Dames en heren, ik wil ook dat het ergens over gaat

De meeste nieuwjaarstoespraken van burgemeesters lijken op elkaar. Ingmar Vriesema schreef een fictieve nieuwjaarsspeech voor een fictieve burgemeester.

Welkom op deze nieuwjaarsreceptie. Een gelukkig, gezond en inspirerend Nieuwjaar gewenst aan iedere inwoner van deze prachtige gemeente. Ik ben trots ook in 2014 uw burgemeester te mogen zijn.

Dames en heren, ik begin deze nieuwjaarstoespraak met een bekentenis. Ja echt, ik moet u iets verklappen.

Wilt u het weten?

Wel, dan zal ik het u zeggen.

Dames en heren, een coach heeft mij begeleid bij het schrijven van deze speech.

Ik zie verbaasde blikken. Maar het is echt waar. Een speech-coach. Ik wilde het eens anders aanpakken. Drie nieuwjaarstoespraken heb ik gehouden, en ik schreef ze allemaal zelf. Toen ik ze laatst teruglas, viel me iets op. Ze léken zo op elkaar. In 2011 sprak ik over „de grote uitdagingen voor onze gemeente in deze tijden van forse bezuinigingen”. In 2012 had ik het over „de beproevingen nu het economisch nog steeds niet voor de wind gaat”. En in 2013 zei ik: „De beproevingen blijven groot, al lijkt het licht aan het einde van de economische tunnel langzaam in zicht te komen.”

[Pauze voor gelach in de zaal]

Ja, lacht u maar. Makkelijk is het niet, een nieuwjaarstoespraak schrijven die beklijft. Luistert u maar naar mijn collega-burgemeesters. De meesten hebben hun toespraak al gehouden. Alle net zo voorspelbaar als de vorige drie van mij. Dit keer heeft iedereen het over de decentralisaties, de overheveling van grote taken naar gemeenten. Zo heeft in Roermond de decentralisatie „de aanzet gegeven tot nieuwe, grootschaligere vormen van samenwerking”, aldus de burgemeester. En de burgemeester van Sittard/Geleen zegt: „Kijkend naar de opgaven die op ons afkomen hebben we geen tijd te verliezen.” En die van Zoetermeer: „Nooit eerder was er zo’n grote overdracht van taken van Rijk en provincie naar gemeenten, met helaas erg forse budgetkortingen.”

Niet élke burgemeester praat zo, overigens. Sommigen zijn concreet. Helder. Ook in 2014. Burgemeester Van Aartsen, Den Haag. Kondigt in zijn toespraak zijn plan aan ter bestrijding van illegaal vuurwerk. Hij wil een vuurwerkshow boven de Hofvijver. Burgemeester Den Oudsten, Enschede. Spreekt bezielend over armoede. Eén op de elf gezinnen in zijn stad leeft op bijstandsniveau. Burgemeester Van der Laan, die zijn nieuwjaarszegje in Buitenhof deed. Zegt dat in 2014 de scooters van de Amsterdamse fietspaden af zullen gaan. En Van Gijzel uit Eindhoven kleunt er hard in, en zegt dat het strikte migratiebeleid van dit kabinet schadelijk is voor onze economie.

Kijk, dat gáát ergens over. Dat wil ik ook, dacht ik. En dus huurde ik een coach in. Wees concreet, zei hij. Houd het menselijk. En zijn belangrijkste tip: wees eerlijk.

En daarom begin ik met het glas dat ik hier vasthoud, in mijn rechterhand. Kunt u het zien? Ziet u wat ik drink?

Appelsap.

Ik zou eerlijk zijn, dus zeg ik: liever dronk ik champagne.

Maar, dames en heren, dit is 2014. En ook in 2014 verkeert onze gemeente in geldproblemen. De inhoud van onze portemonnee slinkt. Ons vastgoed raken we aan de straatstenen niet kwijt. Het verlies op onze bouwgronden wordt met de dag groter. En dus drink ik hier voor het eerst geen champagne, maar appelsap. En u ook. Appelsap, cola of cassis. Bier of wijn mag ook. Tot half zes.

En het zal u niet ontgaan zijn: we staan in het gemeentehuis. De Grote Kerk, ons traditionele nieuwjaarshuis, werd te duur. Zo is de eerste besparing van 2014 binnen, 35.000 euro.

[Pauze voor applaus]

Dank u, maar we hebben nog een kleine 8 miljoen euro te gaan. Op een begroting van 80. Dat is fors, dames en heren. Waar valt nog te snijden? Ons openluchtzwembad is ter ziele, net als de bibliotheek in West. Van onze zes buurthuizen zijn er nog twee over. De tijd nadert dat we moeten beknibbelen op voorzieningen voor kwetsbare burgers.

Want na dit jaar komt 2015. Dat wordt het jaar van – ik kan tóch niet om het woord heen – de decentralisaties. Van de jeugdzorg, de ouderenzorg, de werkbemiddeling voor arbeidsgehandicapten. En van miljardenbezuinigingen. Maar nu verval ik in een slechte gewoonte, zes taaie woorden achter elkaar.

Houd het menselijk, zei mijn coach, introduceer een mens van vlees en bloed.

Wel, daar zit ze, onze Joe the Plumber, zoals mijn coach haar noemt. Mevrouw De Wit, wat fijn dat u er bent. Eenentachtig jaar oud en al sinds mensenheugenis inwoonster van onze mooie gemeente. U moet weten, dames en heren: ze is weduwe en woont zelfstandig. Mevrouw is slecht ter been en de gemeente heeft haar een rollator gegeven, een traplift in haar woning en huishoudelijke hulp voor vier dagen in de week.

Maar mevrouw De Wit is ziek. U en uw dochter zijn akkoord dat ik het hier vertel: u heeft beginnende alzheimer. Nu redt u zich nog aardig, maar hoe is dat in 2015? In 2020?

Het kabinet wil dat dementerenden als u zo lang mogelijk thuis blijven wonen. En dat wij, als gemeente, mensen als mevrouw De Wit vragen naar hun netwerk. Wel, dames en heren, ik ken het netwerk van mevrouw De Wit. Ze heeft drie vriendinnen die ook slecht ter been zijn. De buren met wie ze het meest vertrouwd is, wonen de helft van het jaar in Frankrijk. En van haar twee dochters woont er één in het verre Amerika, en de ander in het verre Groningen. In Loppersum, om precies te zijn. Al zou ze het willen, die vertrekt niet zo snel uit haar koophuis.

Het kabinet bezuinigt straks 650 miljoen euro op de huishoudelijk hulp. Dat is veertig procent van het budget. Veer-tíg. En dan heb ik het nog niet eens over de miljoenen die het kabinet vanaf 2015 bezuinigt op – noem eens een dwarsstraat – de zorg voor probleemkinderen.

Wat betekent dit alles voor mevrouw De Wit? Kan onze gemeente haar vanaf 2015 die huishoudelijke hulp nog bieden die zij nodig heeft om te leven zoals zij al decennia leeft?

Dames en heren, ik moest eerlijk zijn. Dus zeg ik: ik weet het niet. Ik weet niet zeker of wij mevrouw De Wit straks nog kunnen helpen.

Mijn coach wil dat ik positief eindig. Dus hef ik dit glas appelsap. Proost. Op 2014.