Poep is het nieuwe geld!

Dette Glashouwer vond geld „viezig” // Toch maakt ze theater waarmee ze geld probeert te doorgronden Onlangs bestudeerde ze in Kenia een alternatief betaalsysteem dat werkt met beltegoed

Foto Maarten van der Cammen / Mieke Struik

Geld is irritant. Geld verstikt. Geld is saai. En het hinderlijkste van alles: ook al wil je er niets mee te maken hebben, je moet. Dat is hoe theatermaakster Dette Glashouwer er altijd over dacht. Ze was zo’n type dat haar handen over haar oren hield als het over cijfers ging. „Geld boezemde me angst in. Het was iets viezigs. Ik dacht dat ik er te dom voor was en ik voelde me erdoor genaaid.” Toch staat Glashouwer sinds een paar jaar op de planken met voorstellingen over geld. Nu met Dette goes to Africa (regie Dirk Groeneveld), waarin ze zo’n beetje alle aspecten van ons geldsysteem aanroert. Moet je de ex-geldhater tegenwoordig eens horen: „Ik zou het fijn vinden als mijn theatervoorstelling kan bijdragen aan het begrijpen van geld.”

De transitie van geldhater naar geldonderzoeker werd ingezet op 12 maart 2002, in de nasleep van een voor haar onverteerbare budgetbespreking met haar toenmalige theatergezelschap Suver Nuver. Glashouwer was er ontzettend chagrijnig door geraakt. „Als alfa tot op het bot heb je gewoon geen zin om over zoiets te bakkeleien.” ’s Avonds sprak Glashouwer met haar coach. Waarom kon geld haar zo raken? „Daar werd het zaadje geplant.” Haar verhouding met geld begon te veranderen. Ze raakte geïnteresseerd, maar deed aanvankelijk weinig met die prikkel. In 2009 kreeg Suver Nuver plotseling geen subsidie meer. Een ramp, de groep viel uit elkaar en Glashouwer zat werkeloos op de bank „armoe te zaaien”. Haar planten gingen dood omdat ze bespaarde op water. Glashouwer dacht eerst dat de ideeën en het werk vanzelf zouden komen. „Als ik rustig doe, groeit er vanzelf een gouden ei in mijn buik, dacht ik.” Geen ei te bekennen tijdens haar eerste jaar in de WW. Gashouwer besloot ieder baantje aan te nemen dat zich voordeed. „Werd uitgerekend ik gevraagd om een geldworkshop te geven. Ik had er geen zin in, maar ik moest wel. En als ik iets doe, doe ik het grondig.”

De workshop ontketende een uitvoerig onderzoek naar geld en geldsystemen. Glashouwer vertelt er tijdens het gesprek net zo over als in haar voorstelling: associërend, vragend, een tikkeltje naïef, bevlogen, soms bijna bozig. Ze dist met gemak ingewikkelde theorieën op en vertelt met nog meer enthousiasme anekdotes. Zo kent ze bijvoorbeeld een jongen die twintig uur per week werkt om zijn huur en verzekeringen te kunnen betalen, maar daarnaast handelt bij de zogeheten Time/Bank in Den Haag – een ‘bank’ waar je tijdseenheden kan sparen en uitruilen voor diensten. Een uur voor een uur. „Een persoonlijke, menselijke handeling. Mooi, toch?” Glashouwer hoopt dat zij als kunstenaar de bankwereld nieuwe inzichten kan bieden. „Een bankier zou nooit zeggen: poep kan ook geld zijn.” Glashouwer daarentegen vindt het plan dat financieel theoreticus Silvio Gesell (1862-1930) ooit opperde – mest koppelen aan geld – nogal wiedes. „Waarom is geld verbonden aan goud? Waarom niet aan mest? Mest is nodig, het is eerlijker verdeeld.”

Voor Dette goes to Africa reisde Glashouwer naar Kenia om een alternatief betaalsysteem te bestuderen, er wordt veel met beltegoed betaald want dat kun je direct naar elkaar overschrijven. Wat Glashouwer in Kenia vooral ontdekte, is de relatie tussen geld en tijd. „Ik stond op het platteland en ik zag armoede. Maar er was iets wat me een ontzettend rijk gevoel gaf: tijd. ‘Relax’, zei iedereen tegen elkaar. In Nederland ontbreekt het vaak aan die rijkdom. Door privatisering en het neoliberalisme waar we sinds de jaren tachtig zo mee bezig zijn, lijkt het alsof er steeds meer stress in de samenleving komt.”

Nog steeds geen hartsvrienden

Glashouwer is geld minder verstikkend gaan vinden omdat ze er meer van weet, maar dat betekent niet dat ze de hele dag vrolijk met biljetten loopt te wapperen. Dat komt ook door haar ervaringen als zzp’er. „Ik moet mijn geld uit de markt zien te halen, maar de markt is in de veronderstelling dat theater gratis is. Ze denken bij televisieprogramma’s bijvoorbeeld dat ze me een gunst verlenen door me te laten spelen, en dat ze me daarom niet hoeven te betalen. Daar word ik chagrijnig van.”

Dat Glashouwer zzp’er én kunstenaar is, maakt het lastiger. „Er is een wind opgestoken die zegt dat een kunstenaar ook ondernemer moet zijn. Het is absurd. Een arts of een leraar hoeft toch ook geen ondernemer te zijn? Het kost me zo veel energie om geld bij elkaar te scharrelen voor mijn voorstellingen. Mensen zijn vaak tachtig procent van de tijd bezig om productiegeld bij elkaar te krijgen.”

Het doet haar relatie met geld geen goed dat ze vrouw is. Vrouwen zijn slechter in onderhandelen dan mannen, las Glashouwer. „Als een vrouw onderhandelt over iets, vindt ze het belangrijk dat de ander zich ook goed voelt over de onderhandeling. Daarom zal een vrouw niet snel het onderste uit de kan halen. Mannen zijn strenger en ze vinden zichzelf het geld dat ze verdienen eerder waard. Suver Nuver kreeg een tijd lang subsidie voor twaalf maanden per jaar – een zeldzaamheid voor een theatergroep – en ik voelde me daar niet comfortabel bij. Het was prettiger toen ik meer werkte dan waarvoor ik betaald kreeg. Krankzinnig, toch?”

Het boek Vrouwen en geld van Denise Hulst en Wilma van Hoeflaken dat ze ter voorbereiding op haar voorstelling las, maakte indruk. „Het gaat over hoe het komt dat vrouwen anders met geld omgaan dan mannen. Geld is zo lang een mannenzaak geweest. In de jaren zestig, als een vrouw een wasmachine wilde kopen, had ze een handtekening van haar man nodig.”

In het boek stond een tip waar ze veel aan heeft gehad. „Als vrouw moet je met geld omgaan zoals je met een partner omgaat. Want relaties onderhouden, dat kunnen we. Je moet bijvoorbeeld steeds als je je bankrekening bekijkt, stilstaan bij wat er naar je toegekomen is: wow, dit is het geld dat ik ontvang. Bewustwording. Een soort relatietherapie.”