Is het klimaat een slechte hardloper?

Terwijl bij het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, de laatst hand wordt gelegd aan het tweede en derde rapport van het vijfde assessment, die in maart en april moeten verschijnen, was voorzitter Rajendra Pachauri een klein weekje in Nederland voor overleg over het slotverhaal dat eind oktober uitkomt. En dat een leesbare samenvatting geeft van de drie rapporten.

In een interview dat ik met hem had en dat zaterdag in NRC Handelsblad verscheen, spreekt Pachauri onder andere over de scepsis in de klimaatwetenschap. Volgens hem is er, net als in andere wetenschappen, nog veel wat we niet weten (zoals de gebrekkige kennis over de gevolgen van de opwarming op regionaal niveau), ‘maar er is geen controverse over de fysische basis’.

Op de vraag hoe hij omgaat met onzekerheid antwoordt Pachauri: „Niemand kan het gat in de ozonlaag zien, maar de wereld heeft toch een akkoord gesloten om er iets tegen te doen. We weten inmiddels genoeg over klimaatverandering om actie te ondernemen.”

Pachauri vindt niet dat de onderhandelingen over het meest gevoelige IPCC-document, de Summary for policymakers, waar regeringen hun handtekening onder zetten, openbaar zouden moeten zijn. Hij wijst erop dat ze niet helemaal achter gesloten deuren plaatsvinden – zo gaf hij zelf in het verleden het Earth Negotiations Bulletin toestemming om aanwezig te zijn en (beperkt) verslag te doen. Maar hij voegt eraan toe:

„Wetenschappers moeten in alle vrijheid kunnen overleggen en hun mening geven. Waarom bepaalde passages wel en niet in de samenvatting moeten worden opgenomen, hoe ze geformuleerd moeten worden. Dat is een intensieve, professionele en serieuze zaak. De wetenschappers staan tijdens die onderhandelingen onder zware druk. Landen zetten niet zomaar hun stempel op het rapport.”

Van de zogeheten ‘hiatus’, het feit dat de temperatuur de afgelopen jaren veel minder is gestegen dan verwacht, wil Pachauri niets weten:

„Lees het rapport. Daar staat heel duidelijk in dat ook in de laatste dertig jaar ieder decennium warmer was dan het voorgaande. En dat de periode van 1983 tot 2012 de warmste was in de afgelopen 1.400 jaar. Dat laat geen ruimte voor twijfel. Dat hele gedoe over het hiaat hangt samen met de keuze van het beginjaar. 1998 was uitzonderlijk warm, dan lijkt het al gauw dat de temperatuur sindsdien niet is gestegen. Er zijn nou eenmaal altijd fluctuaties.

„En trouwens, temperatuurstijging is niet het enige waarover we ons druk moeten maken. Wat te denken van zeespiegelstijging – er is geen reden om daaraan te twijfelen. Of extreme weersgebeurtenissen – die nemen toe, vooral op het gebied van neerslag en hittegolven.”

Hij haalt iemand aan van een grote verzekeringsmaatschappij, die aardige vergelijking maakt: als je een hardloper die zojuist het wereldrecord op de 100 meter heeft verbeterd, nog een keer de honderd meter laat lopen, zal hij minder hard gaan. Is hij dan ineens een slechtere hardloper?

Het interview is ook opgenomen in een nieuw verschenen e-book met meer dan twintig recente artikelen (vanaf de klimaattop in Kopenhagen in 2009, en één uitgebreid verhaal van Karel Knip uit 1992) uit NRC Handelsblad, die achtergrond bieden bij ‘Het klimaatdebat’:  hier meer informatie.