Een gewaagde poging tot conceptueel cabaret

Peter van Rooijen is een cabaretier die zich in zijn debuut laat verwelkomen als een durfal met conceptueel cabaret. Met zijn muzikant en technicus presenteert hij zich als Team Peter. In Wat doe ik hier? richt dit team zich op het ondermijnen van theaterwetten en verhaalcodes.

Conceptueel cabaret: wat zou dat moeten zijn? Net als bij conceptuele kunst wijst de term erop dat het belang van het concept, van de vorm, zwaarder weegt dan de inhoud, het materiaal. Dat is in de beeldende kunst al een moeizaam uitgangspunt, en gezien de taligheid van cabaret lijkt het genre weinig vruchtbaar. Niettemin zijn er cabaretiers die artistieke hoogtepunten bereiken met hun conceptuele aanpak. Micha Wertheim en Wim Helsen zijn de belangrijksten. De vorm van hun voorstellingen is dwingend en overheersend, maar overwoekert de grap niet.

Het prikkelende concept van Van Rooijen is dat hij openlijk speelt dat in zijn voorstelling alles mis gaat. Via een voice-over horen we zijn gedachten: bij een foute opkomst, bij een black-out. Daarbij is zijn overdreven ongemak als performer de verbindende factor. Behalve als hij liedjes speelt op gitaar, in een sterke combinatie met zijn muzikant Anne Punt, op orgel en melodica.

In het begin van Wat doe ik hier? zegt Van Rooijen dat hij de afgelopen maand veel geleerd heeft, maar dat hij zich leeg voelt. Die uitspraak hangt in de lucht, totdat hij hem tegen het einde van de voorstelling herhaalt. Dat is nadat hij heeft verteld over zijn eerste, maar teleurstellende contact met zijn Javaanse vader. Instant ontroering dwarsboomt hij door te bezweren dat de anekdote fictie is. Zijn uitdaging is om het publiek dat in de gloed en emotie van zijn vertelling direct weer te laten vergeten.

Dat is spannend, want cabaretiers veinzen nu eenmaal authenticiteit op het podium. Van Rooijen wil daar dwars tegenin, en toch ontroering opwekken. Hij test zijn publiek en de kracht van zijn verhaal. Toch is het gelaagde Wat doe ik hier? geen gelukte voorstelling. Zijn lef en originaliteit wens je andere cabaretiers toe, maar de uitvoering en teksten zijn te zwak om het concept te overleven. Van Rooijen wil te veel en zijn ongemak blijft steken in een slome voordracht. De interactie met de voice-over is niet zo spits als kan (de Amerikaanse comedian Bo Burnham doet dat scherper).

Maar de grootste handicap is dat hij nauwelijks een glimlach opwekt. Bij Van Rooijen delft de grap – anders dan bij Wertheim en Helsen – wél het onderspit.