Legende van Lev, keeper in het zwart

Cristiano Ronaldo is favoriet om vanavond wereldvoetballer van het jaar te worden. Eén keer won een keeper de Gouden Bal: Lev Yashin.

Lev Yashin in actie op het WK van 1966 in Engeland. De Sovjet-Unie verloor in de halve finale van West-Duitsland (2-1). Foto Popperfoto/Omnipress

Lev Yashin wilde afzeggen. Wat had hij te zoeken in Londen, waar the Football Association haar honderdjarige bestaan zou opluisteren met een jubileumwedstrijd op Wembley: Engeland tegen de Rest van de Wereld? Had de internationale pers hem niet afgeschreven na het WK van 1962, belachelijk gemaakt zelfs? Hij was ervan in een dip geraakt, de grote Lev, alom gezien als de beste doelman ter wereld.

Yashin was bij de nationale ploeg op de reservebank beland en zelfs bij zijn club, Dinamo Moskou, was hij zijn plek onder de lat niet meer zeker. De invitatie van de Engelse voetbalbond was eervol, dat zeker, maar een beetje ongepast, vond Yashin. De nummer één van de wereld, dat was hij niet meer, vond hij ook zelf.

Maar Lev bedacht zich. „Ik ga naar Londen”, zei hij tegen zijn vrouw. „Ik heb immers toch niets te verliezen.”

Het hart van Valentina Yashina sprong open. Haar man leed zo onder zijn WK-missers dat hij dagen aan een stuk kon zitten piekeren. Maar de invitatie van de FA haalde hem uit zijn keepersdepressie. Valentina zag de vastberadenheid terugkeren bij haar Lev en voorzag de revanche van de Zwarte Octopus op Wembley. Een jaar later werd Yashin uitverkoren tot Europees voetballer van het jaar, een voorloper van de uitreiking van de Gouden Bal. Vanavond wordt bekend wie als beste de wereld in 2013 wordt beschouwd.

Zeven jaar vóór Yashins uitverkiezing, in 1956, wonnen de voetballers van de Sovjet-Unie goud op de Olympische Spelen van Melbourne, waar Nederland wegbleef uit protest tegen de Sovjet-inval in Hongarije. Lev Yashin, voorbeeldig partijlid en hartstochtelijk patriot, was de uitblinkende doelman in het elftal met de letters CCCP op de borst. In 1958 was de rijzige Lev met zijn oneindig lange armen een indrukwekkende verschijning op het WK in Zweden, waar de Sovjet-Unie tot de kwartfinales reikte. In 1960 wonnen de Sovjets het eerste EK, waar vier landen deelnamen aan de eindronde in Parijs. Yashin en zijn kameraden versloegen in de eindstrijd Joegoslavië met 2-1. Spits Viktor Ponedelnik maakte de winnende, in de verlenging, middenvelder en aanvoerder Igor Netto werd verkozen tot de beste speler van het toernooi, maar Lev Yashin was dé man.

De in stemmig zwart gehulde doelman omvatte met zijn ranke, in zachte leren handschoenen gestoken vingers de moeilijkste ballen. Zijn ribfluwelen pet gaf hem iets schalks. Yashin werd het vriendelijke gezicht van de Sovjet-Unie, die angstaanjagende communistische wereldmacht. Zijn tegenstanders roemden Lev niet alleen om zijn uitzonderlijke klasse, maar ook om zijn voorbeeldige sportiviteit.

Het publiek adoreerde de spectaculaire doelman, die vaak de show stal met atletische hoogstandjes tussen de palen en ver voor zijn doel. Yashin heerste in zo’n beetje het hele strafschopgebied, op de grond en in de lucht. Hij had zich bekwaamd in het uitlopen, waarbij hij zich voor de voeten van een doorgebroken tegenstander wierp of de bal uit de lucht plukte, hoog boven de hoofden van zijn eigen verdedigers en van de aanvallers.

En niet zelden stormde Lev zijn doel uit om voorbij de zestienmeterlijn gevaar in de kiem te smoren. In de jaren vijftig en zestig was het verre van gebruikelijk dat een keeper zich waagde op het terrein waar hij zijn handen niet mocht gebruiken. Maar Yashin keepte ook met zijn voeten en zelfs met zijn hoofd. Na afloop van een wedstrijd waarin hij de bal buiten het strafschopgebied had weggekopt, zou zijn trainer bij Dinamo tegen hem hebben gezegd: „Van mij hoeft dat verre uitlopen niet. Ik sta doodsangsten uit. Maar als je dan toch zo nodig koppen moet, neem dan in elk geval je pet af.”

De anekdote is van mevrouw Yashin en kan als authentiek worden aangemerkt. Hoe anders is dat met de sterke, nauwelijks te controleren verhalen die in tijschriften en naslagwerken zijn geslopen en met Lev aan de haal zijn gegaan op internet. De voetbaljournalistiek heeft bij het portretteren van Yashin voornamelijk haar verbeelding geraadpleegd. De Sovjet-held interviewen was nagenoeg onmogelijk. Beleefdheidsgesprekjes onder KGB-toezicht, wanneer Dinamo Moskou of de Sovjet-ploeg de vrije wereld aandeed – meer zat er voor westerse verslaggevers niet in.

Vandaar dat over Yashin heel wat fantasieverhalen in omloop zijn. Geruchten en nauwelijks te controleren cijfers zijn aan elkaar gekoppeld en worden voor feiten versleten. Zo zou Yashin een ongehoorde penaltykiller zijn geweest, met meer dan 150 gestopte strafschoppen op zijn naam. Voor Dinamo Moskou keepte hij ruim 320 officiële wedstrijden, voor de nationale ploeg kwam hij 78 keer uit. Hij zou dus eens in de nog geen drie wedstrijden een penalty onschadelijk hebben gemaakt. Onzin natuurlijk.

De heldendaden van Lev Ivanovitsj Yashin (22 oktober 1929 – 20 maart 1990) worden nogal overdreven. Dat hij een fabelachtige keeper was, staat vast. Zijn uitlopen, het trappen en koppen buiten het strafschopgebied, zijn verre uitworpen en zijn veelzijdige manier van trainen maakten dat hij zijn tijd ver vooruit was.

Maar dat hij ook maar een gewone sterveling was, liet Yashin zien in 1962. Op het WK in Chili gold de Sovjet-Unie als één van de favorieten. Maar in de kwartfinale tegen het gastland liet Lev het afweten (2-1 nederlaag), waar hij in de groepswedstrijd tegen Colombia (4-4) ook al had geblunderd. De feilloze faalde en op 32-jarige leeftijd leek het met de beste keeper van de wereld gedaan.

Maar toen kwam die galawedstrijd op Wembley, waarin Yashin zijn beschadigde reputatie zo schitterend repareerde. Op 23 oktober 1963 haalde lange Lev alles uit de kast. Hij toonde de 100.000 toeschouwers en miljoenen televisiekijkers zijn snelle reflexen en zijn onverschrokken uitlopen. Hoge ballen, lage ballen, Yashin was niet te passeren. Na 45 glorieuze minuten incasseerde hij een klaterend applaus en bij de stand 0-0 stond hij zijn plaats af aan Milutin Soskic. De nerveuze Joegoslaaf was er vervolgens schuldig aan dat de Engelsen hun erewedstrijd met 2-1 wonnen.

Lev Yashin was in Londen ontegenzeggelijk de gevierde man en enkele maanden later won hij de Gouden Bal. Ruim zeven jaar lang zou Lev zelf nog bijdragen aan de vorming van de legende Yashin. Dat die niet stopte na zijn afscheidswedstrijd in 1971 verbaasde hem in hoge mate. Toen zijn ziekte hem al zwaar te pakken had, zei hij eens hoofdschuddend tegen zijn echtgenote: „Het is ongelooflijk, maar ik word nog altijd maar beter.”