Hele EK in het teken van Sotsji

Ireen Wüst werd superieur Europees kampioen bij de vrouwen, Jan Blokhuijsen won na een spannende strijd bij de mannen. Op naar Sotsji.

Een dijk van een 1.500 meter, voor de derde keer Europees kampioen, met drie afstandszeges en meer dan tweeënhalve punt voorsprong op de verrassende nummer twee, Yvonne Nauta. Ireen Wüst heerst in het vrouwenschaatsen als Gunda Niemann in haar beste dagen. Maar tijd om er lang bij stil te staan? „Ik ga me zeker niet rijk rekenen”, sprak Wüst na afloop beheerst. De waarde van de titel? „Ik ga met veel vertrouwen naar Sotsji.”

Jan Blokhuijsen reageerde meer uitgelaten op zijn eerste Europese titel, na een spannende strijd met Koen Verweij op de afsluitende tien kilometer. Maar ook hij plaatste zijn EK-winst direct in breder perspectief.

Natuurlijk ontbrak zesvoudig kampioen Sven Kramer en hijzelf had ook met de gedachte gespeeld de EK over te slaan. Maar de 24-jarige West-Fries ging toch. „Om te winnen, het goede gevoel te pakken en dan met dat euforische gevoel naar Sotsji te gaan.” Gelukzalig kijkt hij zijn gehoor aan. „Precies wat hier is gebeurd.”

Europese kampioenschappen in olympische seizoenen, het zijn niet de meest prestigieuze prijzen in de toch al met titels overladen schaatssport. En wat zegt topvorm in januari over de kans op olympisch succes een maand later?

Jochem Uytdehaage won in 2002 in Erfurt op de EK zijn eerste internationale titel en stoomde in Salt Lake City verrassend door naar twee keer goud en één keer zilver. Ook in 2006 schitterde Europees kampioen Enrico Fabris op de Spelen van Turijn. Maar de Noren, toen uitblinkers op de EK, faalden juist. En Kramer hield vier jaar geleden in het Vikingskipet niet voor niets de duim naar beneden naar vader Yep op de tribune. Na een moeizame EK-winst werden ook de Spelen geen onverdeeld succes.

Schaatsers en coaches waren in Hamar maar met één ding bezig: Sotsji. Wüst was vooral blij met haar toegenomen snelheid op de 500 en 1.500 meter. Op de drie kilometer verwacht ze op de Spelen meer tegenstand, van de Tsjechische Martiná Sáblíková en de Duitse Claudia Pechstein. Wie de 41-jarige Pechstein zondagochtend voor de 1.500 meter fanatiek een warming-up plus duurtraining zag afwerken, weet genoeg. Maar bang is Wüst niet. „Ik denk dat ik zelf ook nog beter kan.”

Blokhuijsen kon in Hamar vertrouwen halen uit zijn magistrale vijf kilometer, de afstand die hij ook rijdt op de Spelen. In een scherpe tijd van 6.15,89 zette hij de aanwezige concurrentie op grote achterstand.

Zou Kramer er in zijn trainingskamp op Tenerife van zijn geschrokken? Welnee, zegt TVM-assistentcoach Geert Kuiper. „Sven ziet dat zijn ploeggenoot Douwe de Vries vier seconden op Blokhuijsen verliest. Normaal gesproken is hij zelf acht seconden sneller dan Douwe, dus nog altijd vier tellen sneller dan Jan. Bovendien heeft hij in Hamar al eens 6.09 en 6.13 gereden.”

Speculeren, olympische zekerheden proberen af te leiden uit eigen resultaten of juist uit die van anderen. Kosta Poltavets, bondscoach van de Russen, bespiedt de concurrentie weer eens bij de zondagochtendtraining. „Dit is een kampioenschap in dienst van wat later volgt. Zo bekijk ik de EK, en daarom is het ook zeer interessant. De kunst is om door resultaten heen te kijken. Je moet het klassement sowieso vergeten. Het gaat om de lijn in de prestatiecurve van schaatsers die in Sotsji op de verschillende afstanden onze belangrijkste tegenstanders zijn. Op die manier hebben we het blok wereldbekers in Noord-Amerika in kaart gebracht, een blok in Europa en nu deze EK. Als je die drie op een rij zet, heb je veel informatie.”

Na enig aandringen wil Poltavets wel een paar van zijn bevindingen openbaren. „Bij de Nederlanders zie je een stijgende lijn bij Blokhuijsen op de vijf kilometer, die vond ik erg sterk. Verweij lijkt in wat een dalende lijn. Bij de Noren vond ik Håvard Bøkko voor het eerst dit seizoen sterk ogen, en viel Sverre Lunde Pedersen me een beetje tegen. Bij de vrouwen staat Ireen Wüst op eenzame hoogte. Al was haar verval in de laatste twee rondjes van de drie kilometer wel wat groter dan eerder dit seizoen.”

De Russen zelf lieten zich bij de mannen nauwelijks zien. Ivan Skobrev deed in Hamar niet mee. „De EK pasten niet in zijn route naar Sotsji”, is het enige wat Poltavets kwijt wil. En het op het laatste moment terugtrekken van Denis Joeskov, die dit seizoen de schaatswereld verbaasde met een futuristische toptijd op de incourante drie kilometer (3.34,37) en al het hele jaar vooral op de middenafstanden grote indruk maakt? „Last van een verkoudheid, dan is het niet slim om hier te starten.”

Opvallend dat de beste Russische troeven voor Sotsji in Hamar niet meededen? „Kramer is hier ook niet”, constateert Poltavets droog. En reserve Bob de Jong kwam niet opdagen in Hamar, zonder uitleg van hemzelf of van de schaatsbond KNSB. Hij bleef op trainingskamp in Collalbo, had Poltavets kunnen toevoegen. Maar intussen heeft de voormalige coach van TVM na de EK de andere olympische favorieten goed in kaart, terwijl het gissen blijft naar de vorm van de Russen. „Dat heb ik liever zo dan andersom”, glimlacht Poltavets.

En weg is hij. De huldiging kan hem gestolen worden.