‘Had Sharon maar gezien wat hij de geëvacueerde kolonisten aandeed’

Israëls zaterdag overleden ex-premier Sharon wordt niet alleen door Palestijnen gehaat, ook door veel Joodse kolonisten. Ze hekelen hem om de ontruiming van Gaza.

De Israëlische president Peres gisteren in de Knesset bij de kist van de zaterdag overleden oud-premier Sharon. Peres sprak er voor het parlement over zijn „goede vriend”, die „vingerafdrukken achterliet op elke politieke en militaire mijlpaal” in Israëls geschiedenis. Premier Netanyahu zei: „We waren het niet altijd eens, maar steunden elkaar in het belang van het land.” Sharon zou vanmiddag worden begraven bij zijn boerderij in de Negev-woestijn, in bijzijn van onder meer vicepresident Biden van de VS.Necrologie Sharon pagina 14-15 FOTO AP

Haat ze oud-premier Ariel Sharon? Na deze vraag valt de spraakwaterval van de vijftigjarige Debbie Rosen stil. De Israëlische wil graag sympathiek overkomen, en geen kwaad spreken over doden. Dan zegt ze: „Hij was onze premier. Hij was verantwoordelijk voor onze ramp.” En ze knikt. Ze haat hem.

Sharon (85) stierf zaterdag in een ziekenhuis in Tel Aviv, na acht jaar coma. Vandaag wordt hij begraven. Premier Netanyahu prees zijn oude rivaal prompt als iemand die „een grote rol speelde in de strijd voor de veiligheid van het land”. Sharon was „bovenal een dappere krijger”.

Palestijnen haten Sharon, vooral om het bloedbad in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila, in 1982 in Libanon, waarvoor hij ook door een Israëlische onderzoekscommissie persoonlijk verantwoordelijk werd gesteld. Zijn provocerende bezoek aan de Tempelberg in 2000 werd het startschot voor de Tweede Palestijnse Intifada. Israëlische kolonisten haten hem om Gush Katif, de 21 Joodse nederzettingen in de Palestijnse Gazastrook die Sharon in 2005, vlak voor zijn coma, ondanks luid protest ontruimde.

Debbie Rosen woonde in Gush Katif. Trots toont ze een monopoliebordspel met een oude luchtfoto van de nederzettingen in Gaza, waarop je plastic huisjes kunt bijbouwen. Ze wijst op de schitterende kolonistenvilla’s. Die zijn kapotgebulldozerd door het Israëlische leger.

Nu woont Rosen in een ‘caravilla’: een soort bungalow in Nitzan, een dorp in de duinen ten noorden van Gaza. Die werd haar door de Sharon-regering toegewezen. Het is klein en lekt als het regent. Ze heeft het gezellig gemaakt, en er zes kinderen grootgebracht. Maar ze is er nog elke dag ongelukkig mee. Als Rosen aan haar klaagzang begint, duikt haar 24-jarige zoon zijn kamer in en zet hij luid rock op.

Was Sharon maar nooit in coma geraakt, zegt Rosen. Dan had hij gezien wat hij de achtduizend geëvacueerde kolonisten heeft aangedaan. Dan had hij spijt gekregen en beter voor hen gezorgd. Want zo was Sharon wel, zegt Rosen: zorgzaam. „Hij kwam elke vrijdag in Gush Katif kijken of hij ons kon helpen. Wij konden eerst niet geloven dat juist híj ons uit onze huizen zou halen.”

Sharon werd na zijn dood door minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) geprezen als iemand die „moedige stappen heeft gezet richting vrede”. Een naaste adviseur van Sharon zei destijds over de terugtrekking uit Gaza echter dat die was bedoeld om het vredesproces te bevriezen: „Zo voorkomen we een Palestijnse staat”. Sharon was groot voorstander van de nederzettingen. Onder zijn toezicht werden zeker 64 nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden gebouwd. Die staan de vrede volgens de internationale gemeenschap nog altijd zeer in de weg.

Over Sharon’s halsstarrige bouwdrift is Rosen wel vol lof. Sharon deed precies wat hij wilde, zegt Rosen. „Hij trok zich niets aan van anderen of de wet en bouwde gewoon nederzettingen.” Dan Netanyahu, zegt Rosen minachtend: „Voorzichtig”. Een diplomaat, vindt ze, die aan de leiband van de VS loopt. Onder leiding van de Amerikanen werd eind juli vorig jaar het vredesoverleg met de Palestijnen hervat.

Rosen gelooft niet dat Netanyahu tot een vredesakkoord zal komen. Ze kopieert zijn woorden, die Netanyahu van Sharon kopieerde, als ze zegt: „We hebben geen partner voor vrede”. Ze bidt driemaal per dag voor vrede, zegt ze, „maar niet voor het soort vrede dat je jezelf opoffert voor een ander”. Ze gelooft dat God de Palestijnse gebieden voor de Joden heeft bestemd. Bovendien moet je huilende kindertjes ook niet altijd hun zin geven, zegt Rosen.

Jammer dat Sharon niet heeft gezien, vervolgt Rosen, hoe de raketten hier een jaar geleden door de lucht vlogen. Ze wijst op een grote rioolpijp op de parkeerplaats naast haar caravilla. Daar moest ze schuilen tijdens de laatste oorlog met Hamas in Gaza. Wij kregen niet eens schuilkelders, zegt Rosen bitter. „Sharon beloofde ons vrede. Maar het enige wat we kregen in ruil voor ons offer, zijn raketten.”

Zo erfde Israël van Sharon het dogma dat het opgeven van bezet land niet loont. Netanyahu herhaalt dit als een mantra. Toch zal hij bij een akkoord kolonisten moeten ontruimen. Veel meer dan Sharon. Er wonen nu ruim een half miljoen kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Vrijdag kondigde de regering uitbreiding van die nederzettingen aan.

Wil en durft Netanyahu kolonisten te ontruimen? Weer is Rosen stil. Ze zucht. Ze lacht. „Zal ik antwoorden met mijn hoofd of mijn hart? Ik wil graag geloven dat Netanyahu sterk genoeg is om de Amerikaanse druk te weerstaan. Maar ik ben niet naïef, ik weet wat er eerder is gebeurd.”