Beklemmende Owen Wingrave

Het is een sinistere scène in Benjamin Brittens opera Owen Wingrave: in een zaal vol portretten van martiale voorouders wordt de jonge pacifistische Wingrave belaagd door zijn familie omdat hij zijn militaire opleiding heeft afgebroken. Eén voor een komen ze de zaal binnen, moeiteloos door de wanden heen, als zwarte spoken. Ze verwijten hem te breken met eeuwen familietraditie: hoe durf je? Je bent een lafaard, een Wingrave hoort nu eenmaal zijn land te dienen als soldaat. Het is een voorafschaduwing van het slot: de uitgestoten Owen Wingrave wordt dood gevonden in de spookkamer.

Britten schreef Owen Wingrave, naar een negentiende-eeuws griezelverhaal van Henry James, in 1971 als een televisie-opera. Opera Trionfo kwam in 2013, het honderdste geboortejaar van Britten, met een indrukwekkende, beklemmende enscenering van regisseur Floris Visser in de uiterst geconcentreerde sobere stijl van topregisseur Willy Decker. Die voorstelling krijgt nu uitstekend gezongen herhalingen in het jaar waarin het begin van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht en gaat later nog in Duitsland. Ed Spanjaard, in de jaren zeventig de repetitor van een voorstelling in het Londense Royal Opera House Covent Garden, leidt het Nieuw Ensemble op intense wijze door de partituur van Britten, vaak schrille, verwrongen militaire muziek. Britten zelf was een pacifist: hij week in 1939 uit naar Amerika.

Twisten kan men over de betekenis van het slot. Is de dood van Owen Wingrave de wraak van de voorouders, het verleden, de traditie? Dat is erg fatalistisch: verzet en streven naar verandering hebben dan geen zin, zeker niet in een land als Engeland, nog steeds overheerst door nationalisme, traditie en militairisme. De Falklandoorlog in 1982 kostte het leven van vele honderden Argentijnen en Britten. In 1990 werd dirigent Mark Elder ontslagen omdat hij vanwege de naderende Golfoorlog zich verzette tegen het tijdens de Last Night of the Proms zingen van het strijdlied ‘Rule Brittania’.