weer iets vanaf schijnt te wijken? En welke uitzettingen? Alles? Alles, maar dan deels ‘genetteerd’ (onderling weggestreept). Alles, maar dan gewogen naar risico, en in dit geval volgens welk systeem? Dat van de bank zelf, dat kan afwijken van dat van de bank een deur verderop? En doen we alles volgens internationale boekhoudregels, of doen de Amerikaanse collega’s het dan toch maar volgens US GAAP – hetgeen vergelijken weer ingewikkelder maakt?

Aanleiding voor de jongste commotie is de beslissing van het Bazelse comité van de Bank voor Internationale Betalingen, dat banken, en dan met name zakenbanken, hun derivatenposities in dit opzicht iets milder mogen behandelen. Het Bazelse comité zet de internationale standaards voor bankenkapitaal, en staat dan ook vol in de belangstelling. Bazel III, het nieuw in te voeren regime voor minimumkapitaal, is door dit forum, dat bestaat uit ’s werelds belangrijkste centrale bankiers, uitgedacht.

Gisteren werd daar besloten dat banken sommige tegengestelde posities in derivaten tegen elkaar mogen wegstrepen, of mogen verrekenen met het onderpand (de margin) dat zij daar eventueel voor hebben gegeven.

Het is een klein stapje, en misschien is het ook best begrijpelijk, maar het maakt het er allemaal niet eenvoudiger op. En dat is jammer. Want de kleine wijziging gaat over de leverage ratio. Dat is de meest eenvoudige van alle maatstaven: het eigen vermogen gedeeld door balanstotaal. En juist die eenvoud maakte dat deze ratio de afgelopen tijd zo populair werd. Maar naar mate zich meer belanghebbenden op deze maatstaf werpen, wordt hij toch weer ingewikkelder. Een beetje bancaire instelling neemt straks misschien toch weer iedereen bij de neus. Haar situatie kan straks dan wederom erger blijken dan we dachten.

Met een beetje goede wil kun je denken dat de toezichthouders nu eenmaal een balans moeten maken tussen veilige banken en banken die nog risico durven te nemen. De wereld is niet eenvoudig genoeg om alles in simpele regels te vatten, en de financiële wereld is al helemaal complex.

Met een beetje kwade wil denk je aan Sir Humphrey: we maken het, beste minister, zó ingewikkeld, dat alleen wij het nog snappen en de buitenwereld straks goddank haar interesse verliest. Het uitlezen van dit artikel verdient, beste lezer, wat dat betreft alleen al een compliment. Blijf er bij, dat is het enige wat helpt.