Loos alarm kan zo opluchten

Nederlandse vrouwen zijn eraan gewend. Van hun 30ste tot hun 60ste jaar worden ze om de vijf jaar uitgenodigd om een uitstrijkje te laten maken dat baarmoederhalskanker moet opsporen. Worden ze 50 dan krijgen ze tot hun 75ste tweejaarlijks een oproep om zich te laten screenen op borstkanker. Vanaf vandaag komt daar, nu ook voor mannen, voor de 55- tot 75-jarigen nog een bevolkingsonderzoek bij. Het doel is het vroegtijdig opsporen van darmkanker en niemand hoeft er de deur voor uit. Het nodige materiaal kan zelf worden verworven en opgestuurd voor analyse.

Dit jaar krijgen 875.000 mensen een uitnodiging. Dat aantal zal jaarlijks groeien, tot 2.5 miljoen in 2018 die elke twee jaar worden opgeroepen. In die tijd lopen de kosten op van 22 tot 100 miljoen euro per jaar. Anders dan bij mogelijke borst- of baarmoederhalskanker is vervolgonderzoek zwaar en pijnlijk, terwijl die coliscopie in de meeste gevallen loos alarm zal betekenen en dus onnodig is ondergaan. Van elke duizend gescreenden zullen er slechts vier darmkankerpatiënt blijken te zijn. Maar wordt er een tumor geconstateerd, dan is dankzij het vroege stadium de behandeling simpeler en sneller. Die gedachte spreekt aan. Bij een pilot van het darmkankeronderzoek gaf 60 procent van de 2.500 uitgenodigden gehoor aan de oproep.

Over het nut van het bevolkingsonderzoek zijn de meningen verdeeld. Omdat de test, overigens net als die op baarmoederhals- en borstkanker, niet volledig betrouwbaar is, wordt gewaarschuwd voor schijnzekerheid enerzijds en nodeloze ongerustheid anderzijds. De meeste gescreenden zijn niet ziek, wordt er gesteld. Die miljoenen zouden beter besteed zijn aan genezing van anderen.

De patiëntenvereniging voor darmkanker stelt daarentegen dat menigeen mogelijk onnodige onzekerheid op de koop toe neemt. De patiënten hebben gelijk, ook zij die geen patiënt zijn en die dat graag zo houden. Zij zien eenvoudig dat het doel van het bevolkingsonderzoek is om jaarlijks 1.400 tot 2.500 gevallen (van totaal 11.000) van darmkanker zo vroeg te ontdekken dat er grote kans op overleven is. Dus kiezen ze, vrijwillig, voor dat onderzoek. Ze aanvaarden zelf de consequentie van een uitslag die, linksom of rechtsom, bedrieglijk kan zijn en ondergaan bij hun volle verstand een onaangenaam en wellicht overbodig lichamelijk onderzoek. Wie erdoor van een tumor wordt verlost, dankt er zijn leven aan. En wie niet ziek is, is opgelucht. Niet het lijden kwelt het meest, maar het lijden dat men vreest – en ook dat lijden kan zeer reëel zijn.