Harde geluiden

Geluiden kan ik minder goed verdragen dan vroeger. Ze worden eerder scherp en schel, als brutale inbrekers forceren ze mijn gehoor. Ik loop door het Museum Gouda, waar een tentoonstelling is van de Franse schilder Henri Fantin-Latour, tijdgenoot van Van Gogh en Manet. Een schilder van mooie portretten en stillevens. Ik houd het meest van zijn portretten, maar daar zijn er in Gouda weinig van te zien. Gelukkig wel zijn grote portret van Charlotte Dubourg, zijn schoonzus. Google haar maar even: een blonde vrouw met een fijnbesneden strak gezicht, gekleed in blauwachtig grijs.

Een blij weerzien – ik zag haar voor het eerst in het Musée d’Orsay in Parijs, jaren geleden. Ik wil haar van dichtbij opnemen, zien of ze nog veranderd is, en blijf staan. Nu nadert achter mij een suppoost, een oudere heer die niet van stilstaan houdt. Hij heeft spijkerharde hakken en zolen onder zijn schoenen waarmee hij mijn concentratie aan flarden tikt. Wij zijn de enigen in het zaaltje, waardoor zijn rusteloosheid nog beklemmender wordt.

Als hij zich van het ene vertrek naar het andere verplaatst, doen zijn schoenen wat voetstappen vaak in boeken doen: weergalmen. Ik haal opgelucht adem, eindelijk lijkt hij weg, maar nee, hij is alweer terug. Dag Charlotte! Vandaag wordt het niets meer tussen ons.

Later op de dag loop ik achter het museum de reusachtige Sint-Janskerk binnen, waarin zich de befaamde Goudse Glazen bevinden, zeventig gebrandschilderde glazen ramen van bijna vijf eeuwen geleden toen de kerk nog katholiek was.

Ik sta de ramen op mijn gemak te bewonderen als ik vanuit het middenschip een doordringende mannenstem hoor dalen en – vooral – rijzen. Ik loop naar dit gedeelte, waar de protestanten achter houten schotten de macht blijken te hebben gegrepen. Een dominee spreekt een bruidspaar toe, gadegeslagen door familie en vrienden.

Ook de dominee galmt. „Je huwelijk is méér dan ‘je houdt van elkaar’, daar begint het mee. Je moet onder de oppervlakte kijken, goed kijken! Zo krijg je inzicht in het huwelijk, wat het ten diepste is: het huwelijk tussen Christus en de gemeente… God leeft om ons te redden, dát is de ware liefde die zichtbaar wordt in het huwelijk. Zó mag je bouwen aan het huwelijk, zó mag je omgaan met Hem… Je kunt de prachtigste dingen doen, in tongen spreken, maar het belangrijkste is de liefde voor Hem en voor de ander… De basis is de rots, en je mag drinken uit de bron en die liefde van God ontvangen, proeven en doorgeven.”

Ik heb wel eens van dichtbij een opgewonden imam horen preken, maar die dominees kunnen er ook wat van. Zijn stem schiet als een zweep omhoog en komt telkens weer snel neer om het gehoor van zijn publiek te striemen. Of is het louter mijn gehoor?

Eindelijk rust in de trein naar huis. Maar wie zitten er achter mij? Een man en een vrouw, beiden nog voor in de twintig. Als student-stagiaire werken ze tijdelijk aan een project voor een bedrijf.

Hij voert in hun gesprek de keiharde boventoon. Bijna roepend neemt hij haar onder handen, want ze heeft hem teleurgesteld. Hij wil het bedrijf radicale veranderingen voorstellen en had gehoopt dat ze hem zou steunen. Dat had ze kunnen doen in een voordracht die ze die week in het bedrijf mocht houden. Maar het was een ‘conservatief’ verhaal geworden, hij kon er niets mee. De vrouw verweert zich zwakjes, hij blijft haar overstemmen.

Wéér een man.