Van luxe Melbourne naar jeugdherberg

In de schaduw van de grote tennistoernooien knopen kleine proftennissers de eindjes aan elkaar

Foto Getty Images

Hij is de beste van Ierland – en de nummer 214 van de wereld. De 26-jarige tennisser James McGee vliegt al vijf jaar lang de hele wereld over, van toernooi naar toernooi. Maar zijn tenniscarrière heeft meer weg van het bestaan van een backpacker dan het luxe leven van een professioneel topsporter.

Een coach kan McGee niet betalen. „Te duur.” Vaak wast hij zijn kleding in de badkuip van een hotelkamer. „Vorige week nog.” En tijdens een toernooi overnacht hij soms op de slaapzaal van een jeugdherberg. „Ik heb goede oordoppen.”

In het proftennis zijn de inkomensverschillen gigantisch. Toptennissers slepen in een jaar tijd miljoenen binnen. Novak Djokovic verdiende vorig jaar ruim 12 miljoen dollar (zo'n 9 miljoen euro) aan prijzengeld, Rafael Nadal zelfs 14,5 miljoen dollar (10,5 miljoen euro). Sponsordeals zijn soms nog lucratiever: volgens zakentijdschrift Forbes kreeg Roger Federer in 2013 65 miljoen dollar (48 miljoen euro) van zijn sponsors. Maar buiten de top-200, in de schaduw van de grote tennistoernooien, is het sappelen.

James McGee werd als nummer 214 op de wereldranglijst toegelaten tot de kwalificatiewedstrijden voor de Australian Open, de eerste grandslam van het seizoen. Het hoofdtoernooi is vandaag begonnen, maar voor McGee is het al voorbij. Hij kwam in Melbourne niet verder dan de eerste kwalificatieronde. Toch houdt de Ier aan zijn twee sets in de voorronde zo'n 3.000 euro prijzengeld over. „Maar daar moet ik mijn vlucht, mijn hotelkamer en avondeten van betalen”, vertelt McGee na zijn verloren partij tegen de Taiwanese tennisser Jimmy Wang. „En mijn racket laten bespannen, de fysiotherapeut en tramkaartjes van betalen. Ik hou waarschijnlijk een klein beetje over.”

Als McGee het hoofdtoernooi had bereikt, had hij veel meer verdiend. De Nederlandse tennissers in het enkelspel van de grandslam – Robin Haase, Igor Sijsling, Jesse Huta Galung en Kiki Bertens – ontvangen minimaal 27.600 Australische dollar (ruim 18.000 euro). Daar hoeven ze geen set voor te winnen. Thiemo de Bakker, die in de laatste kwalificatieronde werd uitgeschakeld, mag ruim 9.000 euro mee naar huis nemen. De winnaar van de Australian Open krijgt een cheque van omgerekend 1,6 miljoen euro.

Net als alle andere beginnende tennissers begon McGee zijn loopbaan op de Future-toernooien – het derde en laagste niveau van het internationale proftennis. Drie jaar lang speelde hij op achterafbanen in buitenwijken van provinciesteden. „Eigenlijk te lang.” Want Futures kosten geld. McGee vertelt dat hij in 2011 in de finale van een toernooi in Madrid stond. Dat leverde hem 500 euro op. In dezelfde week gaf hij 1200 euro uit aan vliegtickets en verblijfskosten. „Zonder rijke ouders, of een sponsor, is het niet makkelijk om hogerop te komen.” McGee heeft geen van beiden. „Gelukkig betaalt mijn club in Ierland mijn reiskosten, anders had ik het niet gered.”

McGee denkt dat een trainer hem in die moeilijke jaren veel had kunnen leren. Maar een fulltime coach kost al snel 1.000 euro per week. „En je moet ook zijn reiskosten betalen.”

Toch won de Ier steeds meer wedstrijden. Daarna volgden de toernooi-zeges. De Ier klom gestaag op de wereldranglijst en is sinds 2012 actief op het Challenger-circuit – het op een na hoogste niveau. Hij treft er „erg goede” tegenstanders, vaak met coach of meereizende ouders. „Een tenniscarrière is vaak een familie-onderneming.” McGee reist in zijn eentje. „Dat is soms best eenzaam.”

De grote sterren hebben geen last van eenzaamheid. Federer en Nadal nemen een coach, fysiotherapeut, masseur én een trainingspartner mee naar de Australian Open. „Spelers in de top-20 zijn heel rijk, maar ze verdienen het”, zegt McGee. Zij trekken het publiek.” Maar eerlijk vindt hij de grote inkomensverschillen ook niet. „In het tennis worden de rijken rijker en de armen armer. Dat kan niet zo blijven.”

Een tennisseizoen kost minstens 50.000 euro, schat McGee. Zijn prijzengeld bedroeg vorig jaar 24.000 euro. Tennissers die niet tot de top-150 van de wereld behoren, kunnen volgens hem niet rondkomen van hun prijzengeld. „Het probleem is ook dat je vaak heel ver moet reizen voor Challenger-toernooien. Vorige week speelde ik in Nouméa, in Nieuw-Caledonië. Over anderhalve week ben ik in Hawaï. Als ik daar in de eerste ronde verlies, krijg ik 500 euro. Voor het ticket heb ik 2.000 euro betaald.

Voordat hij naar Hawaï vliegt, hoopt McGee een weekje te kunnen trainen op Melbourne Park. Zijn toegangspasje voor het terrein van de Australian Open is echter niet meer geldig, omdat hij is uitgeschakeld. Maar ik ga op zoek naar een geplaatste speler. Die kan mij mee het terrein opnemen.”

McGee lacht even om zijn inventiviteit. Daarna is hij opeens serieus. „Soms is het best zwaar”, zegt de proftennisser dan. „Maar weet je wat het is? Ik hou van deze sport. En ik heb het gevoel dat ik een voorbeeld kan zijn voor kinderen in mijn land. Ik wil laten zien dat je veel kan bereiken als je hard werkt. Ik droomde er als kind van om proftennisser te worden, en het is mij gelukt. Ik stop pas als ik niet meer kan tennissen. Of helemaal geen geld meer heb.”