Column

Tollende vuist

Gerard Kemkers wordt na de Olympische Winterspelen naar alle waarschijnlijkheid de nieuwe doventolk bij het journaal. De schaatscoach moet jaren zijn nagels hebben afgebeten bij het zien van al die prutsers met hun voorzichtige gebarentaal. Kemkers gaat het heel anders aanpakken. Het mag allemaal wat vuriger, moderner, gekker vooral.

Een goed gebaar spreekt voor zich.

Vinger tikken tegen je voorhoofd: gek. Doe aan de tap van een bruin café duim en wijsvinger afwisselend omhoog en naar beneden, dan weet de barman: borrel.

Tijdens het EK allround in het Noorse Hamar was de laatste tien kilometer het spektakelstuk van de dag. Koen Verweij moest tegen Jan Blokhuijsen. Verweij mocht ruim vijf seconden verliezen om Europees kampioen te worden.

In het coachvak stond Gerard Kemkers. Hij ging zijn pupil Verweij bijstaan. Al na een paar ronden versnelde Blokhuijsen. Toen Verweij langskwam, liet Kemkers een gebalde vuist zien. De schaatser was nog fris. Hij moet het gebaar gezien hebben, maar kon niet vragen wat ermee bedoeld werd.

De achterstand van Verweij werd groter. Kemkers gebaarde met twee handen tegelijk dat Verweij toch vooral zijn kant moest op schaatsen. Verweij werd en passant ook nog gewezen op de baan waarin hij moest rijden.

De foute wissel als eeuwig trauma.

Verweij raakte verder achterop. Kemkers haalde iets nieuws uit zijn Grote Gebarendoos: het bestraffende vingertje. Of Verweij in de bocht in zijn neus had gepeuterd en de pulk achter zijn voortanden had geplaatst.

Het vingertje hielp niet. De achterstand liep op naar drie seconden. Wat had Kemkers nog meer in petto?

Bij de volgende passage boog Kemkers ver voorover en begon zijn vuist razendsnel rond te draaien. Wat moest Verweij? Zijn veters opnieuw strikken? Handmatig beslag kloppen voor een appeltaart? Zijn sporthorloge opwinden?

Verweij werd duizelig bij het zien van de tollende vuist.

Abacadabra op ijs.

In Het Vikingschip zette iemand de oude hit That’s the way, I like it van KC and the Sunshine Band op. Het moest vooral 1975 blijven, toen het Noorse schaatsen nog iets voorstelde.

Ruim zes seconden achterstand. Kemkers begon te klapwieken als een albatros die maar niet van de grond kon komen. Hij kraaide, machteloos.

Verweij vocht zich op eigen kracht kapot.

Een uitstekende coach als Kemkers hoeft niet zo veel te doen langs de baan. Zijn werk is al gedaan in de voorbereiding. Wüst, Kramer en Verweij weten de weg op het ijs.

Kemkers kan nog vier weken oefenen op minimal moves voor Sotsji.

Kauwgommetje van links naar rechts over de tong, een paar vingers omhoog, een paar vingers omlaag, een goedkeurend knikje, waar nodig een frons en de buit is binnen.