Mahler zonder hiërarchie met tetterende klankvelden

De Zesde symfonie, dof en demonisch eindigend met doodklap na doodklap, blijft een deprimerend probleem binnen het oeuvre van Mahler. Al zijn andere symfonieën eindigen in een aards paradijs, eeuwig hemels leven of het universum.

Het Rotterdams Philharmonisch, dat half december de Zesde speelde, komt nu welbewust met de Vijfde van Mahler om – zo zegt dirigent Sir Mark Elder – de doodse duisternis te verjagen met licht en levenslust. Zo klonken hier na een macabere treurmars en schrikwekkende stormen het in vlot tempo gespeelde zonnige Adagietto – een innige liefdesbrief van de componist aan zijn vrouw Alma – en een finale vol triomfalistische extatische vreugde.

Het was een effectvolle en enerverende uitvoering waarbij Elder, net zoals Chailly dat kon, chaotisch tetterende klankvelden liet ontstaan door elke hiërarchie los te laten. Martin van de Merwe speelde een fenomenale hoornsolo.

Levensvreugde heerste al vooraf in orkestliederen van Richard Strauss, stralend en volumineus gezongen door de gevierde Finse sopraan Soile Isokoski. Hoogtepunt was Morgen, ook dankzij de vervoerende soli van concertmeester Igor Gruppman een toonbeeld van melancholieke fijnzinnigheid.