Darmkankertest: de envelop valt vandaag op de mat

Het bevolkingsonderzoek naar darmkanker begint vandaag. Van iedere duizend deelnemers zijn er vier die de ziekte al hebben.

De darmkankerkit die mensen tussen de 55 en 75 vanaf vandaag krijgen thuisgestuurd. Naast een informatieboekje over het onderzoek, bevat het pakket een zilveren retourenvelop en een buisje waarmee op verschillende plaatsen in de ontlasting moet worden geprikt. Foto Fotodienst NRC

Sommige mensen sturen te veel poep op. Zo veel dat er poep aan de buitenkant van het buisje komt, en de streepjescode onleesbaar wordt. Veertig procent van de aangeschreven mensen stuurt helemaal niets op. Die hebben de brief niet gelezen of willen niet onderzocht worden op darmkanker. Dat bleek tijdens de pilot voor het bevolkingsonderzoek darmkanker die afgelopen jaar is gehouden in Zuid-West Nederland. Er werden 2.500 mensen benaderd.

Vandaag is het bevolkingsonderzoek echt begonnen: de eerste groep 55- tot 75-jarigen krijgt een paarse envelop met een test in de brievenbus. Dat zullen er dit jaar 875.000 zijn en vanaf volgend jaar bijna 2 miljoen per jaar. Het RIVM in Bilthoven coördineert het programma. Anders dan bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker (mammografie) en baarmoederhalskanker ( uitstrijkje) begint dit onderzoek thuis.

In de envelop zit een buisje waarmee de ontvanger op vier plekken in zijn ontlasting moet prikken. Daarna moet het buisje naar het laboratorium worden gestuurd. Binnen twee weken hoort de deelnemer of er bloed is ontdekt. Van elke duizend mensen die meedoen, zullen er dan 950 worden gerustgesteld. Geen bloed.

Voor vijftig mensen begint dan een vervelende tijd: zij moeten naar het ziekenhuis voor een coliscopie waarbij de arts in de darmen naar poliepen zoekt. Gemiddeld blijken 13 van die mensen geen poliepen te hebben, 12 hebben beginnende poliepen, 21 gevorderde poliepen (voorstadium van kanker) en 4 zullen al darmkanker hebben. Zij krijgen een darmoperatie en mogelijk chemo.

Vaak komt de uitslag van de coliscopie als een onaangename verrassing omdat de patiënt nog nergens last van heeft. Evelien Bongers maakte dat mee, vertelt ze, ook al was er toen nog geen bevolkingsonderzoek. „Ik ging voor iets anders naar de huisarts en toen bleek na enkele tests dat ik in het derde stadium van darmkanker zat.” Ze is behandeld en genezen. Nadien werd ze voorzitter van de patiëntenvereniging voor darmkanker, ze is blij dat het bevolkingsonderzoek wordt ingevoerd.

Elk jaar wordt nu al bij ruim 11.000 mensen in Nederland darmkanker geconstateerd. Van hen overlijden er ongeveer 5.000 binnen 5 jaar. De meesten komen bij de dokter omdat ze klachten hebben: chronische pijn, vermoeidheid, gewichtsverlies. Bedoeling is, dat de screening jaarlijks 1.400 tot 2.500 darmkankerpatiënten zo vroeg opspoort dat ze na een medische behandeling níet sterven.

Critici zeggen dat die schattingen te optimistisch zijn. Maar de Gezondheidsraad, die al eind 2009 het kabinet adviseerde het onderzoek op te laten zetten, vindt dat die schattingen op voldoende bewijs berusten. Ook als maar 60 procent van de aangeschreven mensen meedoet.

Wel is het zo dat de poeptest geen 100 procent zekerheid biedt: bij 35 procent van de mensen die poep opsturen naar het lab zal wél wat bloed in de ontlasting zitten dat niet wordt getraceerd. Of géén bloed terwijl ze tóch beginnende kanker hebben. Om die reden wordt de test na twee jaar herhaald. De darmkankertumor is een tumorsoort die relatief langzaam groeit.

En dan is er de onzekerheid die sommige mensen ten onrechte zullen doormaken. Dertien van de vijftig mensen die een coliscopie (inwendig onderzoek naar poliepen) krijgen , zullen ‘niets’ blijken te hebben. Niet eens een onschuldige poliep. Twaalf zullen een beginnende poliep hebben maar geen voorstadium van kanker. Weegt de onterechte angst die jaarlijks zo’n 26.000 mensen zullen voelen op tegen de tijdswinst voor patiënten die door de screening wél worden opgespoord? Programmaleider Harriët van Veldhuizen vindt van wel: „Uit de proefonderzoeken, die al een paar jaar lopen in Nijmegen, Amsterdam en Rotterdam, blijkt dat ook die mensen twee jaar later weer de poeptest deden. Ze nemen die mogelijk onnodige onzekerheid op de koop toe.”

In het algemeen klinkt steeds vaker kritiek op de uitdijende screeningsmogelijkheden in de gezondheidszorg. Er zijn nu drie bevolkingsonderzoeken naar kanker (borst, baarmoederhals en darm). Duizenden mensen zitten tijdelijk onnodig in spanning omdat er een bobbeltje of vlekje is ontdekt wat later niets blijkt te zijn. Er zijn ook bedrijven zoals Prescan, die een totalbodyscan aanbieden aan gezonde mensen. De bobbeltjes en vlekjes die de scan bij hen opspoort, duiden ook lang niet altijd op een ernstige ziekte. Maar de patiënt gaat er wel mee naar zijn huisarts of een specialist en krijgt (kostbaar) vervolgonderzoek. Dat kan belastend zijn en nieuwe problemen veroorzaken.