Een typische Franse uitlaatklep

Frankrijk is veel minder politiek correct dan wij denken. Provoceren past in een intellectuele traditie, waarin ook Dieudonné en zijn quenelle helemaal niet uit de toon vallen, betoogt Dirk-Jan van Baar.

Fans van Dieudonné protesteren tegen de afgelasting van diens voorstelling. De ananassen verwijzen naar het liedje ‘Shoah-nanas’. foto ap

Frankrijk is momenteel ‘de zieke man van Europa’. Althans volgens het Britse zakenblad The Economist, dat een jaar geleden al schreef dat Frankrijk ‘in een staat van ontkenning’ verkeert. Dat sloeg op de staat van de economie en wordt door de Franse elite uiteraard ontkend, ook al is het land zijn triple A kwijtgeraakt. Fransen houden niet van lesjes uit de Angelsaksische wereld, zeker niet uit Londen. Alsof de Britten niet ook een wereldrijk zijn kwijtgeraakt, alsof die Britse banken er zo goed voorstaan, alsof de Britten met hun anti-Europa-houding zo kosmopolitisch zijn, alsof er op de Britse eilanden geen banlieues zijn en geen racisme voorkomt.

Frankrijk, zoveel mag duidelijk zijn, verkeert in het defensief. Het land reageert altijd een tikje verongelijkt op kritiek uit het buitenland, het ‘non’ van Charles de Gaulle is er nooit helemaal weg. Ogenschijnlijk heeft dat niks te maken met alle opwinding over de quenelle, het antisemitische gebaar waarmee de komiek Dieudonné M’Bala M’Bala de lachers in de Franse theaters op z’n hand krijgt. Niks aan de hand. Moet kunnen. De cabaretier, die graag grapjes maakt over de Holocaust, is geen antisemiet, maar anti-zionist (wat de Iraanse president Ahmadinejad ook zei). In Frankrijk kennen ze hem al lang en is de quenelle bijna tot iets onschuldigs ingeburgerd. Iedereen doet het, tot militairen en politieagenten aan toe. Maar in het buitenland kennen ze de quenelle nog niet. De rel begon op de Britse voetbalvelden, waar een Franse speler er een doelpunt mee vierde. En daarmee begon de verlegenheid.

Pijnlijk verleden

Ineens is daar weer de herinnering aan het pijnlijke verleden, toen antisemitisme in Frankrijk heel gewoon was. De moderne Franse intellectueel is opgegroeid met het ‘J’accuse...!’ van Emile Zola, die in 1898 de autoriteiten aanklaagde vanwege de onterechte veroordeling van de Frans-Joodse officier Alfred Dreyfus, die valselijk van spionage voor de Duitsers was beschuldigd. In die affaire kwamen alle Franse fobieën samen, de afkeer van de Joden en ook de angst voor het opkomende Duitsland, dat Frankrijk al in 1870 had vernederd en in 1914 en 1940 nog twee keer zou binnenvallen. In de jaren dertig was er de volksfrontregering onder Léon Blum, die van Joodse afkomst was. Liever Hitler dan Blum, was de stemming onder Franse ‘patriotten’ die later bijdroeg aan de collaboratie van het Vichy-bewind, dat uit eigen beweging op Joden joeg.

Oud bier? Zeker wel. Maar het is ook de sfeer van het rechts-populisme waarin Jean-Marie Le Pen is opgegroeid. Hij deed mee aan de vuile oorlog in Algerije, die tot de straten van Parijs zou reiken. In 1972 richtte Le Pen het Front National op. Hij sprak niet alleen ongunstig over moslims en Arabieren, maar ook over Joden en noemde de Holocaust „een detail in de geschiedenis”. Le Pen is opgevolgd door zijn dochter Marine, die het Front wil zuiveren van antisemitische smetten om het aanvaardbaar te maken voor de nette burgerij. Want ook in keurig Frankrijk bestaat een grote afkeer van de (linkse) politieke elite, en is er een diepe angst voor de islam en alles wat er in de banlieues aan onvrede broeit. Wat de populariteit van Dieudonné nog complexer maakt.

De taal van de straat

Na de oorlog was Frankrijk tot halverwege de jaren zestig de beste vriend van Israël, maar nog voor de junioorlog van 1967 veranderde dat en koos Parijs voor een pro-Arabische koers. In 2003 liet Jacques Chirac zich vanwege zijn verzet tegen de Irakoorlog in Algiers nog tot held van de Arabische massa’s vieren. Onder Nicolas Sarkozy, deels van Joodse afkomst, is die koers verlegd. ‘Sarko’ viel ook op met zijn harde uithalen tegen het geteisem (‘racailles’) in de voorsteden, vooral moslimjongeren, al werden zij niet met name genoemd. De Franse politieke correctheid, met zijn nadruk op de scheiding tussen kerk en staat, verbood dat. Maar ondertussen is de Franse politiek veel minder correct dan wij denken. Van oudsher heerst daar de taal van de straat.

Ook de ‘hoge cultuur’ is daar niet vies van. Louis-Ferdinand Céline was een groot schrijver, maar ook onvervalst antisemiet. Het geflirt van Jean-Paul Sartre met het maoïsme was een manier om de bourgeoisie te tarten. Een schrijver als Michel Houellebecq is lekker politiek incorrect. De Franse literatuur ruikt naar de straat. In die sfeer valt de quenelle niet uit de toon, ook omdat elke nieuwe generatie de taboes van de vorige aangrijpt om te provoceren. Alle politieke correctheid werkt als boemerang. En actiegroepen als ‘SOS Racisme’ en Holocaustontkenners als de historicus Faurisson hebben ervoor gezorgd dat ‘de hypocrisie van Israël en het exclusieve slachtofferleed van de Joden’ een makkelijk mikpunt konden worden voor andere ‘onderdrukten’ (de moslimjeugd in de voorsteden) voor wie Frankrijk zo bang is.

Daarmee is de quenelle een typisch Franse uitlaatklep. Je kunt ontkennen dat het zo erg is en het bagatelliseren als gebaartje. Maar het is ook: SOS Frankrijk! Alle ingrediënten voor een nieuw giftig antisemitisme en nieuwe Franse verongelijktheid zijn aanwezig. Wie zijn die bankiers in Londen en Wall Street? Moeten we weer buigen onder het Duitse juk? Krijgen onze boeren nog subsidie? Wat zitten daar voor gauchisten in Parijs? Wie zorgt er voor die gevaarlijke moslimwoede? De prognose van Frankrijk als zieke man van Europa is nog onzeker. Sick jokes komen overal voor. Maar als het op de humor aankomt, is de Britse beter dan de Franse.